Woordenschat (23)

De aardappel

De aardappel Show

De aardappel Show

Het brood

Het brood Show

Het brood Show

De kaas

De kaas Show

De kaas Show

De melk

De melk Show

De melk Show

Het zout

Het zout Show

Het zout Show

De appel

De appel Show

De appel Show

De banaan

De banaan Show

De banaan Show

De sinaasappel

De sinaasappel Show

De sinaasappel Show

De tomaat

De tomaat Show

De tomaat Show

De komkommer

De komkommer Show

De komkommer Show

De sla

De sla Show

De sla Show

De paprika

De paprika Show

De paprika Show

De wortel

De wortel Show

De wortel Show

De ui

De ui Show

De ui Show

De knoflook

De knoflook Show

De knoflook Show

De eieren

De eieren Show

De eieren Show

Het ontbijt

Het ontbijt Show

Het ontbijt Show

Het avondeten

Het avondeten Show

Het avondeten Show

De koffie

De koffie Show

De koffie Show

De thee

De thee Show

De thee Show

Het water

Het water Show

Het water Show

Eten

Eten Show

Eten Show

Drinken

Drinken Show

Drinken Show

Ontbijten (ontbijten)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) ontbijt
(jij/je) ontbijt
(hij/zij/ze/het) ontbijt
(wij/we) ontbijten
(jullie) ontbijten
(zij/ze) ontbijten

Drinken (drinken)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) drink
(jij/je) drinkt
(hij/zij/ze/het) drinkt
(wij/we) drinken
(jullie) drinken
(zij/ze) drinken