Vocabulary (22)

De stad

De stad Show

The city Show

De hoofdstad

De hoofdstad Show

The capital city Show

Het land

Het land Show

The country Show

Nederland

Nederland Show

The Netherlands Show

België

België Show

Belgium Show

Frankrijk

Frankrijk Show

France Show

Spanje

Spanje Show

Spain Show

Polen

Polen Show

Poland Show

Duitsland

Duitsland Show

Germany Show

Het Verenigd Koninkrijk

Het Verenigd Koninkrijk Show

The United Kingdom Show

Portugal

Portugal Show

Portugal Show

Zwitserland

Zwitserland Show

Switzerland Show

Noorwegen

Noorwegen Show

Norway Show

Denemarken

Denemarken Show

Denmark Show

Zweden

Zweden Show

Sweden Show

Finland

Finland Show

Finland Show

De nationaliteit

De nationaliteit Show

The nationality Show

De taal

De taal Show

The language Show

Waar kom je vandaan?

Waar kom je vandaan? Show

Where are you from? Show

Wonen

Wonen Show

To live Show

Komen

Komen Show

To come Show

Geboren worden

Geboren worden Show

To be born Show

Wonen (to live)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) woon
(jij/je) woont
(hij/zij/ze/het) woont
(wij/we) wonen
(jullie) wonen
(zij/ze) wonen

Komen (to come)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) kom
(jij/je) komt
(hij/zij/ze/het) komt
(wij/we) komen
(jullie) komen
(zij/ze) komen