Herken in de video: ambulance, hulp nodig, bellen, beroerte, bewustzijn, wakker zijn, de ambulance is onderweg, het kost moeite, goed hoor!
Riconosci nel video: ambulanza, bisogno di aiuto, chiamare, ictus, coscienza, essere svegli, l'ambulanza è in arrivo, è faticoso, va bene!

Een telefoongesprek om een noodgeval te melden.

1. Beller: Hallo, ik wil een noodgeval melden. (Ciao, voglio segnalare un'emergenza.) Mostra
2. Operator 112: U spreekt met 112, wat is er aan de hand? (Parla con il 112, cosa sta succedendo?) Mostra
3. Beller: Mijn moeder voelt zich niet goed. Misschien een beroerte. (Mia madre non si sente bene. Forse un ictus.) Mostra
4. Operator 112: Kunt u vertellen wat er precies mis is? (Può dire cosa c'è esattamente che non va?) Mostra
5. Beller: Ze praat moeilijk en haar mond hangt scheef. (Parla con difficoltà e la sua bocca è storta.) Mostra
6. Operator 112: Dat kan een beroerte zijn. Kan ze haar armen optillen? (Potrebbe essere un ictus. Riesce a sollevare le braccia?) Mostra
7. Beller: Nee, ze kan haar armen niet bewegen en ze is verward. (No, non riesce a muovere le braccia ed è confusa.) Mostra
8. Operator 112: Wat is uw adres? We sturen een ambulance naar u toe. (Qual è il suo indirizzo? Mandiamo un'ambulanza da lei.) Mostra
9. Beller: Dat is Katschiplaan 19, wij wonen in een flat zonder lift. (È Katschiplaan 19, viviamo in un condominio senza ascensore.) Mostra
10. Operator 112: De ambulance is er zo snel mogelijk. Heeft uw moeder pijn? (L'ambulanza arriverà il prima possibile. Sua madre ha dolore?) Mostra
11. Beller: Ja, ze heeft ook hoofdpijn en kan niet goed lopen. (Sì, ha anche mal di testa e ha difficoltà a camminare.) Mostra
12. Operator 112: Blijf bij haar. Wij zorgen dat ze snel hulp krijgt. (Rimani con lei. Ci assicureremo che riceva aiuto rapidamente.) Mostra
13. Beller: Dank u, ik wacht op de hulpdiensten hier. (Grazie, aspetto i soccorsi qui.) Mostra

Esercizio 1: Domande di discussione

Istruzione: Discutete le domande dopo aver ascoltato l'audio o letto il testo.

  1. Waarom belt de man 112?
  2. Perché l'uomo chiama il 112?
  3. Welke symptomen heeft de moeder?
  4. Quali sintomi ha la madre?
  5. Noem alle hulpdiensten uit de video.
  6. Nomina tutti i servizi di emergenza nel video.
  7. Heb jij al eens 112 gebeld? Wat is er gebeurd?
  8. Hai mai chiamato il 112? Cosa è successo?