A1.31.1 - Rookmelders
Rookmelders
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| De badkamer |
| De keuken |
| De garage |
| De zolder |
| De slaapkamer |
| De gang |
| De centrale hal |
| De meeste slachtoffers van brand overlijden door het inademen van rook. |
| Als je slaapt, ruik je niets. |
| Rook bevat giftige gassen en kan mensen snel bewusteloos maken. |
| Hang daarom rookmelders op, het liefst al voor de eerste nacht in je nieuwe huis. |
| Plaats rookmelders niet in de badkamer, de keuken of de garage, maar op rustigere plekken. |
| Hang op elke verdieping een rookmelder, ook op de zolder. |
| Hang bij voorkeur ook een rookmelder in elke slaapkamer, in lange gangen en in de centrale hal. |
| Je kunt de rookmelder eenvoudig ophangen met schroeven of met speciale tape. |
| Test direct na het ophangen of de rookmelder goed werkt en of de batterij in orde is. |
Begripsvragen:
-
Waarom is rook zo gevaarlijk bij brand?
(Waarom is rook zo gevaarlijk bij brand?)
-
Op welke verdiepingen in huis moet je een rookmelder ophangen? Noem minstens twee plekken.
(Op welke plaatsen in huis moet je een rookmelder ophangen? Noem minstens twee.)
-
In welke kamers of ruimtes moet je juist geen rookmelder installeren?
(In welke kamers of ruimtes moet je juist geen rookmelder installeren?)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Ons huis bekijken
| 1. | Christiaan: | Hallo, ik ben Christiaan. Ik heb een afspraak om het huis te bekijken. |
| 2. | Roos: | Welkom, Christiaan, goed dat u er bent. We beginnen hier in de hal. |
| 3. | Christiaan: | Mooi, ik zie dat de woonkamer hiernaast erg ruim is en veel licht krijgt. |
| 4. | Roos: | Klopt, en naast de woonkamer zijn de keuken en de tuin. |
| 5. | Christiaan: | Fijn. Hoeveel slaapkamers zijn er in dit huis, en is er ook een werkplek? |
| 6. | Roos: | Er zijn twee slaapkamers boven en op zolder is een rustige werkplek. |
| 7. | Christiaan: | Handig. Weet u of er al rookmelders hangen boven? |
| 8. | Roos: | Ja, op elke verdieping hangt er één, behalve in de keuken. |
| 9. | Christiaan: | Oké, duidelijk. Ik vind de indeling beneden wel prettig. |
| 10. | Roos: | Mooi zo. Laten we dan verdergaan naar boven. |
1. Lees de dialoog. Kies het beste antwoord bij elke vraag.
2. Waar staan Christiaan en Roos aan het begin van de rondleiding?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
Kunt u kort uw huis of appartement beschrijven? Welke kamers zijn er en op welke verdieping zijn ze?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U verhuist naar Nederland voor uw werk. Wat is voor u belangrijk in een huis? Noem twee dingen en leg kort uit waarom.
__________________________________________________________________________________________________________
-
Stel: een collega komt voor het eerst bij u thuis op bezoek. Wat zegt u als u hem of haar binnenlaat en het huis laat zien?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U belt met een makelaar over een huurhuis. Welke twee vragen stelt u over de kamers of de indeling?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen