1. Inmersión lingüística

2. Vocabulario (15)

De administratie

De administratie Mostrar

La administración Mostrar

De boekhouding

De boekhouding Mostrar

La contabilidad Mostrar

De belasting

De belasting Mostrar

Los impuestos Mostrar

De kosten

De kosten Mostrar

Los costes Mostrar

Het inkomen

Het inkomen Mostrar

Los ingresos Mostrar

De winst

De winst Mostrar

El beneficio Mostrar

Het bedrijf

Het bedrijf Mostrar

La empresa Mostrar

Een bedrijf oprichten

Een bedrijf oprichten Mostrar

Abrir/crear una empresa Mostrar

Het idee

Het idee Mostrar

La idea Mostrar

De ondernemer

De ondernemer Mostrar

El empresario / la empresaria Mostrar

De concurrent

De concurrent Mostrar

El competidor Mostrar

De marketing

De marketing Mostrar

El marketing Mostrar

De collega

De collega Mostrar

El colega Mostrar

De verantwoordelijkheid

De verantwoordelijkheid Mostrar

La responsabilidad Mostrar

Investeren

Investeren Mostrar

Invertir Mostrar

4. Ejercicios

Ejercicio 1: Preparación del examen

Instrucción: Lee el texto, rellena los huecos con las palabras que faltan y responde a las preguntas que aparecen a continuación


Thijmen start als zzp’er

Words to use: oprichten, investeren, boekhouding, verantwoordelijkheid, inkomen, marketing, kosten, administratie, bedrijf, binnenkort

(Thijmen empieza como autónomo)

Thijmen werkt nu nog bij een groot bedrijf, maar hij wil voor zichzelf beginnen. Hij heeft een idee voor een klein adviesbureau voor duurzame energie. Hij praat met zijn vriendin over zijn plannen. Hij vertelt dat hij een eigen wil als zzp’er.

Thijmen weet dat hij dan meer krijgt. Hij moet zelf zijn en doen. Hij wil graag een eenvoudig online programma gebruiken voor de en het . Hij denkt ook na over : een duidelijke website en een profiel op LinkedIn. Hij wil pas in dure reclame als hij genoeg klanten heeft. Misschien vraagt hij later een collega om te helpen, anders wordt het te veel werk naast zijn eerste opdrachten.
Thijmen todavía trabaja en una gran empresa, pero quiere empezar por su cuenta. Tiene la idea de una pequeña consultoría de energía sostenible. Habla con su novia sobre sus planes. Cuenta que pronto quiere crear su propia empresa como autónomo.

Thijmen sabe que así tendrá más responsabilidad. Tendrá que llevar él mismo su administración y contabilidad. Le gustaría usar un programa sencillo en línea para los costes y los ingresos. También piensa en marketing: una web clara y un perfil en LinkedIn. Solo invertirá en publicidad cara cuando tenga suficientes clientes. Quizá más adelante pida a un colega que le ayude; si no, será demasiado trabajo además de sus primeros encargos.

  1. Waarom wil Thijmen een eigen bedrijf beginnen?

    (¿Por qué quiere Thijmen empezar su propia empresa?)

  2. Wat wil Thijmen gebruiken om zijn kosten en inkomen bij te houden?

    (¿Qué quiere usar Thijmen para llevar sus costes e ingresos?)

  3. Wanneer wil Thijmen pas in dure reclame investeren?

    (¿Cuándo quiere Thijmen invertir en publicidad cara?)

Ejercicio 2: Opción múltiple

Instrucción: Elige la solución correcta

1. Binnenkort ____ ik mijn eigen bedrijf starten.

(Próximamente ____ mi propio negocio.)

2. Misschien ____ ik volgende maand in marketing investeren.

(Quizás ____ en marketing el próximo mes.)

3. Ik ____ graag met mijn collega’s samenwerken aan de administratie.

(Yo ____ con gusto colaborar con mis compañeros en la administración.)

4. Pas ____ ik de boekhouding controleren voordat ik begin met investeren.

(Solo entonces ____ la contabilidad antes de comenzar a invertir.)

Ejercicio 3: Tarjetas de diálogo

Instrucción: Selecciona una situación y practica la conversación con tu profesor o compañeros.

Ejercicio 4: Responde a la situación

Instrucción: Practica en parejas o con tu profesor.

1. Je praat met een collega over het belang van de boekhouding voor het bedrijf. Leg kort uit waarom de boekhouding nodig is en wat je dagelijks doet. (Gebruik: de boekhouding, de administratie, controleren)

(Hablas con un compañero sobre la importancia de la contabilidad para la empresa. Explica brevemente por qué la contabilidad es necesaria y qué haces a diario. (Usa: de boekhouding, de administratie, controlar))

De boekhouding is belangrijk omdat  

(La contabilidad es importante porque ...)

Ejemplo:

De boekhouding is belangrijk omdat ik zo de inkomsten en kosten kan controleren en de administratie overzichtelijk blijft.

