Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
| Woord |
|---|
| Het wandelpad |
| Het pad op de dijk |
| Het pad langs de Waddenzee |
| Veilig passeren |
| De bruggen |
1. Wat kun je doen op de Afsluitdijk?
2. Hoe lang is het deel van de Afsluitdijk waar je kunt wandelen en fietsen?
3. Waarom gebruik je de gratis fietsbus?
4. Waar vind je informatie over de dienstregeling en de haltes van de fietsbus?
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Wandelen of fietsen in Nederland?
| 1. | Alex: | Zullen we dit weekend over de Afsluitdijk fietsen? |
| 2. | Eva: | Die route is lang. Ik wil liever op de Vaalserberg wandelen. |
| 3. | Alex: | De route over de dijk is lang, maar gemakkelijk. Wandelen is vermoeiend. |
| 4. | Eva: | Op de Vaalserberg stappen we omhoog naar een prachtig uitzicht vanaf het hoogste punt van Nederland. |
| 5. | Alex: | Bij de Afsluitdijk zie je onderweg het meer en de rivier; dat is ook prachtig. |
| 6. | Eva: | In Limburg lopen we door het bos en langs een waterval. Veel groener! |
| 7. | Alex: | Fietsen gaat sneller dan wandelen, dat is handiger. |
| 8. | Eva: | Maar wandelen is rustiger, en ik draag graag mijn wandelschoenen. |
| 9. | Alex: | Omlaag fietsen van een brug is ook leuk en spannend! |
| 10. | Eva: | Ja, maar daar hebben ze geen Limburgse vlaai. Dáár heb ik zin in! |
| 11. | Alex: | Dan doen we eerst de fietstocht en volgende week de wandeltocht? |
| 12. | Eva: | Nee hoor, eerst wandelen, dan pas fietsen! |
| 13. | Alex: | Nou, die koppigheid kende ik al toen we trouwden. Wandelen dus. |
1. Wat stelt Alex voor om dit weekend te doen?
2. Waarom wil Eva liever naar de Vaalserberg?