De toekomende tijd beschrijf je met zullen of gaan + infinitief: ik zal koken, hij gaat zingen.

1. Twee manieren voor de toekomst: overzicht

In het Nederlands gebruik je vooral twee vormen voor de toekomst:

  • zullen + infinitief
  • gaan + infinitief

Beide verwijzen naar de toekomst, maar de betekenis en de toon zijn net anders. Hieronder zie je wanneer welke vorm logisch is.

2. Wanneer gebruik je zullen + infinitief?

  • Plannen en afspraken (vooral wat formeler)
  • Beloften en garanties
  • Voorspellingen of verwachtingen

Voorbeelden:

  • Ik zal morgen het rapport sturen.
  • We zullen volgende week beginnen met het project.
  • Het zal druk zijn op de weg vanavond.

Let op de toon:

  • zullen klinkt vaak wat formeler, afstandelijker of zakelijker.
  • In werkmails en vergaderingen hoor je zullen dus heel vaak.

3. Wanneer gebruik je gaan + infinitief?

  • Nabije toekomst: iets wat snel gaat gebeuren
  • Concrete, praktische actie: er is vaak al een plan of voorbereiding
  • Informeler, heel gebruikelijk in gesproken taal

Voorbeelden:

  • Ik ga straks koffie halen.
  • Wij gaan vanavond uit eten.
  • Zij gaat volgende maand op vakantie.

Let op de toon:

  • gaan klinkt vaak spontaner en persoonlijker.
  • In informele gesprekken hoor je gaan meestal vaker dan zullen.

4. Zullen of gaan? Handige keuzehulp

Gebruik deze korte vragen om te kiezen:

  1. Gaat het om een belofte of een formeel plan?
    → Kies meestal zullen.
    Ik beloof het: ik zal op tijd zijn.
  2. Gaat het om iets dat binnenkort echt gaat gebeuren?
    → Kies vaak gaan.
    We gaan zo meteen beginnen met de vergadering.
  3. Is de zin erg informeel (met vrienden, familie)?
    → Beide kunnen, maar gaan klinkt natuurlijker.
  4. Is de zin formeel (mail aan klant, rapport, presentatie)?
    zullen is meestal passend.

5. Wat is niet goed? Typische fouten

  • Nooit twee hulpwerkwoorden combineren:
    • Ik zal morgen kaarten gaan kopen.
    • Wel goed:
      • Ik zal morgen kaarten kopen.
      • Ik ga morgen kaarten kopen.
  • Altijd een infinitief gebruiken bij zullen:
    • Ik zal morgen op tijd.
    • Goed: Ik zal morgen op tijd komen.
  • Niet zullen en gaan door elkaar zetten:
    • Zij gaat haar gitaar zal oefenen.
    • Goed:
      • Zij gaat haar gitaar oefenen.
      • Zij zal haar gitaar oefenen.

6. Woordvolgorde: waar staan zullen en gaan?

In een gewone hoofdzin:

  • Persoonlijk voornaamwoord + zullen/gaan + … + infinitief aan het eind
Persoon Met zullen Met gaan
ik ik zal morgen vroeg vertrekken ik ga morgen vroeg vertrekken
wij wij zullen de presentatie voorbereiden wij gaan de presentatie voorbereiden

In een bijzin (met omdat, als, dat):

  • … dat + onderwerp + … + zullen/gaan + infinitief (helemaal achteraan)
  • Ik denk dat we morgen zullen beginnen.
  • Hij hoopt dat zij volgende week gaat bellen.

7. Kun je ook de tegenwoordige tijd gebruiken voor de toekomst?

Ja. Vaak is de gewone tegenwoordige tijd + tijdsbepaling genoeg:

  • Morgen hebben wij een vergadering.
  • Volgende week werk ik thuis.

Je gebruikt dan geen zullen of gaan. Dit klinkt neutraal en is heel normaal, zeker als de tijd duidelijk is (morgen, straks, volgende week).

Je kunt dus soms kiezen uit drie varianten:

  • Volgende week hebben wij een training. (neutraal)
  • Volgende week gaan wij een training doen. (praktische actie, informeler)
  • Volgende week zullen wij een training hebben. (formeler, gepland)

8. Snelle zelfcheck: begrijp je het verschil?

  1. Kun jij uitleggen in één zin wanneer je zullen gebruikt?
    (Tip: denk aan beloften, formele plannen, voorspellingen.)
  2. Kun jij uitleggen in één zin wanneer je gaan gebruikt?
    (Tip: denk aan nabije, concrete acties.)
  3. Kun jij voor deze zin twee versies maken?
    Vanavond … ik het verslag afmaken.
    • formeel / zakelijk → Ik zal het verslag afmaken.
    • informeel / praktisch → Ik ga het verslag afmaken.

Als je deze vragen kunt beantwoorden en de voorbeeldzinnen zelf kunt maken, heb je de kern van zullen en gaan onder controle.

  1. Gebruik zullen + infinitief voor plannen of beloften.
  2. Gebruik gaan + infinitief voor acties in de nabije toekomst.
PersoonZullenGaan
ikzal zingenga zingen
jijzult zingengaat zingen
hij/zij/hetzal zingengaat zingen
wijzullen zingengaan zingen
julliezullen zingengaan zingen
zijzullen zingengaan zingen

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Morgen ___ ik drie tickets voor het jazzfestival kopen.


2. We ___ vanavond naar een concert in het centrum.


3. ___ jullie dit weekend naar dat nieuwe popfestival?


4. Vanavond ___ ik piano spelen en jij gaat gitaar spelen.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin die de toekomende tijd correct gebruikt met 'zullen' of 'gaan' + infinitief.

1.
Hoewel 'gaan + infinitief' de nabije toekomst aanduidt, past 'zal' hier beter bij een gepland moment om te kopen.
Een dubbele infinitief is onjuist; er mag maar één vervoegd werkwoord voor de infinitief staan.
2.
Onjuiste plaatsing van 'zal'; dit werkwoord hoort niet tussen het onderwerp en de infinitief te staan in deze constructie.
Verkeerde woordvolgorde; de infinitief 'oefenen' moet direct na 'zal' komen zonder 'gaan' erbij.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de toekomende tijd met zullen of gaan + infinitief, zodat de betekenis logisch blijft in de context (bijvoorbeeld: Ik kook vanavond. → Ik zal vanavond koken / Ik ga vanavond koken).

Toon/verberg hints
  1. Morgen hebben wij een belangrijke vergadering.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Morgen zullen wij een belangrijke vergadering hebben.
  2. Vanavond kijk ik naar die nieuwe serie op Netflix.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Vanavond ga ik die nieuwe serie op Netflix kijken.
  3. Volgend jaar maakt mijn collega een nieuwe planning voor het team.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Volgend jaar zal mijn collega een nieuwe planning voor het team maken.
  4. Over tien minuten vertrekken de treinen weer normaal.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Over tien minuten zullen de treinen weer normaal vertrekken.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat samen en maak een concreet plan voor het concert.

Situatie
Jij en een collega plannen na het werk samen naar een concert te gaan.

Bespreek
  • Welk soort concert gaan jullie bezoeken: rock, pop, jazz, klassiek of opera?
  • Wanneer zullen jullie gaan en hoe kopen jullie de tickets? Bespreek tijd en betaalwijze kortelijk (1–2 zinnen).

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • tickets kopen
  • het festival / het concert
  • de gitaar / de piano / de viool

Gebruik in gesprek
  • ik ga / wij gaan + infinitief
  • ik zal / wij zullen + infinitief

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 07:54