(La contabilidad es importante porque así puedo controlar los ingresos y gastos y mantener la administración clara.)

2. Je bespreekt met een collega hoe je de marketing voor je nieuwe bedrijf aanpakt. Vertel wat je idee is en waarom marketing belangrijk is. (Gebruik: het idee, marketing, klanten bereiken)

(Discutes con un compañero cómo vas a abordar el marketing para tu nuevo negocio. Explica cuál es tu idea y por qué el marketing es importante. (Usa: het idee, marketing, klanten bereiken))

Mijn idee voor marketing is  

(Mi idea para el marketing es ...)

Ejemplo:

Mijn idee voor marketing is om via sociale media nieuwe klanten te bereiken en zo ons bedrijf beter zichtbaar te maken.

(Mi idea para el marketing es llegar a nuevos clientes a través de las redes sociales y así hacer que nuestra empresa sea más visible.)

3. Je praat met een andere ondernemer over investeren in je bedrijf. Leg uit waarom je gaat investeren en waar je het geld aan besteedt. (Gebruik: investeren, kosten, winst)

(Hablas con otro empresario sobre invertir en tu negocio. Explica por qué quieres invertir y en qué vas a gastar el dinero. (Usa: investeren, kosten, winst))

Ik wil investeren om  

(Quiero invertir para ...)

Ejemplo:

Ik wil investeren om betere apparatuur te kopen zodat de kosten dalen en de winst stijgt.

(Quiero invertir para comprar mejor equipo, de modo que disminuyan los costos y aumente la ganancia.)

4. Je legt aan een nieuwe collega uit wat jouw verantwoordelijkheid is binnen het bedrijf. Vertel wat je taken zijn en waarom die belangrijk zijn. (Gebruik: de verantwoordelijkheid, taken, de collega)

(Le explicas a un nuevo compañero cuál es tu responsabilidad dentro de la empresa. Cuenta cuáles son tus tareas y por qué son importantes. (Usa: de verantwoordelijkheid, taken, de collega))

Mijn verantwoordelijkheid is  

(Mi responsabilidad es ...)

Ejemplo:

Mijn verantwoordelijkheid is om de boekhouding goed bij te houden zodat het bedrijf duidelijk overzicht heeft over de financi3Bn.

(Mi responsabilidad es llevar bien la contabilidad para que la empresa tenga una visión clara de las finanzas.)

5. Je bespreekt met een ondernemer hoe je omgaat met concurrenten in de markt. Geef je mening en een voorbeeld van een strategie. (Gebruik: de concurrent, het bedrijf, strategie)

(Discutes con un empresario cómo manejas a los competidores en el mercado. Da tu opinión y un ejemplo de una estrategia. (Usa: de concurrent, het bedrijf, strategie))

Met de concurrent probeer ik  

(Con el competidor intento ...)

Ejemplo:

Met de concurrent probeer ik eerlijk te blijven en ons bedrijf te onderscheiden door betere service te bieden.

(Con el competidor intento ser honesto y diferenciar nuestra empresa ofreciendo un mejor servicio.)

Ejercicio 5: Ejercicio de escritura

Instrucción: Escribe 4 o 5 frases sobre tu idea de tener tu propia empresa: qué quieres hacer, cómo encuentras clientes y quién te ayuda con la administración.

Expresiones útiles:

Ik wil graag een bedrijf beginnen in … / Mijn klanten vind ik via … / Ik regel de administratie met … / Misschien vraag ik later hulp van …

Oefening 6: Ejercicio de conversación

Instructie:

  1. Heb je een eigen bedrijf? Heb je een partner? (¿Diriges tu propio negocio? ¿Tienes un socio?)
  2. Heb je ooit een idee gehad voor je eigen bedrijf? (¿Alguna vez has tenido una idea para tu propio negocio?)
  3. Welke twijfels had je? (¿Qué dudas tenías?)

Pautas docentes +/- 10 minutos

Frases de ejemplo:

Ik run mijn eigen bedrijf niet. Het is te veel verantwoordelijkheid voor mij.

No llevo mi propio negocio. Es demasiada responsabilidad para mí.

Ik run een kledingwinkel in de stad. Ik heb een partner en het gaat geweldig.

Tengo una tienda de ropa en la ciudad. Tengo un socio y nos va genial.

Toen ik begin twintig was, wilde ik een koffiezaak openen.

Cuando tenía veintitantos, quería abrir una cafetería.

Ik heb nooit een idee gehad voor mijn eigen bedrijf. Ik werk liever voor iemand anders.

Nunca tuve una idea para mi propio negocio. Prefiero trabajar para otra persona.

Ik besloot tegen mijn eigen bedrijf omdat het minder vermoeiend is.

Decidí no tener mi propio negocio porque es menos agotador.

Ik denk er nog steeds over na om mijn eigen bedrijf te starten. Het is echter minder veilig, dat is de reden waarom ik het nog niet heb gedaan.

Todavía estoy pensando en abrir mi propio negocio. Es menos seguro, por eso aún no lo he hecho.

...