De toekomende tijd beschrijf je met zullen of gaan + infinitief: ik zal koken, hij gaat zingen.
- Gebruik zullen + infinitief voor plannen of beloften.
- Gebruik gaan + infinitief voor acties in de nabije toekomst.
| Persoon | Zullen | Gaan |
|---|---|---|
| ik | zal zingen | ga zingen |
| jij | zult zingen | gaat zingen |
| hij/zij/het | zal zingen | gaat zingen |
| wij | zullen zingen | gaan zingen |
| jullie | zullen zingen | gaan zingen |
| zij | zullen zingen | gaan zingen |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Ik ___ vanavond online tickets kopen voor het festival.
2. Wij ___ morgen naar een concert gaan.
3. Jij ___ de tickets vanmiddag betalen, toch?
4. De muzikanten ___ straks op het podium spelen.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen in de toekomende tijd. Gebruik 'zullen + infinitief' voor plannen of beloften en 'gaan + infinitief' voor acties in de nabije toekomst.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Toon/verberg hints-
Morgen werk ik thuis.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMorgen ga ik thuis werken.
-
Ik bel je vanavond terug, dat beloof ik.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk zal je vanavond terugbellen.
-
Over twee maanden verhuizen wij naar een andere stad.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldOver twee maanden zullen wij naar een andere stad verhuizen.
-
Kijk, het begint te regenen. Ik neem nu een paraplu.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldKijk, het begint te regenen. Ik ga nu een paraplu nemen.