A2.33 - Mi propio negocio
Mijn eigen bedrijf
1. Inmersión lingüística
A2.33.1 Actividad
Empezar como autónomo
3. Gramática
4. Ejercicios
Ejercicio 1: Preparación del examen
Instrucción: Lee el texto, rellena los huecos con las palabras que faltan y responde a las preguntas que aparecen a continuación
Thijmen start als zzp’er
Words to use: oprichten, investeren, boekhouding, verantwoordelijkheid, inkomen, marketing, kosten, administratie, bedrijf, binnenkort
(Thijmen empieza como autónomo)
Thijmen werkt nu nog bij een groot bedrijf, maar hij wil voor zichzelf beginnen. Hij heeft een idee voor een klein adviesbureau voor duurzame energie. Hij praat met zijn vriendin over zijn plannen. Hij vertelt dat hij een eigen wil als zzp’er.
Thijmen weet dat hij dan meer krijgt. Hij moet zelf zijn en doen. Hij wil graag een eenvoudig online programma gebruiken voor de en het . Hij denkt ook na over : een duidelijke website en een profiel op LinkedIn. Hij wil pas in dure reclame als hij genoeg klanten heeft. Misschien vraagt hij later een collega om te helpen, anders wordt het te veel werk naast zijn eerste opdrachten.Thijmen todavía trabaja en una gran empresa, pero quiere empezar por su cuenta. Tiene la idea de una pequeña consultoría de energía sostenible. Habla con su novia sobre sus planes. Cuenta que pronto quiere crear su propia empresa como autónomo.
Thijmen sabe que así tendrá más responsabilidad. Tendrá que llevar él mismo su administración y contabilidad. Le gustaría usar un programa sencillo en línea para los costes y los ingresos. También piensa en marketing: una web clara y un perfil en LinkedIn. Solo invertirá en publicidad cara cuando tenga suficientes clientes. Quizá más adelante pida a un colega que le ayude; si no, será demasiado trabajo además de sus primeros encargos.
-
Waarom wil Thijmen een eigen bedrijf beginnen?
(¿Por qué quiere Thijmen empezar su propia empresa?)
-
Wat wil Thijmen gebruiken om zijn kosten en inkomen bij te houden?
(¿Qué quiere usar Thijmen para llevar sus costes e ingresos?)
-
Wanneer wil Thijmen pas in dure reclame investeren?
(¿Cuándo quiere Thijmen invertir en publicidad cara?)
Ejercicio 2: Opción múltiple
Instrucción: Elige la solución correcta
1. Binnenkort ____ ik mijn eigen bedrijf starten.
(Próximamente ____ mi propio negocio.)2. Misschien ____ ik volgende maand in marketing investeren.
(Quizás ____ en marketing el próximo mes.)3. Ik ____ graag met mijn collega’s samenwerken aan de administratie.
(Yo ____ con gusto colaborar con mis compañeros en la administración.)4. Pas ____ ik de boekhouding controleren voordat ik begin met investeren.
(Solo entonces ____ la contabilidad antes de comenzar a invertir.)Ejercicio 3: Tarjetas de diálogo
Instrucción: Selecciona una situación y practica la conversación con tu profesor o compañeros.
Bespreking over starten eigen bedrijf
Jan: Mostrar Sofie, ik wil graag een bedrijf beginnen dat duurzame producten verkoopt.
(Sofie, quiero empezar un negocio que venda productos sostenibles.)
Sofie: Mostrar Dat klinkt goed, Jan. Heb je ook al gedacht aan de boekhouding en de administratie?
(Eso suena bien, Jan. ¿Ya has pensado en la contabilidad y la administración?)
Jan: Mostrar Ja, ik weet dat dat veel tijd kost, maar het is belangrijk vanwege de belasting en de winst.
(Sí, sé que eso requiere mucho tiempo, pero es importante por los impuestos y las ganancias.)
Sofie: Mostrar Dat klopt, en ook marketing is belangrijk. Je moet investeren in reclame om klanten te krijgen.
(Es cierto, y el marketing también es esencial. Debes invertir en publicidad para atraer clientes.)
Jan: Mostrar Ik denk dat ik samen ga werken met een collega die ervaring heeft met financiën.
(Creo que voy a trabajar con un colega que tiene experiencia en finanzas.)
Sofie: Mostrar Dat is een goed idee. Zo kunnen jullie de verantwoordelijkheden verdelen en beter concurreren.
(Es una buena idea. Así pueden repartir las responsabilidades y competir mejor.)
Preguntas abiertas:
1. Wat voor soort bedrijf wil Jan oprichten volgens het gesprek?
¿Qué tipo de empresa quiere crear Jan según la conversación?
2. Welke verantwoordelijkheden bespreekt Sofie met Jan?
¿Qué responsabilidades discute Sofie con Jan?
3. Heeft u zelf wel eens nagedacht over het starten van een eigen bedrijf? Waarom?
¿Alguna vez has pensado en iniciar tu propio negocio? ¿Por qué?
Bespreking dagelijkse boekhouding
Emma: Mostrar Mark, hoe gaat het met de boekhouding deze week?
(Mark, ¿cómo va la contabilidad esta semana?)
Mark: Mostrar Goed, maar ik moet investeren in een nieuw programma om de administratie te verbeteren.
(Bien, pero tengo que invertir en un nuevo programa para mejorar la administración.)
Emma: Mostrar Ja, dat is slim. De kosten voor boekhoudsoftware helpen om fouten te voorkomen en de belasting op tijd te regelen.
(Sí, es una buena idea. Los costos del software contable ayudan a evitar errores y a gestionar los impuestos a tiempo.)
Mark: Mostrar Precies. Het zorgt ook voor duidelijkheid over het inkomen en de winst van ons bedrijf.
(Exacto. También aporta claridad sobre los ingresos y las ganancias de nuestra empresa.)
Emma: Mostrar Heb je de facturen van onze concurrenten al ontvangen voor de marketingkosten?
(¿Ya recibiste las facturas de nuestros competidores por los gastos de marketing?)
Mark: Mostrar Ja, die zitten in de administratie. Het is onze verantwoordelijkheid om alles goed te bewaren.
(Sí, están en la administración. Es nuestra responsabilidad conservar todo de forma adecuada.)
Preguntas abiertas:
1. Welke taken rond de boekhouding bespreekt Mark?
¿Qué tareas relacionadas con la contabilidad menciona Mark?
2. Waarom vindt Emma het belangrijk om de administratie goed bij te houden?
¿Por qué Emma considera importante llevar la administración correctamente?
3. Hoe regelt u zelf de dagelijkse administratie op uw werk of thuis?
¿Cómo gestionas tú mismo la administración diaria en tu trabajo o en casa?
Ejercicio 4: Responde a la situación
Instrucción: Practica en parejas o con tu profesor.
1. Je praat met een collega over het belang van de boekhouding voor het bedrijf. Leg kort uit waarom de boekhouding nodig is en wat je dagelijks doet. (Gebruik: de boekhouding, de administratie, controleren)
(Hablas con un compañero sobre la importancia de la contabilidad para la empresa. Explica brevemente por qué la contabilidad es necesaria y qué haces a diario. (Usa: de boekhouding, de administratie, controlar))De boekhouding is belangrijk omdat
(La contabilidad es importante porque ...)Ejemplo:
De boekhouding is belangrijk omdat ik zo de inkomsten en kosten kan controleren en de administratie overzichtelijk blijft.
(La contabilidad es importante porque así puedo controlar los ingresos y gastos y mantener la administración clara.)2. Je bespreekt met een collega hoe je de marketing voor je nieuwe bedrijf aanpakt. Vertel wat je idee is en waarom marketing belangrijk is. (Gebruik: het idee, marketing, klanten bereiken)
(Discutes con un compañero cómo vas a abordar el marketing para tu nuevo negocio. Explica cuál es tu idea y por qué el marketing es importante. (Usa: het idee, marketing, klanten bereiken))Mijn idee voor marketing is
(Mi idea para el marketing es ...)Ejemplo:
Mijn idee voor marketing is om via sociale media nieuwe klanten te bereiken en zo ons bedrijf beter zichtbaar te maken.
