A2.21.1 - Fietsen over de Afsluitdijk
Fietsen over de Afsluitdijk
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| Het wandelpad |
| Het pad op de dijk |
| Het pad langs de Waddenzee |
| Veilig passeren |
| De bruggen |
| Het fiets- en wandelpad op de Afsluitdijk is nu grotendeels open. |
| Je kunt wandelen en fietsen over vierentwintig kilometer tussen twee spuicomplexen. |
| Dat kan over het bestaande fietspad langs de A7 of over het nieuwe pad langs de Waddenzee. |
| Bij de spuicomplexen maak je gebruik van de gratis fietsbus om veilig over te steken. |
| De fietsbruggen zijn weggehaald omdat er gewerkt wordt aan de Afsluitdijk. |
| Kijk op de informatiepagina voor de dienstregeling, de haltes en welke voertuigen in de fietsbus zijn toegestaan. |
Begripsvragen:
-
Hoeveel kilometer kun je wandelen en fietsen op de Afsluitdijk?
(Hoeveel kilometer kun je wandelen en fietsen op de Afsluitdijk?)
-
Waarom gebruik je de gratis fietsbus bij de spuicomplexen?
(Waarom gebruik je bij de spuicomplexen de gratis fietsbus?)
-
Over welke twee paden kun je kiezen als je over de Afsluitdijk gaat?
(Uit welke twee paden kun je kiezen als je de Afsluitdijk oversteekt?)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Wandelen of fietsen in Nederland?
| 1. | Alex: | Zullen we dit weekend over de Afsluitdijk fietsen? |
| 2. | Eva: | Die route is lang. Ik wil liever op de Vaalserberg wandelen. |
| 3. | Alex: | De route over de dijk is lang, maar gemakkelijk. Wandelen is vermoeiend. |
| 4. | Eva: | Op de Vaalserberg stappen we omhoog naar een prachtig uitzicht vanaf het hoogste punt van Nederland. |
| 5. | Alex: | Bij de Afsluitdijk zie je onderweg het meer en de rivier; dat is ook prachtig. |
| 6. | Eva: | In Limburg lopen we door het bos en langs een waterval. Veel groener! |
| 7. | Alex: | Fietsen gaat sneller dan wandelen, dat is handiger. |
| 8. | Eva: | Maar wandelen is rustiger, en ik draag graag mijn wandelschoenen. |
| 9. | Alex: | Omlaag fietsen van een brug is ook leuk en spannend! |
| 10. | Eva: | Ja, maar daar hebben ze geen Limburgse vlaai. Dáár heb ik zin in! |
| 11. | Alex: | Dan doen we eerst de fietstocht en volgende week de wandeltocht? |
| 12. | Eva: | Nee hoor, eerst wandelen, dan pas fietsen! |
| 13. | Alex: | Nou, die koppigheid kende ik al toen we trouwden. Wandelen dus. |
1. Wat stelt Alex voor om dit weekend te doen?
2. Waarom wil Eva liever naar de Vaalserberg?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
Kunt u een favoriete plek voor een zondagwandeling in Nederland beschrijven? Wat ziet u daar onderweg?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U krijgt dit weekend bezoek van vrienden. Hoe nodigt u hen uit voor een korte wandeling en welke route stelt u voor?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Wandelt u liever in de stad of in een natuurgebied (bijvoorbeeld in het bos of langs een meer)? Waarom?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Stelt u zich voor dat u een wandeltocht met collega’s plant. Wat vertelt u over de route en wat moeten ze meenemen?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 4: Oefening in context
Instructie: Bonus: ontdek het drielandenpunt Vaalserberg in Limburg.
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen