Vocabulaire (13)

Het pensioen

Het pensioen Montrer

La retraite Montrer

De uitkering

De uitkering Montrer

L'allocation Montrer

Het vrijwilligerswerk

Het vrijwilligerswerk Montrer

Le bénévolat Montrer

De vrije tijd

De vrije tijd Montrer

Le temps libre Montrer

Vrije tijd hebben

Vrije tijd hebben Montrer

Avoir du temps libre Montrer

Met pensioen gaan

Met pensioen gaan Montrer

Prendre sa retraite Montrer

Het risico

Het risico Montrer

Le risque Montrer

Het doel

Het doel Montrer

Le but Montrer

De mogelijkheid

De mogelijkheid Montrer

La possibilité Montrer

Waarschijnlijk

Waarschijnlijk Montrer

Probablement Montrer

Beslissen

Beslissen Montrer

Décider Montrer

Zich vervelen

Zich vervelen Montrer

S'ennuyer Montrer

Genieten

Genieten Montrer

Profiter Montrer

Zich vervelen (s'ennuyer)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) verveel me
(jij/je) verveelt je
(hij/zij/ze/het) verveelt zich
(wij/we) vervelen ons
(jullie) vervelen je
(zij/ze) vervelen zich

Genieten (profiter)

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)


(ik) zal genieten
(jij/je) zult genieten
(hij/zij/ze/het) zal genieten
(wij/we) zullen genieten
(jullie) zullen genieten
(zij/ze) zullen genieten