(Mi idea para el marketing es llegar a nuevos clientes a través de las redes sociales y así hacer que nuestra empresa sea más visible.)3. Je praat met een andere ondernemer over investeren in je bedrijf. Leg uit waarom je gaat investeren en waar je het geld aan besteedt. (Gebruik: investeren, kosten, winst)
(Hablas con otro empresario sobre invertir en tu negocio. Explica por qué quieres invertir y en qué vas a gastar el dinero. (Usa: investeren, kosten, winst))Ik wil investeren om
(Quiero invertir para ...)Ejemplo:
Ik wil investeren om betere apparatuur te kopen zodat de kosten dalen en de winst stijgt.
(Quiero invertir para comprar mejor equipo, de modo que disminuyan los costos y aumente la ganancia.)4. Je legt aan een nieuwe collega uit wat jouw verantwoordelijkheid is binnen het bedrijf. Vertel wat je taken zijn en waarom die belangrijk zijn. (Gebruik: de verantwoordelijkheid, taken, de collega)
(Le explicas a un nuevo compañero cuál es tu responsabilidad dentro de la empresa. Cuenta cuáles son tus tareas y por qué son importantes. (Usa: de verantwoordelijkheid, taken, de collega))Mijn verantwoordelijkheid is
(Mi responsabilidad es ...)Ejemplo:
Mijn verantwoordelijkheid is om de boekhouding goed bij te houden zodat het bedrijf duidelijk overzicht heeft over de financi 3Bn.
(Mi responsabilidad es llevar bien la contabilidad para que la empresa tenga una visión clara de las finanzas.)5. Je bespreekt met een ondernemer hoe je omgaat met concurrenten in de markt. Geef je mening en een voorbeeld van een strategie. (Gebruik: de concurrent, het bedrijf, strategie)
(Discutes con un empresario cómo manejas a los competidores en el mercado. Da tu opinión y un ejemplo de una estrategia. (Usa: de concurrent, het bedrijf, strategie))Met de concurrent probeer ik
(Con el competidor intento ...)Ejemplo:
Met de concurrent probeer ik eerlijk te blijven en ons bedrijf te onderscheiden door betere service te bieden.
(Con el competidor intento ser honesto y diferenciar nuestra empresa ofreciendo un mejor servicio.)Ejercicio 5: Ejercicio de escritura
Instrucción: Escribe 4 o 5 frases sobre tu idea de tener tu propia empresa: qué quieres hacer, cómo encuentras clientes y quién te ayuda con la administración.
Expresiones útiles:
Ik wil graag een bedrijf beginnen in … / Mijn klanten vind ik via … / Ik regel de administratie met … / Misschien vraag ik later hulp van …
Oefening 6: Ejercicio de conversación
Instructie:
- Heb je een eigen bedrijf? Heb je een partner? (¿Diriges tu propio negocio? ¿Tienes un socio?)
- Heb je ooit een idee gehad voor je eigen bedrijf? (¿Alguna vez has tenido una idea para tu propio negocio?)
- Welke twijfels had je? (¿Qué dudas tenías?)
Pautas docentes +/- 10 minutos
Instrucciones didácticas
- Lee las frases de ejemplo en voz alta.
- Responde a las preguntas sobre la imagen.
- Los estudiantes también pueden preparar este ejercicio como un texto escrito para la próxima clase.
Frases de ejemplo:
|
Ik run mijn eigen bedrijf niet. Het is te veel verantwoordelijkheid voor mij. No llevo mi propio negocio. Es demasiada responsabilidad para mí. |
|
Ik run een kledingwinkel in de stad. Ik heb een partner en het gaat geweldig. Tengo una tienda de ropa en la ciudad. Tengo un socio y nos va genial. |
|
Toen ik begin twintig was, wilde ik een koffiezaak openen. Cuando tenía veintitantos, quería abrir una cafetería. |
|
Ik heb nooit een idee gehad voor mijn eigen bedrijf. Ik werk liever voor iemand anders. Nunca tuve una idea para mi propio negocio. Prefiero trabajar para otra persona. |
|
Ik besloot tegen mijn eigen bedrijf omdat het minder vermoeiend is. Decidí no tener mi propio negocio porque es menos agotador. |
|
Ik denk er nog steeds over na om mijn eigen bedrijf te starten. Het is echter minder veilig, dat is de reden waarom ik het nog niet heb gedaan. Todavía estoy pensando en abrir mi propio negocio. Es menos seguro, por eso aún no lo he hecho. |
| ... |