Toekomende tijd (zullen, gaan)

Toekomende tijd (zullen, gaan)


De toekomende tijd beschrijf je met zullen of gaan + infinitief: ik zal koken, hij gaat zingen.

Kies: gaan of zullen?

In het Nederlands kun je over de toekomst praten met twee veelgebruikte vormen:

  • gaan + infinitief = iets staat al “in gang” / je ziet het bijna gebeuren
  • zullen + infinitief = plan, belofte, aanbod, of voorspelling (minder direct)

Snelle keuzehulp (1 vraag)

Stel jezelf deze vraag:

  • Is het (bijna) meteen of duidelijk onderweg?gaan
  • Is het een afspraak/belofte/inschatting?zullen

Wanneer gebruik je gaan + infinitief?

  • Nabije toekomst: vandaag, straks, zo, over vijf minuten
  • Je ziet signalen: het gebeurt waarschijnlijk heel snel

Voorbeelden

  • Ik ga vanavond tickets kopen.
  • We gaan morgen naar Amsterdam gaan (fout) → We gaan morgen naar Amsterdam.
  • Ze gaat over vijf minuten beginnen.

Let op: na gaan komt de infinitief zonder te.

  • Ik ga morgen online tickets te kopen. (fout)
  • Ik ga morgen online tickets kopen. (goed)

Wanneer gebruik je zullen + infinitief?

  • Belofte/toezegging: je committeert je
  • Aanbod: je biedt hulp aan
  • Voorspelling/inschatting: je denkt dat iets gaat gebeuren

Voorbeelden

  • Maak je geen zorgen, ik zal je straks de link sturen.
  • Zal ik de tickets regelen?
  • Denk je dat zij moderne popmuziek zal spelen?

Vorm & woordvolgorde (praktisch)

Structuur Voorbeeld
gaan (vervoegd) + infinitief Ik ga straks bellen.
zullen (vervoegd) + infinitief Wij zullen het morgen bespreken.
In een bijzin: infinitief vaak aan het eind Ik denk dat zij zal komen.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)

  • Geen dubbele “gaan”:
    • Wij gaan volgende week naar een concert gaan.
    • Wij gaan volgende week naar een concert.
  • Na zullen nooit het voltooid deelwoord:
    • Wij zullen volgende week naar een concert gegaan.
    • Wij zullen volgende week naar een concert gaan.
  • Let op bij “jij”: in de praktijk hoor je beide vaak:
    • Jij zult / zal het wel weten.
    • Jij gaat straks bellen. (niet: jij gaat + infinitief is goed; jij gaat zingen is goed; jij gaat is de vorm, niet jij gaat met -t bij inversie)

Zelfcheck (30 seconden)

  1. Staat het moment dichtbij (straks/vanavond/morgen vroeg)? → gaan
  2. Doe je een belofte of aanbod? → zullen
  3. Gaat het om een inschatting (“denk je dat…?”)? → meestal zullen
  4. Controleer: na gaan/zullen staat een infinitief (zonder te).
  1. Gebruik zullen + infinitief voor plannen of beloften.
  2. Gebruik gaan + infinitief voor acties in de nabije toekomst.
PersoonZullenGaan
ikzal zingenga zingen
jijzult zingengaat zingen
hij/zij/hetzal zingengaat zingen
wijzullen zingengaan zingen
julliezullen zingengaan zingen
zijzullen zingengaan zingen

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ik ____ vanavond online tickets kopen voor het jazzfestival.


2. Maak je geen zorgen, ik ____ je straks de link sturen.


3. We ____ morgen naar een concert in Amsterdam.


4. Denk je dat zij moderne popmuziek ____ spelen op het festival?


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de zin met de juiste toekomende tijd (zullen of gaan + infinitief).

1.
'Zullen' is minder passend voor een geplande actie in de nabije toekomst; hiervoor gebruikt men meestal 'gaan'.
Na 'gaan' volgt de infinitief zonder 'te': 'ik ga ... kopen'.
2.
Na 'zullen' gebruik je de infinitief, niet het voltooid deelwoord: 'gaan', niet 'gegaan'.
Je gebruikt niet twee keer 'gaan' — alleen 'gaan + infinitief' of 'zullen + infinitief' is correct.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de toekomende tijd: gebruik 'zullen + infinitief' voor plannen of beloften en 'gaan + infinitief' voor acties in de nabije toekomst.

Toon/verberg hints
  1. Ik kook vanavond voor mijn vrienden.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik zal vanavond voor mijn vrienden koken.
  2. Ik bel je zo terug.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik ga je zo terugbellen.
  3. Wij sturen morgen de e-mail met de afspraak.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wij zullen morgen de e-mail met de afspraak sturen.
  4. Hij neemt straks de bus naar het station.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Hij gaat straks met de bus naar het station gaan.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Plan het concertbezoek en maak duidelijk afspraken over tickets en vervoer.

Situatie
Je collega vraagt of jullie dit weekend samen naar een festival gaan.

Bespreek
  • Welk soort muziek gaan jullie luisteren: jazz, klassiek, pop of rock?
  • Wie gaat de tickets kopen en hoeveel kosten ze ongeveer?」「Welke tijden zullen jullie afspreken voor vertrek en terugkomst?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • We gaan naar het festival.
  • Ik zal de tickets regelen.
  • Zullen we met de auto of trein gaan?

Gebruik in gesprek
  • Ik ga ... + infinitief
  • Zal je ... + infinitief

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

zondag, 29/03/2026 12:36