Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Servicebericht: Winkelcentrum Stadshart (dit weekend)
Vul de lege plekken in: verkoper, vanuit, klant, via, kapsalon, bakkerij, rond, tegen, binnen, fietsenmaker, fruitwinkel
(Servicebericht: Winkelcentrum Stadshart (dit weekend))
Servicebericht – Winkelcentrum Stadshart
Kom je dit weekend winkelen? Op zaterdag is er onderhoud aan de hoofdingang. Je kunt het winkelcentrum via de ingang bij de of de parkeergarage. Loop het plein: daar zijn de , de slager en een cadeauwinkel. De zit achter de lift, de muur naast de kledingzaak.
Let op: door de verbouwing zijn sommige winkels later open. Het is zaterdag gesloten. Heb je iets gekocht dat je wilt ruilen? Bewaar je bon. Vraag bij de naar de voorwaarden; als kun je vaak binnen 14 dagen terugkomen. Kom je het station, dan is de route via de Marktstraat het snelst.
-
Welke ingangen kun je gebruiken om het winkelcentrum binnen te gaan en waarom?
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Binnen in het winkelcentrum ___ de verkoper mij een bon voor de cadeauwinkel.
2. We liepen rond het winkelcentrum en ___ een bos bloemen bij de bloemist.
3. Ik kwam vanuit het station en ___ nieuwe schoenen bij de schoenenwinkel.
Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
Ik ga meestal naar de … in het winkelcentrum. / De … is binnen, rond de hoek of tegenover de … / Vanuit de ingang loop ik naar …
-
Je bent nieuw in de buurt: welke winkels of diensten zoek je in het centrum en waarom?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Je wilt eerst een cadeau kopen en daarna iets laten repareren: waar ga je eerst naartoe en hoe loop je in het winkelcentrum (bijv. binnen, rond de hoek, tegenover)?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Hoi! Ik ga vanmiddag naar het winkelcentrum. Ik wil nog langs de bakkerij en de fruitwinkel. Mijn fiets maakt ook een raar geluid. Weet jij een goede fietsenmaker daar binnen?
Ik loop meestal rond 16:30. Wil jij mee? Dan kunnen we ook even naar de cadeauwinkel voor een klein cadeau voor Sara.
Groet, Noor
Hoi! Ik ga vanmiddag naar het winkelcentrum. Ik wil nog langs de bakkerij en de fruitwinkel. Mijn fiets maakt ook een raar geluid. Weet jij een goede fietsenmaker daar binnen?
Ik ben er meestal rond 16:30. Wil jij mee? Dan kunnen we ook even naar de cadeauwinkel voor een klein cadeau voor Sara.
Groet, Noor
Nuttige zinnen:
-
Ik kan (wel/niet) mee, want...
-
Zullen we afspreken bij... binnen het winkelcentrum?
-
Ik kom vanuit... en ik ben er rond...
Leuk! Ik ga graag mee. Ik kom vanuit kantoor en ik ben er rond 16:30. Zullen we afspreken binnen het winkelcentrum bij de hoofdingang, naast de bakkerij?
Ik ken een goede fietsenmaker daar, hij zit bij de uitgang richting de parkeerplaats. Eerst langs de fruitwinkel en daarna naar de cadeauwinkel voor Sara is een goed plan.
Tot straks!
Groet, Amir