1. Inmersión lingüística

2. Vocabulario (11)

De organisatie

De organisatie Mostrar

La organización Mostrar

De leider

De leider Mostrar

El líder Mostrar

Het project

Het project Mostrar

El proyecto Mostrar

De taak

De taak Mostrar

La tarea Mostrar

De melding

De melding Mostrar

La notificación Mostrar

Het systeem

Het systeem Mostrar

El sistema Mostrar

Dringend

Dringend Mostrar

Urgente Mostrar

Organiseren

Organiseren Mostrar

Organizar Mostrar

Informeren

Informeren Mostrar

Informar Mostrar

Voltooien

Voltooien Mostrar

Completar Mostrar

Voltooid

Voltooid Mostrar

Completado Mostrar

4. Ejercicios

Ejercicio 1: Redacción de correspondencia

Instrucción: Escribe una respuesta al siguiente mensaje adecuada a la situación

Correo electrónico: Recibes un correo electrónico de tu responsable de proyecto sobre la organización de un proyecto y debes responder por escrito con una breve actualización y proponer quién hará qué tarea.


Onderwerp: Overzicht taken project X

Hoi,

Ik wil graag beter overzicht in het project. Kun jij vandaag in het systeem zetten:

  • welke taken al voltooid zijn
  • welke taken nog dringend zijn

Informeer mij ook als er een probleem is. Kun jij het deel met de klanten doen, en Lisa het deel met de planning?

Laat me voor 17.00 uur weten hoe ver je bent.

Groet,
Rens
Projectleider


Asunto: Resumen de las tareas del proyecto X

Hola,

Quiero tener una mejor visión general del proyecto. ¿Puedes hoy poner en el sistema:

  • qué tareas ya están completadas
  • qué tareas aún son urgentes

Infórmame también si hay algún problema. ¿Puedes encargarte de la parte con los clientes y Lisa de la parte de la planificación?

Dime antes de las 17:00 cuánto has avanzado.

Saludos,
Rens
Jefe de proyecto


Entiende el texto:

  1. Welke informatie moet de projectleider in het systeem zien over de taken?

    (¿Qué información debe ver el jefe de proyecto en el sistema sobre las tareas?)

  2. Welke verdeling van de taken tussen jou en Lisa stelt Rens voor?

    (¿Qué distribución de tareas entre tú y Lisa propone Rens?)

Frases útiles:

  1. Ik laat u weten dat...

    (Le informo que...)

  2. Ik kan de taak ... voltooien.

    (Puedo completar la tarea ...)

  3. Lisa kan de taak ... doen, omdat...

    (Lisa puede encargarse de la tarea ..., porque...)

Hoi Rens,

Dank je voor je e-mail. Ik zet vanmiddag alle taken in het systeem. Ik markeer welke taken al voltooid zijn en welke nog dringend zijn.

Ik kan het deel met de klanten doen. Ik mail hen vandaag en controleer de afspraken. Lisa kan de planning doen, want zij heeft daar een goed overzicht van.

Als er een probleem is, informeer ik je meteen. Ik stuur je voor 17.00 uur een korte update.

Groet,
[Je naam]

Hola Rens,

Gracias por tu correo. Esta tarde introduciré todas las tareas en el sistema. Marcaré qué tareas ya están completadas y cuáles siguen siendo urgentes.

Puedo ocuparme de la parte con los clientes. Les enviaré un correo hoy y confirmaré las citas. Lisa puede encargarse de la planificación, porque ella tiene una buena visión general de ese aspecto.

Si surge algún problema, te lo comunicaré de inmediato. Te enviaré una breve actualización antes de las 17:00.

Saludos,
[Tu nombre]

Ejercicio 2: Opción múltiple

Instrucción: Elige la solución correcta

1. De teamleider ___ het systeem gisteren ___ omdat er te veel fouten waren.

(El líder del equipo ___ el sistema ayer ___.)

2. In de vergadering zegt hij dat hij het proces al ___ ___.

(En la reunión dice que ya ___ ___.)

3. Volgende maand ___ de manager het hele project ___.

(El próximo mes ___ el gerente todo el proyecto ___.)

4. Hij zegt dat hij volgende week een nieuw systeem ___ organiseren voor de meldingen.

(Él dice que la próxima semana ___ organizar un nuevo sistema para las notificaciones.)

Ejercicio 3: Tarjetas de diálogo

Instrucción: Selecciona una situación y practica la conversación con tu profesor o compañeros.

Ejercicio 4: Responde a la situación

Instrucción: Practica en parejas o con tu profesor.

1. Je teamleider is ziek. Jij moet vandaag de werkdag organiseren voor jouw kleine team. Zeg wat jij gaat doen met de taken en hoe je het werk wilt verdelen. (Gebruik: de organisatie, de taak, verdelen)

(Tu jefe de equipo está enfermo. Hoy tú debes organizar la jornada laboral para tu pequeño equipo. Di qué vas a hacer con las tareas y cómo vas a repartir el trabajo. (Usa: de organisatie, de taak, verdelen))

Voor de organisatie  

(Para la organización ...)

Ejemplo:

Voor de organisatie maak ik eerst een lijst met alle taken. Daarna verdeel ik de taken in het team, zodat iedereen weet wat hij doet.

