De passieve vorm legt de nadruk op het object, bv. ‘De laptop wordt gebruikt’, ‘Het document is geschreven’.
- Een passieve zin heeft vaak geen onderwerp.
- Een passieve zin bevat altijd een vorm van het hulpwerkwoord 'worden'of 'zijn' en een voltooid deelwoord.
- In een passieve zin wordt de handelende persoon weergegeven met 'door', die meestal kan worden weggelaten.
| Werkwoordstijd | Actief | Passief |
|---|---|---|
| onvoltooid tegenwoordige tijd | Jan start het videogesprek. | Het videogesprek wordt gestart (door Jan). |
| onvoltooid verleden tijd | Hij gebruikte zijn computer nauwelijks. | Zijn computer werd nauwelijks gebruikt (door hem). |
| voltooid tegenwoordige tijd | Anna heeft het videogesprek afgebroken. | Het videogesprek is afgebroken (door Anna). |
| voltooid verleden tijd | Ik had het gesprek gestart. | Het gesprek was gestart (door mij). |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. De laptop _____ vandaag op kantoor klaargezet.
2. Gisteren _____ de verbinding tijdens het videogesprek steeds verbroken.
3. Het platform _____ net bijgewerkt door de IT-afdeling.
4. Het document _____ al opgeslagen voordat je je afmeldde.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Zet de zin om van actief naar passief (let op de tijd): gebruik 'worden' in de onvoltooid tegenwoordige/verleden tijd en 'zijn' in de voltooid tegenwoordige/verleden tijd. Voorbeeld: De manager belt de klant. → De klant wordt gebeld (door de manager).
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Toon/verberg hints-
De medewerker start het videogesprek.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHet videogesprek wordt gestart (door de medewerker).
-
De ict-helpdesk controleerde de laptop gisteren.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe laptop werd gisteren gecontroleerd (door de ICT-helpdesk).
-
Mijn collega heeft het document vandaag verstuurd.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHet document is vandaag verstuurd (door mijn collega).
-
Wij hadden het formulier al ingevuld.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHet formulier was al ingevuld (door ons).