Een man belt 112 omdat zijn moeder misschien een beroerte heeft. De centralist stelt vragen en stuurt direct een ambulance. In Nederland bel je 112 altijd bij spoed, bijvoorbeeld voor de politie, brandweer of ambulance. Je mag ook bellen als je twijfelt.
Een man belt 112 omdat zijn moeder misschien een beroerte heeft. De centralist stelt vragen en stuurt direct een ambulance. In Nederland bel je 112 altijd bij spoed, bijvoorbeeld voor de politie, brandweer of ambulance. Je mag ook bellen als je twijfelt.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord
Ambulancezorg
Hulp nodig hebben
Honderd twaalf bellen
Een beroerte
Bij bewustzijn zijn
Zich kunnen bewegen
Veel moeite kosten
De ambulance is onderweg
Iemand verder helpen
Ambulancezorg, goedemiddag. Wat is het adres waar hulp nodig is?
We zijn op de Katschiplaan. Mijn moeder heeft hulp nodig.
Waarom belt u ons? Wat is er met uw moeder gebeurd?
Ze wankelt als ze loopt, praat raar en kan niets goed vastpakken.
Misschien is het een beroerte. Goed dat u belt; dat moet u zeker doen.
Is ze wakker en bij bewustzijn?
Ja, maar ze zegt zulke rare dingen en praat alsof ze dronken is.
Kunt u haar vragen of zij haar armen goed kan bewegen en ze in de lucht kan steken?
Nee, één arm lukt bijna niet en haar mond hangt scheef.
De ambulance is onderweg. Blijf bij haar totdat wij er zijn.

1. Waarom belt de beller de ambulancezorg?


2. Wat vermoed de medewerker over de toestand van de moeder?


3. Welke van de volgende klachten wordt in het gesprek genoemd?


4. Wat adviseert de medewerker aan het einde van het telefoongesprek?


Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Een noodgeval melden bij 112

1. Beller: Hallo, ik wil een noodgeval melden.
2. Operator 112: U spreekt met de hulpdiensten. Wat is er precies aan de hand?
3. Beller: Ik bel voor mijn moeder. Ze doet raar, misschien een beroerte.
4. Operator 112: Kunt u de situatie beschrijven?
5. Beller: Ze praat raar en haar mond hangt scheef. Ik wist niet zeker of ik hiervoor het noodnummer moest bellen.
6. Operator 112: U doet er goed aan om te bellen. Kan ze haar armen omhoog doen?
7. Beller: Nee, dat kan ze niet. Ze praat ook alsof ze dronken is.
8. Operator 112: Wat is uw adres? We sturen meteen een ambulance.
9. Beller: Katschiplaan 19. Moet ik ook de brandweer bellen? We wonen in een flat zonder lift.
10. Operator 112: Nee, dat is niet nodig. Wij regelen alles. De ambulance is er binnen 15 minuten.
11. Beller: Brengen jullie haar naar de spoedeisende hulp?
12. Operator 112: We kijken ter plaatse hoe het met haar gaat en brengen haar zo nodig naar het ziekenhuis.

1. Wat is er aan de hand met de moeder van de beller?


2. Waarom twijfelt de beller om het noodnummer te bellen?