Esta lección A2 estudia los nevenschikkende voegwoorden como 'en', 'maar' y 'want', y los onderschikkende voegwoorden como 'als', 'dat' y 'omdat', mostrando su uso en frases con orden verbo característico.
- Con las conjunciones coordinantes, el verbo ocupa la segunda posición.
- Con las conjunciones subordinantes, el verbo va al final.
Categorie (Categoría) | Voegwoorden (Conjunciones) | Voorbeeldzin (Frase de ejemplo) |
---|---|---|
Nevenschikkende voegwoorden (Conjunciones coordinadas) | en maar of want | Ik ga met pensioen en ik geniet van mijn vrije tijd. (Me jubilo y disfruto de mi tiempo libre.) Ik mag met pensioen, maar ik wil dit nog niet. (Puedo jubilarme, pero aún no quiero.) Wil je straks naar het strand of zwembad? (¿Quieres ir más tarde a la playa o a la piscina?) Ik ga met pensioen want ik heb lang gewerkt. (Me jubilo porque he trabajado mucho.) |
Onderschikkende voegwoorden (Conjunciones subordinadas) | als dat of omdat | Wat ga je doen als je met pensioen bent? (¿Qué vas a hacer cuando te jubiles?) Ik hoop dat ik gauw op pensioen mag. (Espero que pronto pueda jubilarme.) Ik vraag hem of hij vrijwilligerswerk doet. (Le pregunto si hace trabajo voluntario.) Ik ga men pensioen omdat ik oud ben. (Me jubilo porque soy mayor.) |
Voegwoorden (Conjunciones) + te + infinitief | om zonder | Piet gaat met pensioen om te rusten. (Piet se jubila para descansar.) Je kan niet met pensioen zonder een risico te nemen. (No puedes jubilarte sin asumir un riesgo.) |
Ejercicio 1: Nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden
Instrucción: Rellena la palabra correcta.
want, en, omdat, om, of, zonder, maar
Ejercicio 2: Opción múltiple
Instrucción: Elige la frase correcta con respecto a las conjunciones coordinantes y subordinantes.