Gebruik 'zijn aan het' + infinitief om lopende acties te beschrijven,.
(Usa
- Formula: zijn + aan het + infinitief.
- Si usa per azioni che sono in corso in questo momento.
- Usa sempre il verbo 'zijn' come verbo ausiliare.
| Persoon (Persona) | Voorbeeld (Esempio) |
|---|---|
| Ik | Ik ben bloemen aan het zaaien. (Sto seminando fiori.) |
| Jij | Jij bent de planten aan het sproeien. (Stai annaffiando le piante con lo spruzzino.) |
| Hij/Zij | Hij/zij is aan het planten. (Lui/lei sta piantando.) |
| Wij | Wij zijn aan het werken in de tuin. (Stiamo lavorando in giardino.) |
| Jullie | Jullie zijn aan het spelen buiten. (State giocando fuori.) |
| Zij | Zij zijn aan het voetballen. (Loro stanno giocando a calcio.) |
Esercizio 1: Scelta multipla
Istruzione: Scegli la risposta corretta
1. Ik _____ de planten op kantoor aan het sproeien, want ze zijn heel droog.
Io _____ le piante in ufficio, perché sono molto secche.)2. Wij _____ nieuwe bloemen aan het zaaien in de voortuin.
Noi _____ nuovi fiori nel giardino davanti.)3. U _____ de boom aan het snoeien en ik ben de stenen aan het verplaatsen.
Lei _____ l'albero e io sto spostando le pietre.)4. Zij _____ kamerplanten aan het kiezen voor hun nieuwe kantoor.
Loro _____ piante da appartamento per il loro nuovo ufficio.)Esercizio 2: Riscrivi le frasi
Istruzione: Riscrivi le frasi usando la costruzione ‘zijn aan het + infinito’ per mostrare che l’azione è in corso adesso.
-
Ik lees een boek over tuinieren.⇒ _______________________________________________ ExampleIk ben een boek over tuinieren aan het lezen.(Ik ben een boek over tuinieren aan het lezen.)
-
Jij kookt vanavond pasta voor je vrienden.⇒ _______________________________________________ ExampleJij bent vanavond pasta voor je vrienden aan het koken.(Jij bent vanavond pasta voor je vrienden aan het koken.)
-
Hij maakt foto’s van de bloemen in de tuin.⇒ _______________________________________________ ExampleHij is foto’s van de bloemen in de tuin aan het maken.(Hij is fotos van de bloemen in de tuin aan het maken.)
-
Wij werken samen in de tuin van het kantoor.⇒ _______________________________________________ ExampleWij zijn samen in de tuin van het kantoor aan het werken.(Wij zijn samen in de tuin van het kantoor aan het werken.)
-
Jullie pakken nieuwe planten in het tuincentrum.⇒ _______________________________________________ ExampleJullie zijn nieuwe planten in het tuincentrum aan het inpakken.(Jullie zijn nieuwe planten in het tuincentrum aan het inpakken.)
-
Zij praten met de medewerker over potgrond.⇒ _______________________________________________ ExampleZij zijn met de medewerker over potgrond aan het praten.(Zij zijn met de medewerker over potgrond aan het praten.)
Esercizio 3: La grammatica in azione
Istruzione: Fai una breve conversazione: racconta cosa stai facendo tu e il tuo collega adesso.
- Wat ben jij nu met de planten aan het doen? (Cosa stai facendo adesso con le piante?)
- Wat is je collega aan het doen in de tuin of op kantoor? Noem minstens twee personen (bijv. jij en de tuinman). (Che cosa sta facendo il tuo collega in giardino o in ufficio? Nomina almeno due persone (per es. tu e il giardiniere).)
- Ik ben de planten water aan het geven. (Sto dando da bere alle piante.)
- Hij is de bloemen aan het sproeien. (Lui sta nebulizzando i fiori.)
- Wij zijn zaden in de aarde aan het zaaien bij de boom. (Stiamo seminando semi nella terra vicino all'albero.)
- ik ben … aan het + infinitief (ik ben … aan het + infinitief)
- hij/zij is … aan het + infinitief (hij/zij is … aan het + infinitief)
- wij zijn … aan het + infinitief (wij zijn … aan het + infinitief)