Woordenschat (18)

De politiek

De politiek Show

Politiek Show

De regering

De regering Show

Regering Show

Het parlement

Het parlement Show

Parlement Show

De Minister President (de Premier)

De Minister President (de Premier) Show

Minister-president (premier) Show

De president

De president Show

President Show

De koning

De koning Show

Koning Show

De koningin

De koningin Show

Koningin Show

De prins

De prins Show

Prins Show

De prinses

De prinses Show

Prinses Show

De rechter

De rechter Show

Rechter Show

De politieke partij

De politieke partij Show

Politieke partij Show

De Europese Unie

De Europese Unie Show

Europese Unie Show

Het leger

Het leger Show

Leger Show

De oorlog

De oorlog Show

Oorlog Show

De periode

De periode Show

Periode Show

De verkiezingen

De verkiezingen Show

Verkiezingen Show

Stemmen

Stemmen Show

Stemmen Show

Regeren

Regeren Show

Regeren Show

Stemmen (stemmen)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) stemde
(jij/je) stemde
(hij/zij/ze/het) stemde
(wij/we) stemden
(jullie) stemden
(zij/ze) stemden