Vocabulary (14)

Het bad

Het bad Show

The bathtub Show

Het bed

Het bed Show

The bed Show

Het bureau

Het bureau Show

The desk Show

De bank

De bank Show

The sofa Show

De kast

De kast Show

The cupboard Show

De lamp

De lamp Show

The lamp Show

De stoel

De stoel Show

The chair Show

De tafel

De tafel Show

The table Show

Het toilet

Het toilet Show

The toilet Show

De douche

De douche Show

The shower Show

Het raam

Het raam Show

The window Show

De deur

De deur Show

The door Show

Openen

Openen Show

To open Show

Sluiten

Sluiten Show

To close Show

Sluiten (to close)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) sluit
(jij/je) sluit
(hij/zij/ze/het) sluit
(wij/we) sluiten
(jullie) sluiten
(zij/ze) sluiten

Openen (to open)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) open
(jij/je) opent
(hij/zij/ze/het) opent
(wij/we) openen
(jullie) openen
(zij/ze) openen