Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Zich aanmelden — Inloggen op het platform
Zich afmelden — Uitloggen van het platform
Het videogesprek — Een vergadering met beeld
Het telewerken — Werken op afstand

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Nieuwe regels voor thuiswerken

Vul de lege plekken in: aanmelden, afmelden, opgeslagen, platform, Videogesprekken, thuiswerken, laptop, thuiswerkbeleid, verbinding

(Nieuwe regels voor thuiswerken)

Vanaf volgende maand verandert het van ons bedrijf. Medewerkers mogen twee dagen per week . Op die dagen wordt er gewerkt via een digitaal . De van de medewerker wordt gebruikt voor e-mail en documenten, en de met het kantoor moet goed zijn.

Iedere ochtend moeten medewerkers zich eerst online . Aan het eind van de dag moeten zij zich ook weer . worden gebruikt voor teamoverleg. Belangrijke documenten worden niet meer geprint, maar digitaal . Zo wordt tijd bespaard en wordt er minder papier gebruikt.

  1. Hoeveel dagen per week mogen de medewerkers thuiswerken in deze tekst?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Morgen werk ik op afstand omdat er een monteur bij mij thuis komt. Ik neem mijn laptop mee naar huis en test vanavond alvast de verbinding. Om negen uur heb ik een videogesprek met het team via ons digitale platform. Eerst moet ik me aanmelden, en na het gesprek meld ik me weer af. Als de computer thuis toch problemen geeft, ga ik na de lunch naar kantoor. Daar ligt extra uitrusting voor telewerken.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Voor het videogesprek ___ ik mij aan op het platform van de organisatie.


2. Tijdens de vergadering wordt de verbinding getest en ___ iedereen zich aan met zijn bedrijfsaccount.


3. Aan het eind van de werkdag ___ ik mij af, zodat ik niet meer op het digitale platform zichtbaar ben.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik werk liever thuis/op kantoor, omdat… / Voor mijn werk heb ik nodig: … (bijvoorbeeld een goede verbinding en een laptop). / Meestal meld ik mij ’s ochtends aan en aan het einde van de dag meld ik mij af.

  1. Werkt u op dit moment meestal thuis of op kantoor? Kunt u kort uitleggen waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Kunt u uw normale werkdag thuis beschrijven? Wat doet u met de computer of laptop?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Wat vindt u lastig aan thuiswerken, bijvoorbeeld bij de verbinding of tijdens videogesprekken?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Stelt u zich voor dat u een nieuwe baan begint: welke afspraken maakt u met uw baas over thuiswerken en werken op kantoor?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Beste Anna,

Vanaf volgende maand willen we het thuiswerken beter plannen. Het is belangrijk dat de verbinding goed is als je op afstand werkt en dat je laptop en andere uitrusting in orde zijn.

Mijn idee:
- Maandag en woensdag: werken op kantoor
- Dinsdag en donderdag: digitaal werken (telewerken)
- Vrijdag: in overleg

Kun jij laten weten wat jouw voorkeur is? Wil je meer thuiswerken of liever meer op kantoor?

Met vriendelijke groet,
Mark Jansen
Teamleider


Beste Anna,

Vanaf volgende maand willen we het thuiswerken beter plannen. Het is belangrijk dat de verbinding goed is wanneer je op afstand werkt en dat je laptop en andere uitrusting in orde zijn.

Mijn voorstel:
- Maandag en woensdag: werken op kantoor
- Dinsdag en donderdag: digitaal werken (telewerken)
- Vrijdag: in overleg

Kun je aangeven wat jouw voorkeur is? Wil je liever meer thuiswerken of vaker op kantoor zijn?

Met vriendelijke groet,
Mark Jansen
Teamleider


Nuttige zinnen:

  1. Bedankt voor uw e-mail over ...

  2. Mijn voorkeur is om ...

  3. Ik heb nog een vraag over ...

Beste Mark,

Bedankt voor uw e-mail over thuiswerken. Uw voorstel is voor mij duidelijk.

Mijn voorkeur is om op maandag en woensdag op kantoor te werken. Op dinsdag en donderdag werk ik graag thuis. Mijn internetverbinding is goed en mijn laptop werkt ook goed. Op vrijdag kan ik flexibel zijn. Dan kan ik thuis of op kantoor werken, wat het team nodig heeft.

Ik hoor graag of dit akkoord is.

Met vriendelijke groet,
Anna Novak