A1.38.1 - Een ochtend vol praktische zaken
Een ochtend vol praktische zaken
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| De voorzieningen in het dorp |
| Een klein dorp |
| Een onbemande supermarkt |
| De lokale boeren |
| De inwoners van het dorp |
| De winkel |
| De eigen streek |
| De bank |
| In veel kleine dorpen verdwijnen steeds meer voorzieningen, zoals winkels. |
| De Pantry wil dit probleem oplossen. |
| De Pantry is een kleine, onbemande supermarkt in het dorp. |
| Lokale boeren zetten hun producten zelf in de winkel en bepalen de prijs. |
| In dit project werken twaalf lokale boeren samen. |
| De inwoners van het dorp kunnen een app downloaden en zo hun boodschappen doen. |
| De producten komen uit de eigen streek en zijn vers. |
| Een bank, de Rabobank, heeft geholpen met geld uit een speciaal impactfonds. |
| Met dit geld kon de Pantry worden gestart. |
| Er is veel behoefte aan dit soort winkels in kleine dorpen. |
Begripsvragen:
-
Waarom is de Pantry belangrijk voor het dorp?
(Waarom is de Pantry belangrijk voor het dorp?)
-
Wie vullen de winkel met producten en wie bepaalt de prijs?
(Wie vult de winkel met producten en wie bepaalt de prijs?)
-
Hoe kunnen de inwoners van het dorp hun boodschappen doen bij de Pantry?
(Hoe kunnen de inwoners van het dorp hun boodschappen doen bij de Pantry?)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
De Pantry in de buurt
| 1. | Tim: | Pardon, ik ben net verhuisd. Kun je me helpen? |
| 2. | Nienke: | Natuurlijk! Waarmee kan ik je helpen? |
| 3. | Tim: | Kun je me vertellen waar ik boodschappen kan doen? |
| 4. | Nienke: | Ah, je kunt naar de Pantry gaan, dat is heel handig. |
| 5. | Tim: | De Pantry? Wat is dat precies? |
| 6. | Nienke: | Het is een klein, onbemand winkeltje van lokale boeren. Ze hebben verse groenten en fruit, maar ook snacks. |
| 7. | Tim: | Interessant! Waar is het? |
| 8. | Nienke: | Het is aan het einde van deze straat, aan de rechterkant. |
| 9. | Tim: | Oké. En hoe werkt het? Moet ik iets doen om naar binnen te gaan? |
| 10. | Nienke: | Je hebt een app nodig om naar binnen te gaan en om te betalen. |
| 11. | Tim: | Klinkt goed, bedankt voor je hulp. Ik ga het proberen! |
| 12. | Nienke: | Geen probleem, succes! |
1. Waar gaat dit gesprek vooral over?
2. Waarom heeft Tim hulp nodig?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
U woont sinds kort in een nieuwe buurt. Vertel kort waar u uw boodschappen doet en hoe u er naartoe gaat.
__________________________________________________________________________________________________________
-
U wilt weten wanneer de bibliotheek open is. Wat vraagt u aan de medewerker bij de balie?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U voelt zich niet goed en denkt aan het ziekenhuis of de spoedeisende hulp. Leg kort uit waar u naartoe moet en wanneer.
__________________________________________________________________________________________________________
-
U heeft een drukke werkdag. Noem twee diensten (bijv. bakker, postkantoor of kantoor) die u nodig heeft en zeg kort wanneer u daar naartoe gaat.
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 4: Oefening in context
Instructie: Bekijk de map en vertel in welke regio's de bevolking krimpt of groeit. Tip: de dorpjes die krimpen zijn vaak ook de mooiste!
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen