De toekomende tijd beschrijf je met zullen of gaan + infinitief: ik zal koken, hij gaat zingen.
- Gebruik zullen + infinitief voor plannen of beloften.
- Gebruik gaan + infinitief voor acties in de nabije toekomst.
| Persoon (Persoon) | Zullen (Zullen) | Gaan (Gaan) |
|---|---|---|
| ik (ik) | zal zingen | ga zingen |
| jij (jij) | zult zingen | gaat zingen |
| hij/zij/het (hij/zij/het) | zal zingen | gaat zingen |
| wij (wij) | zullen zingen | gaan zingen |
| jullie (jullie) | zullen zingen | gaan zingen |
| zij (zij) | zullen zingen | gaan zingen |
Oefening 1: Toekomende tijd (zullen, gaan)
Instructie: Vul het juiste woord in.
zullen, Zullen, ga, gaat
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin die de toekomende tijd correct gebruikt met 'zullen' of 'gaan' + infinitief.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen in de toekomende tijd met zullen of gaan + infinitief, zodat de betekenis logisch blijft in de context (bijvoorbeeld: Ik kook vanavond. → Ik zal vanavond koken / Ik ga vanavond koken).
-
Morgen hebben wij een belangrijke vergadering.⇒ _______________________________________________ ExampleMorgen zullen wij een belangrijke vergadering hebben.
-
Vanavond kijk ik naar die nieuwe serie op Netflix.⇒ _______________________________________________ ExampleVanavond ga ik die nieuwe serie op Netflix kijken.
-
Volgend jaar maakt mijn collega een nieuwe planning voor het team.⇒ _______________________________________________ ExampleVolgend jaar zal mijn collega een nieuwe planning voor het team maken.
-
Over tien minuten vertrekken de treinen weer normaal.⇒ _______________________________________________ ExampleOver tien minuten zullen de treinen weer normaal vertrekken.
-
Straks sturen jullie de offerte naar de klant.⇒ _______________________________________________ ExampleStraks gaan jullie de offerte naar de klant sturen.
-
Ik beloof het: ik kom morgen op tijd.⇒ _______________________________________________ ExampleIk beloof het: ik zal morgen op tijd komen.