Oefening: Gespreksoefening
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
- Kun je de seizoenen en maanden noemen? (Kun je de seizoenen en maanden noemen?)
- Hoe is het weer in elk seizoen? (Hoe is het weer in elk seizoen?)
- Welke maanden vallen in welk seizoen? (Welke maanden horen bij elk seizoen?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening: Schrijfopdracht (AI+)
Instructie: Schrijf 4 tot 6 zinnen over wat jij dit jaar in elk seizoen gaat doen (privé of met collega’s). (AI+)
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Nuttige uitdrukkingen:
Mijn favoriete seizoen is ... / In ... ga ik ... / In de zomer/winter/herfst/lente doe ik graag ... / Met mijn collega’s/vrienden/familie ga ik ...