A1.31.2 - Gebruik van 'er' en 'daar'
Gebruik van 'er' en 'daar'
Het woord 'er' wordt gebruikt om de aanwezigheid van iets aan te geven, terwijl 'daar' een specifieke locatie aanduidt.
- 'Er' geeft de aanwezigheid van iets aan, zoals in 'Er is een stoel.'
- 'Daar' verwijst naar een specifieke locatie, zoals in 'Daar staat de tafel.'
- 'Er' wordt vaak gebruikt als plaatsvervanger in zinnen met een onbepaald onderwerp.
| Er is + onbepaald lidwoord | Er is een stoel in de kamer. (Er is een stoel in de kamer.) |
| Er zijn + meervoud | Er zijn 2 slaapkamers. (Er zijn 2 slaapkamers.) |
| Daar + werkwoord + onderwerp | Daar ligt mijn jas. (Daar ligt mijn jas.) Daar woont mijn oma. (Daar woont mijn oma.) |
Oefening 1: Gebruik van 'er' en 'daar'
Instructie: Vul het juiste woord in.
Er, daar, er
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. ___ zijn twee slaapkamers en een grote woonkamer in dit appartement.
2. ___ staat de bank en daar is de deur naar de tuin.
3. ___ is een kleine gang en daarna kom je in de woonkamer.
4. ___ is de keuken en er is ook een kleine eettafel.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met 'er is' / 'er zijn' of 'daar' + werkwoord + onderwerp, zodat duidelijk wordt of iets algemeen aanwezig is (er is/er zijn) of op een specifieke plek staat/ligt/woont (daar + werkwoord + onderwerp). Let op: enkelvoud = er is, meervoud = er zijn.
-
Er is een kleine supermarkt op de hoek van de straat.⇒ _______________________________________________ ExampleEr is een kleine supermarkt op de hoek van de straat.
Pas deze grammatica toe tijdens echte gesprekken!
Deze grammatica-oefeningen maken deel uit van onze conversatiecursussen. Vind een leraar en oefen dit onderwerp tijdens echte gesprekken!
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen
Geschreven door
Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage