Bij indirecte rede gebruik je woorden als zeggen, vragen, of, dat om iets te herhalen zonder aanhalingstekens.

1. Wat is de indirecte rede?

  • Directe rede: je citeert letterlijk wat iemand zegt of vraagt.
  • Indirecte rede: je vertelt in je eigen zin wat iemand zegt of vraagt.
Type Direct Indirect
Mededeling Hij zegt: “Het systeem werkt.” Hij zegt dat het systeem werkt.
Ja/nee-vraag Ze vraagt: “Is het project af?” Ze vraagt of het project af is.

Belangrijk idee: in de indirecte rede verdwijnt de vraagvorm of aanhalingstekens. De zin wordt een normale bijzin met dat of of.

2. Kies ik dat of of?

Stel jezelf altijd eerst één vraag:

  • Is de oorspronkelijke zin een mededeling of een open vraag? → gebruik dat.
  • Is de oorspronkelijke zin een ja/nee-vraag? → gebruik of.
Soort zin Direct Indirect Signaalwoord
Mededeling “Ik werk thuis.” Hij zegt dat hij thuis werkt. dat
Open vraag (met vraagwoord) “Wanneer begint de vergadering?” Ze vraagt wanneer de vergadering begint. zelfde vraagwoord
Ja/nee-vraag “Is het rapport klaar?” Hij vraagt of het rapport klaar is. of
  • Nooit Hij vraagt dat … bij een ja/nee-vraag.
  • Nooit Hij zegt of … bij een gewone mededeling.

3. Stap-voor-stap: van direct naar indirect

  1. Zoek het werkwoord van zeggen/vragen
    bijv. zegt, zei, vraagt, vroeg, vertelt, meldde.
  2. Bepaal het type zin
    Is het een mededeling, een ja/nee-vraag of een vraag met vraagwoord?
  3. Kies het juiste signaalwoord
    Mededeling → dat
    Ja/nee-vraag → of
    Vraag met vraagwoord → gebruik dat vraagwoord (wanneer, waarom, hoe, waar, wie, wat).
  4. Maak er een bijzin van
    • onderwerp + rest van de zin
    • persoonlijk werkwoord aan het einde van de bijzin.
  5. Pas de persoonsvorm aan als de tijd verandert (zie volgende kop).

Voorbeeld 1 – mededeling

  • Direct: “Ik organiseer het project.”
  • Type: mededeling → dat
  • Indirect: Hij zegt dat hij het project organiseert.

Voorbeeld 2 – ja/nee-vraag

  • Direct: “Is het project af?”
  • Type: ja/nee-vraag → of
  • Indirect: Ze vraagt of het project af is.

4. Woordvolgorde in de bijzin

In indirecte rede krijg je altijd een bijzin.

  • Na dat of of (of een vraagwoord) komt: onderwerp + rest + werkwoord(en).
  • De persoonsvorm staat aan het einde van de bijzin.
Direct Indirect Structuur
“Het systeem werkt.” Ze zegt dat het systeem werkt. dat + onderwerp + persoonsvorm
“Is het rapport al klaar?” Hij vraagt of het rapport al klaar is. of + onderwerp + rest + persoonsvorm
“Heb je de mail gestuurd?” Ze vraagt of ik de mail heb gestuurd. of + onderwerp + rest + hulpwerkwoord + voltooid deelwoord

Let op veelgemaakte fouten:

  • Hij zegt dat werkt het systeem. → Hij zegt dat het systeem werkt.
  • Ze vraagt of is het rapport klaar. → Ze vraagt of het rapport klaar is.

5. Tegenwoordige tijd of verleden tijd?

Belangrijk onderscheid:

  • Werkwoord van zeggen/vragen in TT → bijzin meestal ook in TT.
  • Werkwoord van zeggen/vragen in VT → bijzin staat vaak ook in VT.
Direct Indirect Toelichting
“Ik organiseer het project.” Hij zegt dat hij het project organiseert. zegt (TT) → organiseert (TT)
“Ik organiseer het project.” Hij zei dat hij het project organiseerde. zei (VT) → organiseerde (VT)
“Ik stuur de documenten op.” Hij zei dat hij de documenten opstuurde. zei (VT) → opstuurde (VT)

Vuistregel bij A2:

  • Bij zei / vroeg: zet de bijzin ook in de verleden tijd.
  • Bij zegt / vraagt: gebruik de tegenwoordige tijd in de bijzin.

Voorbeelden uit werksituaties:

  • Gisteren zei mijn manager dat de deadline strenger werd.
  • Vorige week vroeg de klant of de factuur al verzonden was.

