Vocabulary (11)

De bar

De bar Show

The bar Show

De kantine

De kantine Show

The canteen Show

Het restaurant

Het restaurant Show

The restaurant Show

De menukaart

De menukaart Show

The menu Show

Het voorgerecht

Het voorgerecht Show

The starter Show

Het hoofdgerecht

Het hoofdgerecht Show

The main course Show

Het nagerecht

Het nagerecht Show

The dessert Show

Het gerecht

Het gerecht Show

The dish Show

Het drankje

Het drankje Show

The drink Show

Bestellen

Bestellen Show

To order Show

Nemen

Nemen Show

To take Show

Nemen (to take)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) neem
(jij/je) neemt
(hij/zij/ze/het) neemt
(wij/we) nemen
(jullie) nemen
(zij/ze) nemen

Bestellen (to order)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb besteld
(jij/je) hebt/bestelt besteld
(hij/zij/ze/het) heeft besteld
(wij/we) hebben besteld
(jullie) hebben besteld
(zij/ze) hebben besteld

Bakken (to bake)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) bak
(jij/je) bakt
(hij/zij/ze/het) bakt
(wij/we) bakken
(jullie) bakken
(zij/ze) bakken