Oefening: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Beschrijf waar de mensen zijn en welke winkel ze bezoeken. (Beschrijf waar de mensen zijn en welke winkel ze bezoeken.)
  2. Zeg wat je meestal in deze winkels koopt. (Zeg wat je gewoonlijk in deze winkels koopt.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten