Vocabulary (16)

De euro

De euro Show

The euro Show

Het geld

Het geld Show

Money Show

Het contant geld

Het contant geld Show

Cash Show

De portemonnee

De portemonnee Show

The wallet Show

De prijs

De prijs Show

The price Show

De korting

De korting Show

The discount Show

Kosten

Kosten Show

Costs Show

Duur

Duur Show

Expensive Show

Goedkoop

Goedkoop Show

Cheap Show

Gratis

Gratis Show

Free Show

De winkel

De winkel Show

The shop Show

De kaart

De kaart Show

The card Show

De rekening

De rekening Show

The bill Show

Kopen

Kopen Show

To buy Show

Verkopen

Verkopen Show

To sell Show

Betalen

Betalen Show

To pay Show

Betalen (to pay)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) betaal
(jij/je) betaalt
(hij/zij/ze/het) betaalt
(wij/we) betalen
(jullie) betalen
(zij/ze) betalen

Verkopen (to sell)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) verkoop
(jij/je) verkoopt
(hij/zij/ze/het) verkoopt
(wij/we) verkopen
(jullie) verkopen
(zij/ze) verkopen