Deze les behandelt gezondheidsthema's zoals slaap, voeding en beweging, met nuttige tijdsuitdrukkingen als 'deze week' en 'een tijd geleden'. Leer ook kernwoorden als trainen, rennen en krachttraining in praktische gesprekken over je sportactiviteiten.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
A2.28.1 Kort verhaal
Het belang van slaap, voeding en beweging
Het belang van slaap, voeding en beweging
Woordenschat (15) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Sterk
Sterk
2
Rennen
Rennen
3
De yoga
De yoga
4
De conditie
De conditie
5
Het zwembad
Het zwembad
Oefening 2: Gespreksoefening
Instructie:
- Sport je? Zo ja, wat doe je? (Sport je? Zo ja, wat doe je?)
- Hoe neem je beweging op in je dagelijks leven? (Hoe neem je beweging op in je dagelijkse leven?)
- Voel je je meestal moe of vol energie na het sporten? (Voel je je meestal moe of vol energie na het sporten?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Ik doe elke dag yoga. Ik doe ook stretchoefeningen. |
Ik hef drie keer per week gewichten in de sportschool. Ik vind het leuk omdat het me sterk laat voelen. |
Ik loop naar mijn kantoor in plaats van de auto te nemen. |
Ik heb een zwembad, dus zwem ik elke ochtend een half uur. |
Ik voel me altijd goed na het doen van wat voor soort oefening dan ook. Het geeft me energie. |
Ik voel me moe na het sporten. Meestal ga ik vroeg naar bed op zo'n dag. |
... |
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Deze week _____ ik elke dag in het zwembad om mijn conditie te verbeteren.
2. Gisteren _____ ik langer rennen dan vorige week.
3. Een tijd geleden _____ ik drie keer per week krachttraining.
4. Vandaag heb ik een uur _____ in het park.
Oefening 5: Oefening en levensstijl
Instructie:
Werkwoordschema's
Kunnen - Kunnen
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
- ik kon
- jij kon
- hij/zij/het kon
- wij konden
- jullie konden
- zij konden
Trainen - Trainen
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
- ik trainde
- jij trainde
- hij/zij/het trainde
- wij trainden
- jullie trainden
- zij trainden
Rennen - Rennen
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
- ik ben gerend
- jij bent gerend
- hij/zij/het is gerend
- wij zijn gerend
- jullie zijn gerend
- zij zijn gerend
Oefening 6: Tijdsuitdrukkingen (deze week, een tijd geleden, ...)
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Tijdsuitdrukkingen (deze week, een tijd geleden, ...)
Toon vertaling Toon antwoordenVandaag, Een tijd geleden, deze week, een tijd geleden, gisteren, Gisteren
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A2.28.2 Grammatica
Tijdsuitdrukkingen (deze week, een tijd geleden, ...)
Tijdsuitdrukkingen (deze week, een tijd geleden, ...)
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Kunnen kunnen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) kon | (ik) kon |
(jij) kon/konde | (jij) kon/konde |
(hij/zij/het) kon | (hij/zij/het) kon |
(wij) konden | (wij) konden |
(jullie) konden | (jullie) konden |
(zij) konden | (zij) konden |
Trainen trainen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) trainde | (ik) trainde |
(jij) trainde/traind(e) | (jij) trainde/traind(e) |
(hij/zij/het) trainde | (hij/zij/het) trainde |
(wij) trainden | (wij) trainden |
(jullie) trainden | (jullie) trainden |
(zij) trainden | (zij) trainden |
Rennen rennen Delen Gekopieerd!
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) heb gerend | (ik) heb gerend |
(jij) hebt/ hebt gerend | (jij) hebt/ hebt gerend |
(hij/zij/het) heeft gerend | (hij/zij/het) heeft gerend |
(wij) hebben gerend | (wij) hebben gerend |
(jullie) hebben gerend | (jullie) hebben gerend |
(zij) hebben gerend | (zij) hebben gerend |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Inleiding tot de les: Exercise and lifestyle
Deze les richt zich op het bespreken van belangrijke aspecten van een gezonde levensstijl, zoals slaap, voeding en beweging. Daarnaast leer je hoe je tijdsuitdrukkingen gebruikt om over recente en eerdere activiteiten te praten, zoals deze week en een tijd geleden. De les is geschikt voor het niveau A2, wat betekent dat je al wat basiskennis van het Nederlands hebt en nu leert om uitgebreider te communiceren over dagelijkse onderwerpen.
Belangrijkste onderwerpen in deze les
Slaap, voeding en beweging
Een gezonde levensstijl draait om een goede balans tussen voldoende slaap, voedzame maaltijden en regelmatige lichaamsbeweging. In deze les komt vooral lichaamsbeweging aan bod, met gesprekken over sportactiviteiten en dagelijkse routines die energie en welzijn bevorderen.
Tijdsuitdrukkingen
Je leert hoe je tijdsaanduidingen kunt gebruiken om gebeurtenissen in het verleden, het heden en de nabije toekomst te plaatsen. Bijvoorbeeld:
- deze week – om te praten over recente activiteiten
- een tijd geleden – om eerdere periodes te beschrijven
Voorbeelden van nuttige woorden en uitdrukkingen
- krachtentraining – krachttraining, oefeningen om spieren te versterken
- cardio – cardio, hart- en conditietraining
- wandelen – wandelen, een laagdrempelige vorm van beweging
- yoga – yoga, ontspannende sport met rek- en strekoefeningen
- gesport – voltooid deelwoord van sporten (gebruikt in voltooide tijden)
Werkwoordgebruik en zinsconstructies
De les besteedt aandacht aan het gebruiken van juiste werkwoordsvormen in de verleden tijd, zoals:
- ik trainde (Onvoltooid Verleden Tijd van trainen)
- ik kon (Onvoltooid Verleden Tijd van kunnen)
- ik ben gerend (Voltooid Tegenwoordige Tijd van rennen)
Deze tijden zijn belangrijk om over je sportactiviteiten te vertellen en ervaringen te delen.
Praktische communicatie in sportsituaties
Je oefent directe gesprekken rondom sport en beweging, bijvoorbeeld:
- Hoe vaak sport je?
- Welke oefeningen doe je?
- Welke voordelen ervaar je van regelmatig sporten?
- Hoe organiseer je je dagelijkse beweging?
Dit helpt je om zelfverzekerd en natuurlijk over je levensstijl te spreken.
Opmerkingen over verschillen tussen instructietaal en het Nederlands
De instructietaal is Nederlands, net als de leerdoeltaal, wat betekent dat er meestal geen vertalingen nodig zijn. Toch is het handig om enkele specifieke Nederlandse uitdrukkingen te begrijpen, omdat deze soms anders gebruikt worden dan in het Engels of andere talen:
- "een tijd geleden" – betekent 'een poosje terug' of 'lang geleden', gebruikt om over het verleden te spreken zonder een precieze datum.
- "deze week" – betekent de huidige kalenderweek, gebruikt voor recente of lopende activiteiten.
- vervoegingen van kunnen en rennen – in het Nederlands is het belangrijk om de juiste verleden tijd en voltooid deelwoord te gebruiken, zoals "ik kon" (niet *"ik konde"), en "ik ben gerend" (voltooid deelwoord met hulpwerkwoord).
Deze kennis helpt om natuurlijk te spreken en te schrijven, vooral in gesprekken over je dagelijkse levensstijl en sport.