2. Vocabulario (15)

De oefeningen

De oefeningen Mostrar

Los ejercicios Mostrar

De yoga

De yoga Mostrar

El yoga Mostrar

Het zwembad

Het zwembad Mostrar

La piscina Mostrar

De routine

De routine Mostrar

La rutina Mostrar

De conditie

De conditie Mostrar

La condición física Mostrar

De beweging

De beweging Mostrar

El movimiento Mostrar

De gewichten

De gewichten Mostrar

Las pesas Mostrar

De kracht

De kracht Mostrar

La fuerza Mostrar

De krachttraining

De krachttraining Mostrar

El entrenamiento de fuerza Mostrar

De training

De training Mostrar

El entrenamiento Mostrar

Sterk

Sterk Mostrar

Fuerte Mostrar

Een gezond leven leiden

Een gezond leven leiden Mostrar

Llevar una vida sana Mostrar

Trainen

Trainen Mostrar

Entrenar Mostrar

Optillen

Optillen Mostrar

Levantar Mostrar

Rennen

Rennen Mostrar

Correr Mostrar

4. Ejercicios

Ejercicio 1: Redacción de correspondencia

Instrucción: Escribe una respuesta al siguiente mensaje adecuada a la situación

Correo electrónico: Recibes un correo electrónico de un centro deportivo de barrio sobre una semana de prueba para hacer deporte; responde para hacer preguntas y describir tus propias rutinas y deseos.


Beste buur,

In ons sportcentrum in de wijk hebben we deze maand een proefweek. Je kunt gratis trainen in de fitness, meedoen met yoga en zwemmen in het zwembad.

Veel mensen willen een gezond leven leiden, maar hebben weinig tijd. Daarom hebben we nu korte trainingen van 30 minuten, bijvoorbeeld krachttraining met lichte gewichten of een rustige routine met oefeningen voor de rug.

Wil jij deze week komen? Stuur ons een mail met je normale beweging op een dag en wanneer je tijd hebt.

Met vriendelijke groet,
Lisa, Buurtsportcentrum Parklaan


Estimado/a vecino/a,

En nuestro centro deportivo del barrio tenemos este mes una semana de prueba. Puedes entrenar gratis en el gimnasio, participar en yoga y nadar en la piscina.

Mucha gente quiere llevar una vida saludable, pero tiene poco tiempo. Por eso ahora ofrecemos entrenamientos cortos de 30 minutos, por ejemplo entrenamiento de fuerza con pesas ligeras o una rutina relajada con ejercicios para la espalda.

¿Quieres venir esta semana? Envíanos un correo con tu actividad física habitual en un día y cuándo tienes tiempo.

Un saludo cordial,
Lisa, Centro Deportivo de Barrio Parklaan


Entiende el texto:

  1. Wat voor activiteiten kun je doen in het sportcentrum tijdens de proefweek?

    (¿Qué actividades puedes hacer en el centro deportivo durante la semana de prueba?)

  2. Wat wil Lisa dat jij in je e-mail over jezelf schrijft?

    (¿Qué quiere Lisa que escribas sobre ti en tu correo?)

Frases útiles:

  1. Bedankt voor uw e-mail over de proefweek.

    (Gracias por su correo sobre la semana de prueba.)

  2. Normaal beweeg ik...

    (Normalmente me muevo...)

  3. Ik heb tijd op...

    (Tengo tiempo el...)

Beste Lisa,

Bedankt voor uw e-mail over de proefweek. Ik wil graag meedoen.

Normaal beweeg ik niet zo veel. Ik wandel elke dag een half uur, maar ik doe geen krachttraining. Een tijd geleden zwom ik elke week, dat vond ik fijn.

Deze week heb ik tijd op dinsdag- en donderdagavond na 18.00 uur. Ik wil graag een korte training proberen en misschien ook yoga, zodat ik beter slaap.

Kunt u mij vertellen of ik mij moet inschrijven voor een tijd?

Met vriendelijke groet,
Ahmet Yılmaz

Estimada Lisa,

Gracias por su correo sobre la semana de prueba. Me gustaría participar.

Normalmente no me muevo mucho. Camino media hora todos los días, pero no hago entrenamiento de fuerza. Hace tiempo que nadaba cada semana y me gustaba mucho.

Esta semana tengo tiempo los martes y jueves por la tarde, después de las 18:00. Me gustaría probar un entrenamiento corto y quizá también yoga, para dormir mejor.

¿Puede decirme si debo inscribirme para una franja horaria?

Un saludo cordial,
Ahmet Yılmaz

Ejercicio 2: Opción múltiple

Instrucción: Elige la solución correcta

1. Een tijd geleden ___ ik nog geen vijf minuten rennen zonder pauze.

(Hace algún tiempo ___ ik nog geen vijf minuten rennen zonder pauze.)

2. Deze week ___ we door onze drukke baan maar twee keer trainen in het zwembad.

(Deze week ___ we door onze drukke baan maar twee keer trainen in het zwembad.)

3. Gisteren ___ we samen met de collega’s om onze conditie en kracht te verbeteren.

(Gisteren ___ we samen met de collegas om onze conditie en kracht te verbeteren.)

4. Vandaag ___ ik in het park hardgelopen en daarna ___ ik nog tien minuten in het zwembad gerend.

(Vandaag ___ ik in het park hardgelopen en daarna ___ ik nog tien minuten in het zwembad gerend.)

