Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

de receptie — de balie
uitchecken — het hotel verlaten
de sleutel aan u geven — de sleutel aan u overhandigen
een probleem melden — klagen bij de receptie

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Informatiekaartje bij de receptie (hotel)

Vul de lege plekken in: Meld, probleem, de sleutel, de uitgang, oplossing, de receptie, de ingang, lawaai, zicht, balkon

(Informatiekaartje bij de receptie (hotel))

Welkom! U kunt inchecken bij vanaf 15.00 uur. Bij aankomst toont u uw identiteitsbewijs. De receptionist geeft u en wijst waar en zijn. Wilt u een kamer met of met op zee? Geef dit dan aan bij het boeken. Soms is een andere kamer mogelijk, maar dat is niet altijd zeker.

Tijdens uw verblijf kunt u vragen stellen bij de receptie. Heeft u last van of is er een in de kamer? het dan meteen. Wij zoeken samen naar een , bijvoorbeeld een rustigere kamer of extra handdoeken. Uitchecken kan tot 11.00 uur. Lever de sleutel in bij de balie en u ontvangt dan de rekening.

  1. Wat moet u bij aankomst laten zien en wat krijgt u van de receptionist?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Ik ben net in het hotel aangekomen. Bij de receptie heb ik ingecheckt en ik kreeg de sleutel van kamer 312. De kamer heeft een balkon met uitzicht op zee, maar er is veel lawaai van de straat. Dat is een probleem, want ik moet morgen vroeg werken. Ik ga dit meteen bij de receptie melden en vragen om een oplossing. Misschien kan ik een rustigere kamer krijgen. Morgen wil ik om tien uur uitchecken.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Bij het inchecken ___ de receptionist voor mij een kamer met balkon.


2. Ik ___ het probleem met het lawaai bij de receptie.


3. Kunt u mij alstublieft een kamer met uitzicht op zee ___?


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Kunt u mij alstublieft de sleutel geven? / Ik wil graag een probleem melden bij de receptie. / Kunt u mij een andere kamer aanbieden?

  1. U komt aan bij de receptie in een Nederlands hotel. Wat zegt u om in te checken en wat vraagt u over de sleutel en het ontbijt?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Er is een probleem in uw kamer, bijvoorbeeld veel lawaai of geen uitzicht zoals beloofd. Wat meldt u bij de receptie en welke oplossing vraagt u?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie