Wensen uitdrukken met de onvoltooid verleden tijd
Haal je boekDrukt een wens of spijt uit over iets dat niet echt is: Had ik maar, kon ik, wist ik.
- Gebruik de onvoltooid verleden tijd om spijt of een onvervulde wens uit te drukken.
- De situatie is denkbeeldig of niet realistisch op dit moment.
- Het gaat vaak gepaard met 'maar.
| Situatie | Voorbeelden |
|---|---|
| Wens | Was het al maar zomervakantie. Had ik maar meer geld, dan kon ik mijn huur betalen. At ik maar wat gezonder, dan was ik slanker. |
| Spijt | Hadden we maar gewacht. Had ik maar meer gespaard. Had ik maar beter geluisterd. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. ___ het maar gelukt om online een rekening te openen. Was het maar gelukt om online een rekening te openen.
2. ___ ik maar mijn pincode opgeschreven, dan kon ik nu met mijn pinpas betalen. Had ik maar mijn pincode opgeschreven, dan kon ik nu met mijn pinpas betalen.
3. ___ ik maar hoe ik geld kon toevoegen aan mijn spaarrekening. Wist ik maar hoe ik geld kon toevoegen aan mijn spaarrekening.
4. ___ ik maar wat minder vaak buiten de deur, dan had ik meer geld om te sparen. At ik maar wat minder vaak buiten de deur, dan had ik meer geld om te sparen.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zin als een wens of spijt in de onvoltooid verleden tijd met 'Had/waren/was ... maar' (voorbeeld: Ik heb geen geld → Had ik maar geld).
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
-
Ik heb geen vrij. Ik wil morgen thuis werken.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHad ik morgen maar vrij, dan kon ik thuis werken.
-
Ik heb de trein gemist. Ik ben nu te laat op mijn afspraak.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHad ik de trein maar gehaald, dan was ik niet te laat geweest voor mijn afspraak.
-
Ik spreek nog niet goed Nederlands. Daarom is het gesprek op het werk moeilijk.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldSprak ik maar beter Nederlands, dan was het gesprek op het werk makkelijker geweest.
-
We hebben geen paraplu bij ons. Nu worden we nat.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHadden we maar een paraplu bij ons, dan werden we niet nat.