Woordenschat (21)

De stad

De stad Show

De stad Show

De hoofdstad

De hoofdstad Show

De hoofdstad Show

Het land

Het land Show

Het land Show

Nederland

Nederland Show

Nederland Show

België

België Show

België Show

Denemarken

Denemarken Show

Denemarken Show

Duitsland

Duitsland Show

Duitsland Show

Finland

Finland Show

Finland Show

Frankrijk

Frankrijk Show

Frankrijk Show

Noorwegen

Noorwegen Show

Noorwegen Show

Polen

Polen Show

Polen Show

Portugal

Portugal Show

Portugal Show

Spanje

Spanje Show

Spanje Show

Zweden

Zweden Show

Zweden Show

Zwitserland

Zwitserland Show

Zwitserland Show

De taal

De taal Show

De taal Show

De nationaliteit

De nationaliteit Show

De nationaliteit Show

Waar kom je vandaan?

Waar kom je vandaan? Show

Waar kom je vandaan? Show

Wonen

Wonen Show

Wonen Show

Geboren worden

Geboren worden Show

Geboren worden Show

Komen

Komen Show

Komen Show

Wonen (wonen)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) woon
(jij/je) woont
(hij/zij/ze/het) woont
(wij/we) wonen
(jullie) wonen
(zij/ze) wonen

Komen (komen)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) kom
(jij/je) komt
(hij/zij/ze/het) komt
(wij/we) komen
(jullie) komen
(zij/ze) komen