A2.35 - Lokale diensten en winkels
A2.35 - Lokale diensten en winkels

A2.35 - Lokale diensten en winkels - Oefeningen

Lokale diensten en winkels


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

de bakkerij — de winkel voor brood
de cadeauwinkel — de winkel voor cadeaus
de fietsenmaker — de reparateur van fietsen
binnen in het winkelcentrum — in het winkelcentrum

Oefening 2: Examenvoorbereiding (Audio)

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Servicebericht: winkels en diensten in Winkelcentrum Parkhof

Vul de lege plekken in: fietsenmaker, via, bakkerij, één, rond, vanwege, Vanuit

(Servicebericht: winkels en diensten in Winkelcentrum Parkhof)

Servicebericht Winkelcentrum ParkhofHet winkelcentrum is deze week extra druk onderhoud. De hoofdingang is open, maar je loopt het werkgebied. de parkeergarage ga je de zijdeur. De en de slager blijven open; het kapsalon is dag gesloten.

Heb je een reparatie nodig? De kan je fiets meestal dezelfde dag repareren. Voor schoenen kun je naar de schoenmaker. Een verkoper in de kledingzaak helpt je met ruilen of met een cadeaubon. Bij vragen meld je je bij de klantbalie.

  1. Welke winkels of diensten uit de tekst zou jij gebruiken in een winkelcentrum, en waarom?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vanmiddag ga ik naar het winkelcentrum omdat ik een paar dingen moet regelen. Eerst ga ik naar de bakkerij voor brood en daarna naar de fruitwinkel. Ik zoek ook een klein cadeau, dus ik loop even de cadeauwinkel binnen. Mijn fiets maakt een raar geluid, dus ik breng hem naar de fietsenmaker. Als ik tijd heb, kijk ik nog in de kledingzaak. Hopelijk ben ik rond vijf uur weer thuis.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Binnen in het winkelcentrum ___ de verkoper mij een bon voor de schoenen.


2. Rond het winkelcentrum ___ ik bij de fruitwinkel twee appels en een banaan.


3. Vanuit de slager ben ik naar de bakkerij gelopen en daarna ___ ___ nog even ___.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Oefening 6: Discussievragen (AI+)

Instructie: Spreken: vertaal en beantwoord (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik ga meestal naar de ... omdat ik daar ... kan doen/kopen / Vanaf de ingang loop je ... en dan ... / Het is in het winkelcentrum, rond de hoek bij ...

  1. Je bent nieuw in de buurt. Welke winkels of diensten bezoek je in het winkelcentrum en wat koop of regel je daar?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Je wilt een klein cadeau kopen en daarna iets laten repareren. Naar welke winkel ga je en hoe loop je vanaf de ingang van het winkelcentrum daarheen?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Brief schrijven (AI+)

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Hoi! Ben je vandaag even vrij?

Ik moet nog naar het winkelcentrum: brood halen bij de bakkerij en een klein cadeautje kopen bij de cadeauwinkel. Daarna wil ik ook langs de fietsenmaker, want mijn ketting is eraf.

Heb jij zin om mee te gaan? We kunnen elkaar binnen bij de ingang ontmoeten, of anders rond 16:00 bij de bakker. Laat je even weten wat voor jou lukt?

Groetjes, Noor


Hoi! Ben je vandaag even vrij?

Ik moet nog naar het winkelcentrum: brood halen bij de bakkerij en een klein cadeautje kopen bij de cadeauwinkel. Daarna wil ik ook langs de fietsenmaker, want mijn ketting is eraf.

Heb jij zin om mee te gaan? We kunnen elkaar binnen bij de ingang ontmoeten, of anders rond 16:00 bij de bakker. Laat je even weten wat voor jou lukt?

Groetjes, Noor


Nuttige zinnen:

  1. Ik kan (vandaag) om ... maar niet om ...

  2. Zullen we elkaar binnen bij de hoofdingang ontmoeten?

  3. Ik kom vanuit ... en ga daarna nog naar ...

Hoi Noor,

Ja, ik heb tijd. Ik kan om 16:00. Zullen we elkaar binnen bij de hoofdingang ontmoeten? Ik kom vanuit kantoor, dus ik ben er rond 15:55.

Ik ga daarna ook nog even naar de fruitwinkel. Als jij klaar bent bij de fietsenmaker, kunnen we samen teruglopen.

Tot straks!