Drukt een wens of spijt uit over iets dat niet echt is: Had ik maar, kon ik, wist ik.",
- Gebruik de onvoltooid verleden tijd om spijt of een onvervulde wens uit te drukken.
- De situatie is denkbeeldig of niet realistisch op dit moment.
- Het gaat vaak gepaard met 'maar.
| Situatie | Voorbeelden |
|---|---|
| Wens | Was het al maar zomervakantie. Had ik maar meer geld, dan kon ik mijn huur betalen. At ik maar wat gezonder, dan was ik slanker. |
| Spijt | Hadden we maar gewacht. Had ik maar meer gespaard. Had ik maar beter geluisterd. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. ___ ik maar meer gespaard, dan kon ik nu makkelijk een huis kopen.
2. ___ het maar volgende week, dan stond mijn salaris al op mijn bankrekening.
3. ___ ik maar genoeg contant geld bij me, dan hoefde ik nu niet met mijn creditcard te betalen.
4. ___ ik maar alle Nederlandse betaalapps goed gebruiken, dan was online betalen veel makkelijker.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de correcte zin waarin een wens of spijt wordt uitgedrukt met de onvoltooid verleden tijd en 'maar'.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen zodat ze een wens of spijt uitdrukken met ‘Had ik maar …’, ‘Hadden we maar …’ of ‘Was het maar …’ Gebruik de onvoltooid verleden tijd. Voorbeeld: Ik heb geen tijd. → Had ik maar meer tijd.
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Vertel wat er fout ging en welke wens of spijt je daarbij hebt.
- Wat is er precies misgegaan met uw bankrekening of betaling?
- Wat had u liever anders gedaan of gewild bij deze betaling? (Gebruik: Had ik maar… / Waren ze maar…)
- de bankrekening
- de betaling
- de pinpas / contant betalen
- Had ik maar…
- Was het maar…