Met de onvoltooid verleden toekomende tijdkan je beleefdheid, wensen en suggesties uitdrukken
- Gebruik zou/zouden + infinitief voor beleefde wensen en suggesties.
- Om beleefdheid en een wens uit te drukken, voeg je het woord 'graag' toe.
| Voorbeeld | |
|---|---|
| Wens | Ik zou graag met mijn partner willen samenwonen. |
| Beleefdheid | Zou jij me willen helpen? |
| Suggestie | Je zou aan de toekomst moeten denken. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. ___ jij morgen wat eerder willen weggaan, zodat je je dochter op tijd van de opvang kunt ophalen?
2. Ik ___ volgend jaar met mijn partner willen samenwonen.
3. Je ___ wat vaker met opa en oma kunnen bellen; zij missen je echt.
4. ___ u vanavond even op onze baby kunnen passen, als dat u uitkomt?
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de correcte zin waarin de onvoltooid verleden toekomende tijd correct wordt gebruikt om wensen, beleefdheid of suggesties uit te drukken.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met zou/zouden (+ eventueel graag) om een wens, een beleefde vraag of een suggestie uit te drukken. Voorbeeld: Ik wil op tijd naar huis. → Ik zou graag op tijd naar huis willen gaan.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIk zou graag met mijn partner willen samenwonen.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleZou jij me willen helpen met de verhuisdozen?
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWe zouden meer tijd met de kinderen moeten doorbrengen.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIk zou dit weekend graag mijn ouders willen bezoeken.
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Bespreek samen jullie gezinsplannen; geef beleefde wensen en suggesties.
- Welke gezinsplannen zou je graag hebben in de komende vijf jaar?
- Zou jij eerst willen samenwonen, trouwen of meteen een kind willen krijgen? Waarom?
- Ik zou graag een gezin willen stichten.
- Zou jij met mij willen samenwonen?
- Je zou eerst aan een huis of een huisdier kunnen denken.
- Ik zou graag ... willen ...
- Zou jij ... willen ...?
- Je zou ... kunnen/moeten ...