A2.16.2 - Future tense (zullen, gaan)
Toekomende tijd (zullen, gaan)
De toekomende tijd beschrijf je met zullen of gaan + infinitief: ik zal koken, hij gaat zingen.
(You describe the future tense with zullen or gaan + infinitive: ik zal koken, hij gaat zingen.)
- Use zullen + infinitive for plans or promises.
- Use gaan + infinitive for actions in the near future.
| Persoon (Person) | Zullen (Will (future auxiliary)) | Gaan (Going to (future auxiliary)) |
|---|---|---|
| ik (I) | zal zingen | ga zingen |
| jij (you) | zult zingen | gaat zingen |
| hij/zij/het (he/she/it) | zal zingen | gaat zingen |
| wij (we) | zullen zingen | gaan zingen |
| jullie (you (plural)) | zullen zingen | gaan zingen |
| zij (they) | zullen zingen | gaan zingen |
Exercise 1: Toekomende tijd (zullen, gaan)
Instruction: Fill in the correct word.
zullen, Zullen, ga, gaat
Exercise 2: Multiple Choice
Instruction: Choose the correct sentence that properly uses the future tense with 'shall' or 'going to' + infinitive.
Exercise 3: Rewrite the phrases
Instruction: Rewrite the sentences in the future tense using zullen or gaan + infinitive so that the meaning remains logical in context (for example: Ik kook vanavond. → Ik zal vanavond koken / Ik ga vanavond koken).
-
Morgen hebben wij een belangrijke vergadering.⇒ _______________________________________________ ExampleMorgen zullen wij een belangrijke vergadering hebben.(Morgen zullen wij een belangrijke vergadering hebben.)
-
Vanavond kijk ik naar die nieuwe serie op Netflix.⇒ _______________________________________________ ExampleVanavond ga ik die nieuwe serie op Netflix kijken.(Vanavond ga ik die nieuwe serie op Netflix kijken.)
-
Volgend jaar maakt mijn collega een nieuwe planning voor het team.⇒ _______________________________________________ ExampleVolgend jaar zal mijn collega een nieuwe planning voor het team maken.(Volgend jaar zal mijn collega een nieuwe planning voor het team maken.)
-
Over tien minuten vertrekken de treinen weer normaal.⇒ _______________________________________________ ExampleOver tien minuten zullen de treinen weer normaal vertrekken.(Over tien minuten zullen de treinen weer normaal vertrekken.)
-
Straks sturen jullie de offerte naar de klant.⇒ _______________________________________________ ExampleStraks gaan jullie de offerte naar de klant sturen.(Straks gaan jullie de offerte naar de klant sturen.)
-
Ik beloof het: ik kom morgen op tijd.⇒ _______________________________________________ ExampleIk beloof het: ik zal morgen op tijd komen.(Ik beloof het: ik zal morgen op tijd komen.)
Apply this grammar during real conversations!
These grammar exercises are part of our conversation courses. Find a teacher and practise this topic during real conversations!
- Implements CEFR, DELE exam and Cervantes guidelines
- Supported by the university of Siegen
Written by
This content has been designed and reviewed by the coLanguage pedagogical team: About coLanguage