Bij indirecte rede gebruik je woorden als zeggen, vragen, of, dat om iets te herhalen zonder aanhalingstekens.
- Gebruik "of" in gesloten vragen.
- Gebruik "dat" in gewone zinnen.
- In de verleden tijd: de werkwoordsvorm in de bijzin staat ook in de verleden tijd.
| Type zin | Directe rede | Indirecte rede |
|---|---|---|
| Normale zin | ( | |
| Vraag | Is het project af? | |
| Verleden tijd | Hij zei dat hij het project organiseerde. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. De leider zegt ___ het systeem werkt.
2. Ik vraag ___ de taak vandaag klaar is.
3. Gisteren zei hij dat hij het project ___.
4. Ze vroeg ___ de melding dringend was.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Zet de zinnen om naar indirecte rede: gebruik "dat" bij gewone mededelende zinnen en "of" bij (ja/nee-)vragen. Voorbeeld: "Ik kom morgen." → Hij zegt dat hij morgen komt.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Toon/verberg hints-
Peter zegt: "Ik werk vandaag thuis."⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldPeter zegt dat hij vandaag thuis werkt.
-
De projectleider vraagt: "Is het project al af?"⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe projectleider vraagt of het project al af is.
-
Sanne zegt: "We beginnen om negen uur."⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldSanne zegt dat ze om negen uur beginnen.
-
Mijn collega vraagt: "Werk jij morgen?"⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMijn collega vraagt of ik morgen werk.