Vocabulary (17)

Het geluid

Het geluid Show

The sound Show

De stilte

De stilte Show

The silence Show

Zien

Zien Show

To see Show

Horen

Horen Show

To hear Show

Ruiken

Ruiken Show

To smell Show

Voelen

Voelen Show

To feel Show

Proeven

Proeven Show

To taste Show

Helder

Helder Show

Clear Show

Donker

Donker Show

Dark Show

Hard

Hard Show

Loud / hard Show

Zacht

Zacht Show

Soft Show

Lekker

Lekker Show

Tasty / nice Show

Vies

Vies Show

Disgusting / nasty Show

Zoet

Zoet Show

Sweet Show

Zuur

Zuur Show

Sour Show

Bitter

Bitter Show

Bitter Show

Zout

Zout Show

Salty Show

Zien (to see)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) zie
(jij/je) ziet
(hij/zij/ze/het) ziet
(wij/we) zien
(jullie) zien
(zij/ze) zien

Ruiken (to smell)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) ruik
(jij/je) ruikt
(hij/zij/ze/het) ruikt
(wij/we) ruiken
(jullie) ruiken
(zij/ze) ruiken

Horen (to hear)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) hoor
(jij/je) hoort
(hij/zij/ze/het) hoort
(wij/we) horen
(jullie) horen
(zij/ze) horen