Uitzonderingen bij het meervoud

Uitzonderingen bij het meervoud


Er zijn enkele belangrijke uitzonderingen bij het meervoud zelfstandig naamwoord.

Wat gebeurt er in het meervoud?

Meestal maak je in het Nederlands het meervoud met -en of -s.

Bij een aantal woorden verandert ook de klinker (de letter(s) a/e/i/o/u) in het midden.

  • lid → leden (klinker verandert)
  • gat → gaten (korte klinker wordt lang)
  • ei → eieren (speciaal meervoud op -eren)
  • broer → broers (meervoud op -s)

1) Klinkerverandering: je hoort en ziet een andere klinker

Sommige woorden veranderen in het meervoud van klinker. Je moet dit woord dus als uitzondering leren.

Enkelvoud Meervoud Wat valt op?
het lid de leden i → e
het schip de schepen i → e
de stad de steden a → e
  • Let op het lidwoord: in het meervoud is het altijd de (ook bij het-woorden).
  • Twijfel je? Zet het woord in een zin en zeg het hardop: hoor je een andere klinker? Dan zit je in deze groep.

2) Van korte naar lange klinker: 1 klinker + 1 medeklinker → klinker wordt “lang”

Bij sommige woorden met één klinker in de laatste lettergreep wordt die klinker in het meervoud lang uitgesproken.

Je ziet dat vaak omdat er -en achter komt, waardoor de lettergreep “open” wordt.

Enkelvoud Meervoud Wat gebeurt er?
het dak de daken a wordt lang
het gat de gaten a wordt lang
het glas de glazen a wordt lang
de dag de dagen a wordt lang

Zelfcheck (snel):

  1. Heeft het woord in het enkelvoud een korte klinker? (dak, gat, glas, dag)
  2. Komt er in het meervoud -en achter? Dan hoor je vaak een lange klinker: da-ken, ga-ten.

3) Meervoud op -eren: kleine groep, altijd onthouden

Een paar veelgebruikte woorden hebben een meervoud op -eren.

Enkelvoud Meervoud Niet doen
het kind de kinderen de kinders / de kinden
het ei de eieren de eien / de eis

Tip: leer deze woorden meteen als duo: het kind – de kinderen, het ei – de eieren.

4) Meervoud op -s: vaak bij woorden op -er / -em / -om

Sommige woorden krijgen in het meervoud -s (niet -en). Dat klinkt vaak natuurlijker.

Enkelvoud Meervoud Niet doen
de broer de broers de broeren
de oom de ooms de oomen
  • Praktisch: eindigt het woord op een lange klinker of op -er? Dan is -s vaak een goede gok.
  • Maar: controleer bij twijfel (woordenboek/taalgevoel), want niet elk woord volgt dit.

Waar moet je extra op letten in zinnen?

  • Lidwoord: meervoud is altijd de: het schip → de schepen.
  • Werkwoord: meervoud onderwerp = werkwoord in meervoud: Het kind eetDe kinderen eten.
  • Telwoorden: na twee/drie/veel komt bijna altijd meervoud: twee eieren, veel steden.

Snelle beslisroute (handig bij twijfel)

  1. Is het een woord dat je kent als uitzondering? kind → kinderen, ei → eieren, stad → steden, lid → leden.
  2. Anders: kies meestal -en (dak → daken, gat → gaten).
  3. Klinkt -en vreemd? Probeer -s (broer → broers, oom → ooms).
  4. Controleer: in het meervoud is het lidwoord altijd de.
  1. Soms verandert de klinker in het meervoud. Bijvoorbeeld: lid → leden.
  2. Korte klinkers worden soms als lange klinkers uitgesproken: gat → gaten.
  3. Sommige woorden krijgen een meervoud op -eren: ei → eieren.
EnkelvoudMeervoudUitzondering

het lid

het schip

de stad

de leden

de schepen

de steden

Klinkerverandering

het dak

het gat

het glas

de dag

de daken

de gaten

de glazen

de dagen

Van korte naar lange klinker

het kind

het ei

de kinderen

de eieren

Meervoud op -eren

de broer

de oom

de broers

de ooms

Meervoud op -s

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Voor twee personen neem ik twee ___ frietjes en twee snacks mee.


2. Ik wil twee ___ bij de nasi, want ik heb nog niet genoeg gegeten.


3. In de oude ___ zijn veel kleine afhaalzaken met pasta en snacks.


4. Op de website staan alle ___ voor Chinees eten en fastfood.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin in het meervoud (meer dan één): pas het zelfstandig naamwoord en overige woorden aan zodat de zin natuurlijk klinkt (bijv. het dak → de daken).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Ik zie een gat in het dak.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik zie gaten in de daken.
  2. Mijn kind eet een ei in de keuken.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mijn kinderen eten eieren in de keuken.
  3. Op het schip werkt één lid van de bemanning.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Op de schepen werken leden van de bemanning.
  4. In deze stad is er één oude brug.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    In deze steden zijn er oude bruggen.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 07/05/2026 16:17