Met 'houden van', 'leuk vinden', 'dol zijn op' geef je voorkeuren aan; 'niet houden van', 'haten' voor afkeuren.
(With
- Structure: persoon + werkwoord + object. For example: 'Ik houd van muziek.
| Uitdrukking (Expression) | Voorbeeld (Example) | |
|---|---|---|
| Voorkeuren (Preferences) | Houden van Leuk vinden Dol zijn op | Ik houd van blauw. Ik vind dansen leuk. Ik ben dol op chocolade. |
| Afkeuren (Dislikes) | Niet houden van Niet leuk vinden Haten | Ik houd niet van geel. Ik vind dansen niet leuk. Ik haat geweld. |
Exercise 1: Multiple choice
Instruction: Choose the correct answer
1. Ik ______ niet van een zwarte muur in het kantoor.
I ______ don't like a black wall in the office.)2. Ik ______ de groene vergaderruimte erg leuk.
I ______ really like the green meeting room.)3. Ik ben ______ de blauwe fietsen in de stad.
I am ______ the blue bicycles in the city.)4. Ik ______ die gele stoelen in de lobby.
I ______ those yellow chairs in the lobby.)Exercise 2: Rewrite the phrases
Instruction: Rewrite each sentence and use one of these expressions for preference or disapproval: to love, to like, to be fond of, not to like, to dislike, to hate.
-
Ik luister graag naar muziek.
-
Zij kijkt graag romantische films.⇒ _______________________________________________ ExampleZij vindt romantische films leuk.(Zij vindt romantische films leuk.)
-
Wij drinken erg graag koffie op kantoor.⇒ _______________________________________________ ExampleWij zijn dol op koffie op kantoor.(Wij zijn dol op koffie op kantoor.)
-
Ik kijk niet graag naar horrorfilms.⇒ _______________________________________________ ExampleIk houd niet van horrorfilms.(Ik houd niet van horrorfilms.)
-
Hij werkt niet graag in een druk kantoor.⇒ _______________________________________________ ExampleHij vindt het niet leuk om in een druk kantoor te werken.(Hij vindt het niet leuk om in een druk kantoor te werken.)
-
Zij heeft een heel sterke hekel aan geweld.⇒ _______________________________________________ ExampleZij haat geweld.(Zij heeft een sterke hekel aan geweld.)
Exercise 3: Grammar in action
Instruction: Discuss which colours you like and which you do not like.
- Welke kleuren vind jij mooi voor kantoorstoelen? Waarom? (Which colours do you like for office chairs? Why?)
- Welke kleuren vind jij niet mooi voor stoelen of muren? Waarom? (Which colours don't you like for chairs or walls? Why?)
- Ik houd van blauw, maar niet van geel. (I like blue, but not yellow.)
- Ik vind grijs leuk voor de stoelen. (I think gray would be nice for the chairs.)
- Ik ben dol op groen voor de muren. (I'm really fond of green for the walls.)
- Ik houd (niet) van + kleur (Ik houd (niet) van + kleur)
- Ik vind + kleur (+ niet) leuk (Ik vind + kleur (+ niet) leuk)
- Ik ben dol op / Ik haat + kleur(en) (Ik ben dol op / Ik haat + kleur(en))