6. Indirecte ja/nee-vragen: typische twijfels

Veel cursisten vinden dit lastig. Let vooral op deze punten:

  • Altijd beginnen met of, nooit met dat.
  • Maak er een normale bijzin van: geen inversie (dus niet: of is het rapport klaar).

Goed:

  • Ze vraagt of ik morgen tijd heb.
  • Hij vroeg of de klant al gebeld had.

Fout → goed:

  • Hij vraagt dat de vergadering begint om tien uur.
    → Hij vraagt of de vergadering om tien uur begint.
  • Ze vroeg of was de offerte verstuurd.
    → Ze vroeg of de offerte verstuurd was.

7. Zelfcheck: begrijp je het écht?

Beantwoord deze vragen voor jezelf. Als je alles met eigen voorbeelden kunt invullen, beheers je de stof.

  1. Kun je uitleggen in je eigen woorden:
    • wat het verschil is tussen directe en indirecte rede?
    • wanneer je dat gebruikt en wanneer of?
  2. Kun je drie directe zinnen uit je werk of studie nemen en ze zelf omzetten?
    • één mededeling → met dat
    • één ja/nee-vraag → met of
    • één vraag met vraagwoord → met wanneer/waarom/hoe/…
  3. Kun je de tijden aanpassen?
    • Neem een zin met zegt en maak er een zin met zei van.
    • Past de werkwoordsvorm in de bijzin zich correct aan (TT → VT)?

Als dit lukt, ben je klaar om in de les te oefenen met natuurlijke gesprekken: vertellen wat collega’s, klanten of leidinggevenden gezegd of gevraagd hebben.

  1. Gebruik "of" in gesloten vragen.
  2. Gebruik "dat" in gewone zinnen.
  3. In de verleden tijd: de werkwoordsvorm in de bijzin staat ook in de verleden tijd.
Type zin (Type de phrase)Directe rede (Discours direct)Indirecte rede (discours indirect)
Normale zin (Phrase normale)Het systeem werkt. (Le système fonctionne.)Ze zegt dat het systeem werkt. (Elle dit que le système fonctionne.)
Vraag (Question)Is het project af? (Le projet est-il terminé ?)Ze vraagt of het project af is. (Elle demande si le projet est terminé.)
Verleden tijd (Passé)Ik organiseer het project. (J'organise le projet.)Hij zei dat hij het project organiseerde. (Il a dit qu'il organisait le projet.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. De teamleider zegt ____ het systeem vandaag niet goed werkt.


2. De projectmanager vraagt ____ het project al voltooid is.


3. Mijn collega zei ____ hij de taken gisteren al had georganiseerd.


4. Het afdelingshoofd vroeg ____ ik de dringende melding al had gelezen.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin in de indirecte rede. Let op het correcte gebruik van 'dat' en 'of' en de werkwoordstijden.

1.
'Of' gebruik je alleen bij gesloten vragen; hier gaat het om een gewone mededeling.
De werkwoordsvorm 'afmaakte' is verleden tijd, terwijl hier de tegenwoordige tijd vereist is.
2.
Bij een gesloten vraag gebruik je 'of', niet 'dat'.
Als de vraag nog actueel is, gebruik je meestal de tegenwoordige tijd, niet de verleden tijd.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de indirecte rede. Gebruik 'dat' voor gewone zinnen en 'of' voor ja/nee-vragen. Let op de juiste tijd van het werkwoord.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (dat) Paul zegt: "Ik werk morgen thuis."
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Paul zegt dat hij morgen thuis werkt.
  2. Hint Hint (dat) De manager zegt: "Het project is klaar."
    ⇒ _______________________________________________ Example
    De manager zegt dat het project klaar is.
  3. Hint Hint (of) Lisa vraagt: "Is de klant al in het kantoor?"
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Lisa vraagt of de klant al op kantoor is.
  4. Hint Hint (of) Mijn collega vraagt: "Heb je de e-mail gelezen?"
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mijn collega vraagt of ik de e-mail heb gelezen.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel je partner wat anderen over het project zeiden of vroegen.

Situatie
Je bent teamleider en informeert collega’s over taken en het project.

Bespreek
  • Wat zei de projectleider gisteren over het systeem en de dringende taken?
  • Welke vragen stelde jouw collega over de meldingen en de organisatie van het werk?","Hoe vertelde jij aan iemand welke taken al voltooid waren?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Het systeem werkt niet goed voor dringende meldingen.
  • Vraag: Is de taak vandaag nog voltooid?
  • De leider zei dat het project bijna voltooid was.

Gebruik in gesprek
  • Hij/zij zegt dat …
  • Hij/zij vroeg of …
  • Hij/zij zei dat … (verleden)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 00:45