Ejercicio 3: Tarjetas de diálogo

Instrucción: Selecciona una situación y practica la conversación con tu profesor o compañeros.

Ejercicio 4: Responde a la situación

Instrucción: Practica en parejas o con tu profesor.

1. Je bent in de sportschool. Een trainer vraagt wat je doel is met de krachttraining. Leg kort uit wat je wilt bereiken. (Gebruik: De krachttraining, sterker worden, een gezond leven leiden)

(Estás en el gimnasio. Un entrenador te pregunta cuál es tu objetivo con el entrenamiento de fuerza. Explica brevemente lo que quieres conseguir. (Usa: el entrenamiento de fuerza, volverte más fuerte, llevar una vida sana))

Met de krachttraining  

(Con el entrenamiento de fuerza ...)

Ejemplo:

Met de krachttraining wil ik sterker worden en een gezond leven leiden, zodat ik meer energie heb op mijn werk.

(Con el entrenamiento de fuerza quiero volverme más fuerte y llevar una vida sana, para tener más energía en el trabajo.)

2. Je collega ziet dat je in de lunchpauze gaat wandelen. Hij vraagt naar je dagelijkse routine met beweging. Leg kort uit wat je meestal doet. (Gebruik: De routine, elke dag, bewegen)

(Tu compañero de trabajo ve que vas a caminar en la pausa del almuerzo. Te pregunta por tu rutina diaria de movimiento. Explica brevemente lo que sueles hacer. (Usa: la rutina, todos los días, moverse))

In mijn routine  

(En mi rutina ...)

Ejemplo:

In mijn routine probeer ik elke dag te bewegen: ik wandel in de pauze en ’s avonds doe ik thuis een paar oefeningen.

(En mi rutina intento moverme todos los días: camino durante la pausa y por la noche hago algunos ejercicios en casa.)

3. Je belt naar het zwembad in jouw stad. Je wilt weten of je na het werk kunt komen zwemmen om fitter te worden. Stel je vraag en vertel kort waarom je wilt trainen. (Gebruik: Het zwembad, na het werk, trainen)

(Llamas a la piscina de tu ciudad. Quieres saber si puedes ir a nadar después del trabajo para ponerte más en forma. Formula tu pregunta y explica brevemente por qué quieres entrenar. (Usa: la piscina, después del trabajo, entrenar))

Ik wil in het zwembad  

(Quiero en la piscina ...)

Ejemplo:

Ik wil in het zwembad na mijn werk trainen, omdat ik mijn conditie wil verbeteren zonder mijn knieën te veel te belasten.

(Quiero entrenar en la piscina después del trabajo, porque quiero mejorar mi condición física sin sobrecargar demasiado mis rodillas.)

4. Je vriend(in) vraagt waarom jij zo enthousiast bent over yoga. Leg uit wat yoga met jouw lichaam en stress doet. (Gebruik: De yoga, ontspannen, sterk)

(Tu amigo o amiga pregunta por qué estás tan entusiasmado/a con el yoga. Explica qué le hace el yoga a tu cuerpo y al estrés. (Usa: el yoga, relajarse, fuerte))

Door de yoga  

(Con el yoga ...)

Ejemplo:

Door de yoga voel ik me rustiger en ook fysiek sterk, en ik heb minder stress na een drukke werkdag.

(Con el yoga me siento más relajado/a y también más fuerte físicamente, y tengo menos estrés después de un día de trabajo ajetreado.)

Ejercicio 5: Ejercicio de escritura

Instrucción: Escribe 6 a 8 frases sobre tu propia rutina de ejercicio: cuándo y cómo haces deporte, y qué efecto tiene en tu sueño y en tu energía.

Expresiones útiles:

Ik sport meestal op ... / Door meer te bewegen voel ik me ... / Op mijn werk / studie is er (geen) mogelijkheid om te sporten. / Mijn doel is om ... keer per week te trainen.

Oefening 6: Ejercicio de conversación

Instructie:

  1. Doe je een van de oefeningen op de afbeeldingen? Zo ja, welke? (¿Haces alguno de los ejercicios que aparecen en las imágenes? Si es así, ¿cuál?)
  2. Hoe neem je beweging op in je dagelijks leven? (¿Cómo incluyes el ejercicio en tu vida diaria?)

Pautas docentes +/- 10 minutos

Frases de ejemplo:

Ik doe elke dag yoga. Ik doe ook stretchoefeningen.

Hago yoga todos los días. También hago estiramientos.

Ik hef drie keer per week gewichten in de sportschool. Ik vind het leuk omdat het me sterk laat voelen.

Levanto pesas en el gimnasio tres veces a la semana. Me gusta porque me hace sentir fuerte.

Ik loop naar mijn kantoor in plaats van de auto te nemen.

Camino a mi oficina en lugar de coger el coche.

Ik heb een zwembad, dus zwem ik elke ochtend een half uur.

Tengo una piscina, así que cada mañana nado durante media hora.

Ik voel me altijd goed na het doen van wat voor soort oefening dan ook. Het geeft me energie.

Siempre me siento bien después de hacer algún tipo de ejercicio. Me da energía.

Ik voel me moe na het sporten. Meestal ga ik vroeg naar bed op zo'n dag.

Me siento cansado después de hacer ejercicio. Normalmente me acuesto temprano en un día así.

...