Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
| Woord |
|---|
| De voorzieningen in het dorp |
| Een klein dorp |
| Een onbemande supermarkt |
| De lokale boeren |
| De inwoners van het dorp |
| De winkel |
| De eigen streek |
| De bank |
1. Wat is de Pantry?
2. Wie zetten de producten in de winkel?
3. Hoe kunnen mensen boodschappen doen bij de Pantry?
4. Wie hielp met geld om de Pantry te starten?
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Een nieuwe buurtbewoner in Wilp zoekt een plek om boodschappen te doen
| 1. | Tim: | Pardon, ik ben net verhuisd. Kun je me helpen? |
| 2. | Nienke: | Natuurlijk! Waarmee kan ik je helpen? |
| 3. | Tim: | Kun je me vertellen waar ik boodschappen kan doen? |
| 4. | Nienke: | Je kunt naar de Pantry gaan. Dat is heel handig! |
| 5. | Tim: | De Pantry? Wat is dat precies? |
| 6. | Nienke: | Het is een klein onbemand winkeltje van lokale boeren. Ze hebben verse groenten en fruit, maar ook snacks. |
| 7. | Tim: | Interessant! Waar is het? |
| 8. | Nienke: | Het is aan het einde van deze straat, aan de rechterkant. |
| 9. | Tim: | Oké, en hoe werkt het? Heb ik iets nodig om naar binnen te gaan? |
| 10. | Nienke: | Ja, je hebt een app nodig om naar binnen te gaan en te betalen. |
| 11. | Tim: | Klinkt goed! Bedankt voor de hulp, ik ga het proberen. |
| 12. | Nienke: | Geen probleem. Succes! |
1. Waar is de Pantry?
2. Wat heeft Tim nodig om de Pantry binnen te gaan en te betalen?