A1.12 - Seizoenen, maanden en delen van het jaar
A1.12 - Seizoenen, maanden en delen van het jaar

A1.12 - Seizoenen, maanden en delen van het jaar - Spreken

Seizoenen, maanden en delen van het jaar


Oefening: Gespreksoefening

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. Kun je de seizoenen en maanden noemen? (Kun je de seizoenen en maanden noemen?)
  2. Hoe is het weer in elk seizoen? (Hoe is het weer in elk seizoen?)
  3. Welke maanden vallen in welk seizoen? (Welke maanden horen bij elk seizoen?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Oefening: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf 4 tot 6 zinnen over wat jij dit jaar in elk seizoen gaat doen (privé of met collega’s). (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Mijn favoriete seizoen is ... / In ... ga ik ... / In de zomer/winter/herfst/lente doe ik graag ... / Met mijn collega’s/vrienden/familie ga ik ...