Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Na deze lange werkdag ben ik helemaal uitgeput.
Ik heb veel dorst, mag ik een glas water?
Mijn rug doet pijn, ik wil even rusten.
Na het sporten pak ik even een koud flesje.

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Poster in de sportschool: Na je werkdag ontspannen

Vul de lege plekken in: rusten, mediteren, matje, moe, gespannen, poster, pijn, bezweet, dorst

(Poster in de sportschool: Na je werkdag ontspannen)

Na een lange werkdag zit je veel op een stoel. Je lichaam voelt zwaar en soms doet je rug . In de sportschool FitPunt hangt bij de ingang een kleine . Op de poster staat: "Voel je je ? Kom naar onze rustige avondles. Hier kun je stretchen, en even niets doen."

In de les is de muziek zacht. De trainer zegt: "Ga liggen op je . Sluit je ogen. Voel je buik en je benen. Ben je hongerig of heb je ? Ben je of juist ? Luister naar je lichaam. Neem daarna tien minuten om te . Je wordt rustiger en slaapt beter in de nacht."

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Poeh, ik ben echt moe na deze lange dag op kantoor. Ik heb hoofdpijn en een beetje pijn in mijn nek. Thuis ga ik even op de bank liggen en goed rusten.

Wat heeft de man nu nodig?

2. Ik kom net terug van hardlopen in het park. Ik ben bezweet en een beetje uitgeput, maar mijn benen voelen goed. Thuis drink ik eerst een koud flesje water tegen de dorst.

Hoe voelt de vrouw zich na het sporten?

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Na een lange werkdag ___ ik een halfuurtje op het bankje in de tuin.


2. In het weekend ___ jij even op het stoeltje voordat je gaat sporten.


3. Na de training ___ wij op het bankje in het park en drinken we water.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent op je werk. Je hebt veel honger, maar je collega praat lang. Je wilt even pauze. Zeg wat je nodig hebt. (Gebruik: de honger, pauze, iets eten)

Ik heb    

Voorbeeld:

Ik heb honger. Ik wil even pauze en iets eten.

2. Je bent in de sportschool. Je vriend(in) vraagt: ‘Hoe gaat het?’ Je bent erg moe. Zeg hoe je je voelt en wat je nu wilt doen. (Gebruik: moe, even zitten, water drinken)

Ik ben    

Voorbeeld:

Ik ben heel moe. Ik wil even zitten en water drinken.

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hey Sam,

Hoe gaat het nu met je? In de sportschool zag je er moe uit en je was heel bezweet. Heb je ook pijn in je been?

Als je wilt, kan ik even langskomen met water of iets kleins te eten. Wat heb je nodig?

Groet,
Laura


Hey Sam,

Hoe gaat het nu met je? In de sportschool zag je er moe uit en je was heel bezweet. Heb je ook pijn aan je been?

Als je wilt, kan ik even langskomen met water of iets kleins te eten. Wat heb je nodig?

Groet,
Laura


Nuttige zinnen:

  1. Ik voel me … (moe / goed / niet zo goed).

  2. Ik heb pijn in mijn …

  3. Kun je … voor mij meenemen?

Hoi Laura, dank je! Ik ben erg moe en ik heb een beetje pijn in mijn been. Ik heb ook dorst. Kun je een fles water meenemen? Ik ga nu even rusten. Tot zo!