Deze video is een korte ademhalingsoefening. Hierbij neem je even een moment voor jezelf.
Deze video is een korte ademhalingsoefening. Hierbij neem je even een moment voor jezelf.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord
Rustig
Gestrest
Ontspanning
Voelen
Loslaten
Ben je gestrest? Doe dan een kleine ademhalingsoefening.
Je wordt rustig en je kunt beter slapen.
Ga zitten op een stoel, in bed of op de bank en sluit je ogen.
Let op je adem: je ademt in en je ademt uit.
Je uitademing is minimaal twee keer zo lang als je inademing.
Blijf rustig ademen en blijf zo even zitten.
Bij elke uitademing laat je spanning los.
Laat je schouders, je borst en je buik zacht worden.
Voel de zachtheid in je lichaam en voel de ontspanning.

Begripsvragen:

  1. Wat moet je doen met je ademhaling om rustiger te worden?

    (Wat moet je met je ademhaling doen om rustiger te worden?)

  2. Waar kun je gaan zitten voor deze oefening? Noem één plek.

    (Waar kun je gaan zitten voor deze oefening? Noem één plek.)

  3. Wat laat je los bij elke uitademing, en hoe voelt je lichaam daarna?

    (Wat laat je los bij elke uitademing en hoe voelt je lichaam daarna?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Fysieke toestanden en sensaties

1. Joost: Goeiemorgen Floor, hoe gaat het met jou vandaag?
2. Floor: Goeiemorgen Joost, ik voel me goed, maar ook best gestrest.
3. Joost: De werkdruk is hoog, hè. Ik merk dat ook deze week.
4. Floor: Ja, ik doe soms een simpele ademhalingsoefening om te ontspannen.
5. Joost: Hoe gaat die precies? Misschien helpt het mij ook.
6. Floor: Ik ga rustig zitten, sluit mijn ogen en adem langzaam in.
7. Joost: En adem je dan ook langer uit om te ontspannen?
8. Floor: Precies, de uitademing is langer en zo laat ik de spanning los.
9. Joost: Ik probeer het straks even. Dankjewel alvast.

1. Wat is jouw opdracht bij deze oefening?


2. Hoe voelt Floor zich vandaag?


Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. U werkt veel en maakt lange dagen. Hoe voelt uw lichaam na een drukke werkdag? Noem twee dingen kort.

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. U bent op kantoor en voelt zich niet goed. Wat zegt u tegen uw collega of uw leidinggevende? Geef een korte zin.

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. U komt thuis en u bent gestrest. Wat doet u om te ontspannen? Noem één of twee dingen kort.

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. U doet één keer per week sport. Hoe voelt uw lichaam tijdens of na het sporten? Beschrijf dit in één of twee korte zinnen.

    __________________________________________________________________________________________________________