In de video krijg je een exclusieve rondleiding in een Amsterdamse keuken.
In de video krijg je een exclusieve rondleiding in een Amsterdamse keuken.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord
De koelkast
De vriezer
De combimagnetron
De magnetron
De oven
Het koffiezetapparaat
Het gourmetstel
De koelkast en de vriezer staan in de keuken.
In de kast staan borden en glazen.
Er is ook een combimagnetron en een oven.
In de lades ligt bestek en liggen pannen.
Op het aanrecht staan kruiden en een koffiezetapparaat.
De prullenbak staat onder het aanrecht.
In de keuken liggen dingen die dagelijks worden gebruikt.
Boven op de kast staan spullen die nog geen vaste plek hebben.
Het is een fijne en praktische keuken om in te werken.

Begripsvragen:

  1. Waar staan de koelkast en de vriezer?

    (Waar staan de koelkast en de vriezer?)

  2. Wat staat er op het aanrecht? Noem twee dingen.

    (Wat staat er op het aanrecht? Noem twee dingen.)

  3. Waarom is de keuken praktisch? Noem één reden uit de tekst.

    (Waarom is de keuken praktisch? Noem één reden uit de tekst.)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Probleem met de vaatwasser

1. Jochem: Hallo, met Jochem. Ik heb een probleem met mijn vaatwasser.
2. Sterre: Goedemiddag Jochem, vertelt u eens: wat is er precies aan de hand?
3. Jochem: Hij gaat aan, maar na een paar minuten stopt hij weer.
4. Sterre: Dat is vervelend. Brandt er een rood lampje op het paneel?
5. Jochem: Ja, ik zie daar inderdaad een rood lampje. Ik weet niet wat het betekent.
6. Sterre: Dat lampje geeft meestal aan dat er weinig water binnenkomt.
7. Jochem: Oké. Kan het ook aan de kraan onder de gootsteen liggen?
8. Sterre: Zeker. Kijkt u even of die kraan helemaal openstaat?
9. Jochem: Momentje… Ja, hij stond half dicht. Ik zet hem nu helemaal open.
10. Sterre: Prima. Zet het apparaat opnieuw aan en kijk even wat er gebeurt.

1. Lees de dialoog. Waar heeft Jochem een probleem mee?


2. Wat doet de vaatwasser volgens Jochem?


Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. U woont net in een nieuw appartement. Welke drie huishoudelijke apparaten gebruikt u elke dag? Vertel kort waarvoor u ze zijn.

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Uw afwasmachine doet het niet goed. Wat zegt u aan de monteur aan de telefoon? Noem het probleem en één detail.

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Vertel kort hoe u uw huis schoonmaakt in het weekend. Welke apparaten gebruikt u daarbij?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. U gaat een week op vakantie. Welke apparaten zet u uit of controleert u voordat u weggaat? Noem twee of drie.

    __________________________________________________________________________________________________________