De passieve vorm legt de nadruk op het object, bv. ‘De laptop wordt gebruikt’, ‘Het document is geschreven’.

Wanneer gebruik je de passieve zin?

In het passief leg je de focus op wat er gebeurt (het resultaat of het proces), niet op wie het doet.

  • De doener is onbekend: De laptop wordt klaargezet.
  • De doener is niet belangrijk: De notulen werden gisteren verstuurd.
  • Je wilt zakelijk/formeel klinken (rapporten, processen): Het platform is bijgewerkt.

Tip: Als je juist de persoon wilt benadrukken, is actief vaak beter.

De bouw: in 3 stappen (actief → passief)

  1. Zoek het lijdend voorwerp (wat/wie ondergaat de actie).
  2. Zet dat vooraan: dat wordt het onderwerp van de passieve zin.
  3. Kies de juiste hulpwerkwoordvorm (worden of zijn) + voltooid deelwoord.
Actief Passief
De medewerker start het videogesprek. Het videogesprek wordt gestart (door de medewerker).
De ICT-helpdesk controleerde de laptop. De laptop werd gecontroleerd (door de ICT-helpdesk).

Worden of zijn? Denk: proces versus resultaat

  • worden = de handeling is bezig / het proces staat centraal.
    Het document wordt opgeslagen.
  • zijn = de handeling is al klaar / het resultaat staat centraal.
    Het document is opgeslagen.

Zelfcheck: Kun je “al/klaar” toevoegen? Dan past zijn vaak goed.
Het document is al opgeslagen.

Welke tijd kies je? (snelle keuzehulp)

Als actief is… Dan passief is… Voorbeeld
OTT (ik start) wordt + voltooid deelwoord Het videogesprek wordt gestart.
OVT (ik startte) werd/waren + voltooid deelwoord De verbinding werd verbroken.
VTT (ik heb gestart) is/zijn + voltooid deelwoord Het platform is bijgewerkt.
VVT (ik had gestart) was/waren + voltooid deelwoord Het gesprek was gestart.

Let op: De tijd van de passieve zin komt overeen met de tijd in de actieve zin.

De ‘door’-groep: wanneer wel, wanneer weg?

  • Door + persoon/organisatie = de doener is relevant.
    Het platform is bijgewerkt door de IT-afdeling.
  • Weglaten = de doener is algemeen, onbekend of onbelangrijk.
    Het platform is bijgewerkt.

Veelgemaakte fout: na door komt geen tijd/plaats.

  • De notulen werden verstuurd door gisteren.
  • De notulen werden gisteren verstuurd (door de assistent).

Vaste valkuilen (en hoe je ze voorkomt)

  • Na wordt/werd/is/was komt een voltooid deelwoord (niet de infinitief).
    De laptop wordt gebruiken.
    De laptop wordt gebruikt.
  • Woordvolgorde: tijd/plaats kan vaak tussen hulpwerkwoord en deelwoord.
    De laptop wordt vandaag op kantoor klaargezet.
  • Enkelvoud/meervoud: hulpwerkwoord past zich aan het onderwerp aan.
    De notulen werden verstuurd. / Het document werd verstuurd.

Mini-checklist: klopt jouw passieve zin?

  1. Staat het juiste onderwerp vooraan (wat de actie ondergaat)?
  2. Heb je worden (proces) of zijn (resultaat) gekozen?
  3. Staat er een voltooid deelwoord?
  4. Is door + doener logisch (en anders weggelaten)?
  5. Klopt de tijd met de context (nu / gisteren / al / voordat)?
  1. Een passieve zin heeft vaak geen onderwerp.
  2. Een passieve zin bevat altijd een vorm van het hulpwerkwoord 'worden'of 'zijn' en een voltooid deelwoord.
  3. In een passieve zin wordt de handelende persoon weergegeven met 'door', die meestal kan worden weggelaten.
WerkwoordstijdActiefPassief
onvoltooid tegenwoordige tijdJan start het videogesprek.Het videogesprek wordt gestart (door Jan).
onvoltooid verleden tijdHij gebruikte zijn computer nauwelijks.Zijn computer werd nauwelijks gebruikt (door hem).
voltooid tegenwoordige tijdAnna heeft het videogesprek afgebroken.Het videogesprek is afgebroken (door Anna).
voltooid verleden tijdIk had het gesprek gestart.Het gesprek was gestart (door mij).

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. De laptop _____ vandaag op kantoor klaargezet.


2. Gisteren _____ de verbinding tijdens het videogesprek steeds verbroken.


3. Het platform _____ net bijgewerkt door de IT-afdeling.


4. Het document _____ al opgeslagen voordat je je afmeldde.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Zet de zin om van actief naar passief (let op de tijd): gebruik 'worden' in de onvoltooid tegenwoordige/verleden tijd en 'zijn' in de voltooid tegenwoordige/verleden tijd. Voorbeeld: De manager belt de klant. → De klant wordt gebeld (door de manager).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. De medewerker start het videogesprek.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Het videogesprek wordt gestart (door de medewerker).
  2. De ict-helpdesk controleerde de laptop gisteren.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De laptop werd gisteren gecontroleerd (door de ICT-helpdesk).
  3. Mijn collega heeft het document vandaag verstuurd.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Het document is vandaag verstuurd (door mijn collega).
  4. Wij hadden het formulier al ingevuld.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Het formulier was al ingevuld (door ons).

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 29/04/2026 04:25