Bij indirecte rede gebruik je woorden als zeggen, vragen, of, dat om iets te herhalen zonder aanhalingstekens.

Wanneer gebruik je dat en wanneer of?

  • Dat = je geeft een mededeling door (geen vraag).
  • Of = je geeft een ja/nee-vraag door (gesloten vraag).
Directe rede Indirecte rede Signaal
“Het systeem werkt.” Ze zegt dat het systeem werkt. Geen vraag → dat
“Is het project af?” Ze vraagt of het project af is. Ja/nee-vraag → of

Stap-voor-stap: zo maak je indirecte rede

  1. Stap 1: Kijk: is het een mededeling of een ja/nee-vraag?

    • Mededeling → dat
    • Ja/nee-vraag → of
  2. Stap 2: Zet de zin achter dat/of in een bijzinvolgorde.

    In een bijzin staat het werkwoord meestal aan het eind.

    • “Het systeem werkt.” → … dat het systeem werkt.
    • “Het project is af.” → … dat het project af is.
    • Is het project af?” → … of het project af is.
  3. Stap 3: Controleer de tijd (nu of verleden).

Werkwoordstijd: wat verandert er (en wat niet)?

  • Als de hoofdzin in de tegenwoordige tijd staat, blijft de bijzin meestal ook in de tegenwoordige tijd.

    • Hij zegt dat hij de documenten opstuurt.
  • Als de hoofdzin in de verleden tijd staat, zet je de bijzin ook in de verleden tijd.

    • Hij zei dat hij de documenten opstuurde.
    • Zij vroeg of de tekst duidelijk was.
Hoofdzin Bijzin (indirecte rede)
Hij zegt … dat/of … (nu)
Hij zei … dat/of … (verleden)

Veelgemaakte fouten (met snelle correctie)

  • Fout 1: of gebruiken bij een mededeling

    Hij zegt of hij het verslag afmaakt.
    Hij zegt dat hij het verslag afmaakt.

  • Fout 2: woordvolgorde van een vraag laten staan

    Ze vraagt of is het project af.
    Ze vraagt of het project af is.

  • Fout 3: verleden tijd in de hoofdzin, maar niet in de bijzin

    Hij zei dat hij het verslag afmaakt.
    Hij zei dat hij het verslag afmaakte.

Snelle zelfcheck (30 seconden)

  1. Is het origineel een ja/nee-vraag? → dan of.

  2. Is het een mededeling? → dan dat.

  3. Staat je werkwoord in de bijzin aan het eind?

  4. Staat de hoofdzin in het verleden? → bijzin ook in het verleden.

  1. Gebruik "of" in gesloten vragen.
  2. Gebruik "dat" in gewone zinnen.
  3. In de verleden tijd: de werkwoordsvorm in de bijzin staat ook in de verleden tijd.
Type zin Directe rede Indirecte rede 
Normale zin Het systeem werkt.Ze zegt dat het systeem werkt. (
Vraag Is het project af? Ze vraagt of het project af is. 
Verleden tijd Ik organiseer het project. Hij zei dat hij het project organiseerde. 

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. De teamleider zegt ____ het systeem vandaag niet goed werkt.


2. De projectmanager vraagt ____ het project al voltooid is.


3. Mijn collega zei ____ hij de taken gisteren al had georganiseerd.


4. Het afdelingshoofd vroeg ____ ik de dringende melding al had gelezen.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin in de indirecte rede. Let op het correcte gebruik van 'dat' en 'of' en de werkwoordstijden.

1.
'Of' gebruik je alleen bij gesloten vragen; hier gaat het om een gewone mededeling.
De werkwoordsvorm 'afmaakte' is verleden tijd, terwijl hier de tegenwoordige tijd vereist is.
2.
Bij een gesloten vraag gebruik je 'of', niet 'dat'.
Als de vraag nog actueel is, gebruik je meestal de tegenwoordige tijd, niet de verleden tijd.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de indirecte rede. Gebruik 'dat' voor gewone zinnen en 'of' voor ja/nee-vragen. Let op de juiste tijd van het werkwoord.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (dat) Paul zegt: "Ik werk morgen thuis."
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Paul zegt dat hij morgen thuis werkt.
  2. Hint Hint (dat) De manager zegt: "Het project is klaar."
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De manager zegt dat het project klaar is.
  3. Hint Hint (of) Lisa vraagt: "Is de klant al in het kantoor?"
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Lisa vraagt of de klant al op kantoor is.
  4. Hint Hint (of) Mijn collega vraagt: "Heb je de e-mail gelezen?"
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mijn collega vraagt of ik de e-mail heb gelezen.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel je partner wat anderen over het project zeiden of vroegen.

Situatie
Je bent teamleider en informeert collega’s over taken en het project.

Bespreek
  • Wat zei de projectleider gisteren over het systeem en de dringende taken?
  • Welke vragen stelde jouw collega over de meldingen en de organisatie van het werk?","Hoe vertelde jij aan iemand welke taken al voltooid waren?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Het systeem werkt niet goed voor dringende meldingen.
  • Vraag: Is de taak vandaag nog voltooid?
  • De leider zei dat het project bijna voltooid was.

Gebruik in gesprek
  • Hij/zij zegt dat …
  • Hij/zij vroeg of …
  • Hij/zij zei dat … (verleden)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 23/04/2026 07:20