Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

de leider — iemand die de groep leidt
een taak — werk dat je moet doen
een melding — een korte boodschap in het systeem
dringend — moet snel gebeuren

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Interne mail van de projectmanager

Vul de lege plekken in: voltooien, taak, organiseren, project, samenwerking, overzicht, leider, organisatie, systeem, dringend

(Interne mail van de projectmanager)

Beste team,

Vanaf volgende week verandert de van ons grootste . Rens is niet meer de . Jolijn wordt de nieuwe projectmanager. Zij bewaakt het overzicht en verdeelt elke in het . Alle dringende vragen gaan vanaf nu naar haar. Zij informeert de klant en houdt de dagvoorzitter op de hoogte.

Het is belangrijk dat jullie alle meldingen in het systeem op tijd . Schrijf in de melding wat je gedaan hebt en wanneer je klaar bent. Zo blijft het duidelijk en kan Jolijn het werk goed . Als iets is, zet dat dan bovenaan de melding. Dank voor jullie .

  1. Wie is vanaf volgende week verantwoordelijk voor het project en wat doet deze persoon precies?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Vandaag deel ik de taken voor ons project. In de organisatie ben ik niet de leider, maar ik help met plannen. Er is een dringende melding in het systeem: een klant kan niet inloggen. Ik informeer Lisa en geef haar de taak om dit meteen te controleren. Zelf bel ik de klant terug. Aan het einde van de middag wil ik dat alles voltooid is, zodat we morgen verder kunnen.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. De teamleider ___ het systeem gisteren ___ omdat er te veel fouten waren.


2. In de vergadering zegt hij dat hij het proces al ___ ___.


3. Volgende maand ___ de manager het hele project ___.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Mijn taak is om… / Ik heb mijn collega geïnformeerd dat… / Mijn leidinggevende zei dat…

  1. Kunt u kort beschrijven hoe de organisatie in uw bedrijf is opgebouwd? Wie is uw directe leidinggevende?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Stel dat u projectleider bent: welke taken delegeert u aan een collega en welke taken houdt u zelf?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. U heeft een dringende taak; hoe informeert u uw collega’s hierover en wat zegt u tegen hen?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Geef een korte melding aan uw manager over de stand van een project. Wat zegt u als het bijna voltooid is?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Onderwerp: Overzicht taken project X

Hoi,

Ik wil graag beter overzicht in het project. Kun jij vandaag in het systeem zetten:

  • welke taken al voltooid zijn
  • welke taken nog dringend zijn

Informeer mij ook als er een probleem is. Kun jij het deel met de klanten doen, en Lisa het deel met de planning?

Laat me voor 17.00 uur weten hoe ver je bent.

Groet,
Rens
Projectleider


Onderwerp: Overzicht taken project X

Hoi,

Ik wil graag meer overzicht in het project. Kun jij vandaag in het systeem zetten:

  • welke taken al voltooid zijn
  • welke taken nog dringend zijn

Informeer me ook als er een probleem is. Kun jij het klantgedeelte doen, en Lisa het planningsgedeelte?

Laat me voor 17.00 uur weten hoe ver je bent.

Groet,
Rens
Projectleider


Nuttige zinnen:

  1. Ik laat u weten dat...

  2. Ik kan de taak ... voltooien.

  3. Lisa kan de taak ... doen, omdat...

Hoi Rens,

Dank je voor je e-mail. Ik zet vanmiddag alle taken in het systeem. Ik markeer welke taken al voltooid zijn en welke nog dringend zijn.

Ik kan het deel met de klanten doen. Ik mail hen vandaag en controleer de afspraken. Lisa kan de planning doen, want zij heeft daar een goed overzicht van.

Als er een probleem is, informeer ik je meteen. Ik stuur je voor 17.00 uur een korte update.

Groet,
[Je naam]