Gebruik 'zijn aan het' + infinitief om lopende acties te beschrijven,.

(Usa 'zijn aan het' + infinito per descrivere azioni in corso.)

  1. Formula: zijn + aan het + infinito.
  2. Si usa per azioni che sono in corso in questo momento.
  3. Usa sempre il verbo essere come ausiliare.
Persoon (Persona)Voorbeeld (Esempio)
IkIk ben bloemen aan het zaaien. (Sto seminando fiori.)
JijJij bent de planten aan het sproeien. (Stai spruzzando le piante.)
Hij/ZijHij/zij is aan het planten. (Lui/lei sta piantando.)
WijWij zijn aan het werken in de tuin. (Noi stiamo lavorando in giardino.)
JullieJullie zijn aan het spelen buiten. (Voi state giocando fuori.)
ZijZij zijn aan het voetballen. (Loro stanno giocando a calcio.)

Esercizio 1: Stare + infinito

Istruzione: Inserisci la parola corretta.

Mostra la traduzione Mostra le risposte

aan het sproeien, zijn aan het klimmen, is aan het werken, is aan het groeien, zijn aan het verwelken, aan het regenen is

1. Sproeien:
Wij zijn ... in de tuin.
(Stiamo annaffiando il giardino.)
2. Klimmen:
Jullie ... in de boom
(State arrampicando sull'albero)
3. Regenen:
De aarde wordt erg vochtig, omdat het ....
(La terra diventa molto umida, perché sta piovendo.)
4. Verwelken:
De bloemen ....
(I fiori stanno appassendo.)
5. Groeien:
Het zaad ....
(Il seme sta crescendo.)
6. Werken:
De tuinman ... in de tuin.
(Il giardiniere sta lavorando in giardino.)

Esercizio 2: Scelta multipla

Istruzione: Scegli la risposta corretta

1. Ik _____ de planten op kantoor aan het sproeien, want ze zijn heel droog.

Io _____ le piante in ufficio, perché sono molto secche.)

2. Wij _____ nieuwe bloemen aan het zaaien in de voortuin.

Noi _____ nuovi fiori nel giardino davanti.)

3. U _____ de boom aan het snoeien en ik ben de stenen aan het verplaatsen.

Lei _____ l'albero e io sto spostando le pietre.)

4. Zij _____ kamerplanten aan het kiezen voor hun nieuwe kantoor.

Loro _____ piante da appartamento per il loro nuovo ufficio.)

Esercizio 3: Riscrivi le frasi

Istruzione: Riscrivi le frasi usando la costruzione ‘zijn aan het + infinito’ per mostrare che l’azione è in corso adesso.

Mostra/Nascondi traduzione Mostra/Nascondi suggerimenti
  1. Ik lees een boek over tuinieren.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik ben een boek over tuinieren aan het lezen.
    (Ik ben een boek over tuinieren aan het lezen.)
  2. Jij kookt vanavond pasta voor je vrienden.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Jij bent vanavond pasta voor je vrienden aan het koken.
    (Jij bent vanavond pasta voor je vrienden aan het koken.)
  3. Hij maakt foto’s van de bloemen in de tuin.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hij is foto’s van de bloemen in de tuin aan het maken.
    (Hij is fotos van de bloemen in de tuin aan het maken.)
  4. Wij werken samen in de tuin van het kantoor.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Wij zijn samen in de tuin van het kantoor aan het werken.
    (Wij zijn samen in de tuin van het kantoor aan het werken.)
  5. Jullie pakken nieuwe planten in het tuincentrum.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Jullie zijn nieuwe planten in het tuincentrum aan het inpakken.
    (Jullie zijn nieuwe planten in het tuincentrum aan het inpakken.)
  6. Zij praten met de medewerker over potgrond.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Zij zijn met de medewerker over potgrond aan het praten.
    (Zij zijn met de medewerker over potgrond aan het praten.)

Scritto da

Questo contenuto è stato progettato e revisionato dal team pedagogico di coLanguage. Chi siamo

Profile Picture

Kato De Paepe

Business e lingue

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Ultimo aggiornamento:

Mercoledì, 07/01/2026 22:06