Er zijn enkele belangrijke uitzonderingen bij het meervoud zelfstandig naamwoord.
- Soms verandert de klinker in het meervoud. Bijvoorbeeld: lid → leden.
- Korte klinkers worden soms als lange klinkers uitgesproken: gat → gaten.
- Sommige woorden krijgen een meervoud op -eren: ei → eieren.
| Enkelvoud | Meervoud | Uitzondering |
|---|---|---|
het lid het schip de stad | de leden de schepen de steden | Klinkerverandering |
het dak het gat het glas de dag | de daken de gaten de glazen de dagen | Van korte naar lange klinker |
het kind het ei | de kinderen de eieren | Meervoud op -eren |
de broer de oom | de broers de ooms | Meervoud op -s |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. We hebben vandaag drie soorten snacks: twee vegetarische burgers en drie porties frietjes voor alle _____.
2. Mijn broer en ik bestellen vaak Chinees eten, maar vanavond komen al mijn _____ bij mij thuis eten.
3. Kunt u drie porties pasta bezorgen voor mijn collega’s op kantoor? We zitten op the derde en vierde verdieping van het nieuwe _____ gebouw.
4. In het weekend eten we soms ongezond: we nemen dan twee dozen met verschillende snacks en vier _____ met frietjes.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin waarin het meervoud correct wordt gebruikt volgens de uitzonderingen in het Nederlands.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen: zet het zelfstandige naamwoord in het meervoud en pas de rest van de zin aan als dat nodig is (let op klinkerveranderingen, meervoud op -eren en meervoud op -s).
-
Het lid van de vereniging betaalt de contributie op tijd.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe leden van de vereniging betalen de contributie op tijd.
-
Op dit schip werkt een kok.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldOp deze schepen werken koks.
-
In de stad is één groot ziekenhuis.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIn de steden zijn grote ziekenhuizen.
-
Het kind eet een ei aan tafel.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe kinderen eten eieren aan tafel.
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Bespreek welke gerechten en hoeveel porties jullie willen bestellen.
- Welke gerechten bestellen jullie en hoeveel porties van elk?
- Heeft iemand in het team kinderen of familieleden die mee-eten? Hoeveel porties voor hen?
- Twee porties frietjes
- De pasta en een snack erbij
- Mijn kinderen willen Chinees eten
- klinkerverandering: lid → leden, stad → steden
- lange klinker in meervoud: gat → gaten, glas → glazen
- meervoud op -s / -eren: broers, ooms, kinderen, eieren