Toekomende tijd (zullen, gaan)

Toekomende tijd (zullen, gaan)


De toekomende tijd beschrijf je met zullen of gaan + infinitief: ik zal koken, hij gaat zingen.

Zullen of gaan: het verschil in één oogopslag

  • zullen + infinitief = plan/besluit, belofte, aanbod, voorspelling (meer “formeel/neutraal”).
  • gaan + infinitief = actie in de nabije toekomst of iets wat je nu al ziet aankomen.
Situatie Meest logisch Voorbeeld
Belofte / afspraak zullen Ik zal je vanavond terugbellen.
Voorstel (samen) zullen we Zullen we eerst de zitplaatsen kiezen?
Straks / bijna / nu meteen gaan Ik ga nu een paraplu pakken.
Je merkt het nu (tekenen/aanwijzingen) gaan Kijk, het wordt donker. Het gaat regenen.

Stap-voor-stap kiezen: welke vorm heb jij nodig?

  1. Vraag 1: Is het een belofte, afspraak of voorstel?
    • Ja → zullen
    • Nee → ga naar vraag 2
  2. Vraag 2: Gaat het om straks, zo, vanavond, nu meteen, of iets dat je nu ziet gebeuren?
    • Ja → gaan
    • Nee → zullen (vaak prima als neutrale toekomst)

Tip: Bij twijfel is zullen meestal veilig en neutraal. Gaan voelt vaak directer en “dichterbij”.

Vorm en woordvolgorde: zo bouw je de zin

  • zullen + infinitief: Ik zal morgen werken.
  • gaan + infinitief: Ik ga morgen werken.

Let op: de infinitief staat meestal achteraan in de zin.

Goed Niet goed Waarom?
Ik ga morgen thuis werken. Ik ga morgen thuis werkenen. Na “gaan” komt de infinitief: werken.
Ik zal je de link sturen. Ik zal je de link gestuurd. Na “zal” geen voltooid deelwoord, maar infinitief.
Morgen gaat hij met ons naar het festival. Morgen zal hij met ons naar het festival gaat. Je gebruikt óf zal óf gaat als werkwoordsvorm, niet allebei.

Veelgemaakte valkuilen (en hoe je ze voorkomt)

  • Geen “te” na gaan
    • Goed: Ik ga een rapport schrijven.
    • Fout: Ik ga een rapport te schrijven.
  • Zullen = ook beleefd/voorstel
    • Goed: Zal ik je even helpen?
    • Goed: Zullen we om 18:00 vertrekken?
  • Gaan bij “nu zie je het”
    • Goed: Kijk, de trein komt eraan. We gaan instappen.
    • Goed: Pas op, dat glas gaat vallen.

Snelle zelfcheck: kies jij logisch?

  • Belofte? → “Ik zal …”
  • Voorstel? → “Zullen we …?” / “Zal ik …?”
  • Straks / vanavond / bijna / nu al duidelijk? → “Ik ga …”
  • Actie ver weg of neutraal plan? → vaak “Ik zal …”

Doel: jij kiest bewust tussen zullen (plan/belofte/voorstel) en gaan (nabije toekomst/aanwijzingen nu).

  1. Gebruik zullen + infinitief voor plannen of beloften.
  2. Gebruik gaan + infinitief voor acties in de nabije toekomst.
PersoonZullenGaan
ikzal zingenga zingen
jijzult zingengaat zingen
hij/zij/hetzal zingengaat zingen
wijzullen zingengaan zingen
julliezullen zingengaan zingen
zijzullen zingengaan zingen

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Ik ___ vanavond online tickets kopen voor het festival.


2. Wij ___ morgen naar een concert gaan.


3. Jij ___ de tickets vanmiddag betalen, toch?


4. De muzikanten ___ straks op het podium spelen.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de toekomende tijd. Gebruik 'zullen + infinitief' voor plannen of beloften en 'gaan + infinitief' voor acties in de nabije toekomst.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Morgen werk ik thuis.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Morgen ga ik thuis werken.
  2. Ik bel je vanavond terug, dat beloof ik.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik zal je vanavond terugbellen.
  3. Over twee maanden verhuizen wij naar een andere stad.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Over twee maanden zullen wij naar een andere stad verhuizen.
  4. Kijk, het begint te regenen. Ik neem nu een paraplu.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Kijk, het begint te regenen. Ik ga nu een paraplu nemen.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

dinsdag, 05/05/2026 09:27