(Para la organización, primero hago una lista con todas las tareas. Después reparto las tareas entre el equipo, así cada uno sabe qué debe hacer.)

2. Je werkt aan een project met een collega. Jij bent projectleider. Je wilt je collega duidelijk een taak geven voor deze week. Zeg wat de taak is en wanneer het klaar moet zijn. (Gebruik: de leider, het project, de taak)

(Trabajas en un proyecto con un colega. Tú eres la/el responsable del proyecto. Quieres asignarle claramente una tarea a tu colega para esta semana. Di cuál es la tarea y cuándo debe estar terminada. (Usa: de leider, het project, de taak))

Als leider van  

(Como líder de ...)

Ejemplo:

Als leider van het project vraag ik jou om de planning voor deze week te maken. Deze taak moet vrijdag klaar zijn.

(Como líder del proyecto te pido que prepares la planificación para esta semana. Esta tarea debe estar lista el viernes.)

3. Je ziet op je werk dat het computersysteem niet goed werkt. Je belt de ICT-afdeling en doet een melding. Leg kort uit wat er mis is en hoe dringend het is. (Gebruik: de melding, het systeem, dringend)

(Ves en el trabajo que el sistema informático no funciona bien. Llamas al departamento de TI y haces un aviso. Explica brevemente qué falla y qué tan urgente es. (Usa: de melding, het systeem, dringend))

Ik wil een melding  

(Quiero hacer un aviso ...)

Ejemplo:

Ik wil een melding doen over het systeem. Het systeem is heel langzaam en soms valt het uit. Het is dringend, want we kunnen nu niet goed werken.

(Quiero hacer un aviso sobre el sistema. El sistema está muy lento y a veces se cae. Es urgente, porque ahora no podemos trabajar bien.)

4. Je hebt samen met je team een belangrijk rapport afgemaakt. Je informeert je manager kort dat het werk voltooid is en wat de volgende stap is. (Gebruik: informeren, voltooien, voltooid)

(Tú y tu equipo habéis acabado juntos un informe importante. Informas brevemente a tu gerente de que el trabajo está terminado y cuál es el siguiente paso. (Usa: informeren, voltooien, voltooid))

Het rapport is  

(El informe está ...)

Ejemplo:

Het rapport is voltooid. Ik informeerd mijn manager dat we klaar zijn en dat we het rapport morgen kunnen bespreken in een korte meeting.

(El informe está terminado. Informo a mi gerente que hemos acabado y que podemos comentar el informe mañana en una breve reunión.)

Ejercicio 5: Ejercicio de escritura

Instrucción: Escribe 5 o 6 frases sobre cómo se organizan las tareas en tu trabajo o estudios y a quién debes informar si hay una tarea urgente.

Expresiones útiles:

In mijn werk is de leider verantwoordelijk voor… / Wij gebruiken een systeem om… te organiseren. / Ik moet mijn collega informeren als… / Als iets dringend is, dan…

Oefening 6: Ejercicio de conversación

Instructie:

  1. Stel je voor dat je de manager bent in deze situatie. Geef duidelijke instructies aan je team met behulp van de gegeven zinnen. Denk na over hoe je taken zou delegeren op basis van de afbeelding. (Imagina que eres el responsable en esta situación. Da instrucciones claras a tu equipo utilizando las frases proporcionadas. Piensa en cómo delegarías las tareas basándote en la imagen.)
  2. Stel je nu voor dat je een van de teamleden bent. Reageer op de instructies, door akkoord te gaan, om een toelichting te vragen of door een bezwaar te uiten. Gebruik de zinnen om je mening te uiten. (Ahora, imagina que eres uno de los miembros del equipo. Responde a las instrucciones, ya sea aceptando, pidiendo una aclaración o expresando desacuerdo. Utiliza las frases para expresar tu opinión.)

Pautas docentes +/- 10 minutos

Frases de ejemplo:

Ik heb je nodig om het project voor vrijdag af te ronden.

Necesito que termines el proyecto para el viernes.

Kun je alsjeblieft de vergadering voor volgende week organiseren?

¿Puedes organizar la reunión para la próxima semana, por favor?

Zorg ervoor dat het rapport vóór het einde van de dag naar de klant wordt gestuurd.

Asegúrate de enviar el informe al cliente antes de que termine el día.

Bereid alstublieft het materiaal voor de presentatie van morgen voor.

Por favor, prepara los materiales para la presentación de mañana.

Ik ga akkoord met het plan, maar ik denk dat we meer middelen moeten toewijzen.

Estoy de acuerdo con el plan, pero creo que necesitamos asignar más recursos.

Ik denk dat de deadlines te krap zijn; ik zou voorstellen ze te verlengen.

Creo que los plazos son demasiado ajustados; sugeriría ampliarlos.

Ik ben het ermee eens dat we de belangrijke taken eerst moeten prioriteren.

Estoy de acuerdo en que debemos priorizar primero las tareas importantes.

Ik weet niet zeker of ik die taak kan oppakken, maar ik help wel met de andere opdrachten.

No estoy seguro de poder asumir esa tarea, pero ayudaré con las demás asignaciones.

...