Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Ik zet de afwasmachine aan want ik heb veel vuile borden.
De koelkast is leeg dus ik moet alles nieuw kopen.
Wie zet de wasmachine aan als jij van huis gaat?
Elke avond zet ik de verwarming uit om tien uur.

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Handleiding voor nieuwe wasmachine

Vul de lege plekken in: bakje, uit, aan, breng, douche, zet, dient, wasmachine, trommel

(Handleiding voor een nieuwe wasmachine)

U heeft een nieuwe in uw appartement. De wasmachine staat in de badkamer, naast de . Dit apparaat om kleding schoon te maken. Eerst doet u de vuile kleding in de . Daarna doet u wasmiddel in het . Dan u de wasmachine met de grote knop.

Let op: sluit de deur altijd goed. De machine stopt als de deur open is. Na het wassen zet u de wasmachine . Haal de natte was direct uit de machine en de was naar het droogrek. Zo droogt alles sneller en ruikt de kleding fris.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Hoi, ik ga nu weg. De wasmachine draait nog. Kun jij de was eruit halen als hij klaar is en daarna de afwasmachine aanzetten? Dan is alles schoon als ik thuis ben.

Wat vraagt de spreker aan haar huisgenoot?

2. Goedemiddag, met Joris. De verwarming doet het niet. Het is in alle vertrekken heel koud. Kunt u iemand sturen om het te repareren?

Wat is het probleem van Joris?

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ elke ochtend het glas naar de glasbak en daarna zet ik de afwasmachine aan.


2. Mijn huisgenoot ___ altijd het oud papier weg, want hij vindt dat iedereen in het huis iets moet doen.


3. De verwarming ___ overdag op 19 graden te staan, zodat iedereen in huis het warm heeft.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent thuis. Je partner vraagt: “Kun jij de afwas doen?” Zeg dat je de afwas in de machine zet en dat je de machine aanzet. (Gebruik: de afwasmachine, aanzetten, schoon)

Ik zet    

Voorbeeld:

Ik zet de afwasmachine aan, dan wordt alles schoon.

2. Je bent op je werk in een klein kantoor. Er is eten over van de lunch. Je collega vraagt: “Waar kan ik dit bewaren?” Zeg dat je het eten in de koelkast doet zodat het koud blijft. (Gebruik: de koelkast, koud houden, bewaren)

Ik doe    

Voorbeeld:

Ik doe het eten in de koelkast, dan blijft het koud.

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Beste huurder,

Ik heb een bericht gekregen van de bovenburen. Zij horen veel lawaai van de wasmachine en merken dat de verwarming niet goed werkt in jouw appartement.

Klopt dit? Werkt de wasmachine nog goed, of is er een probleem? Wordt de verwarming warm, of blijft alles koud?

Wil je mij alles even uitleggen in een e-mail? Dan kan ik een monteur brengen.

Met vriendelijke groet,
Sara de Vries
Huisbaas


Beste huurder,

Ik heb een bericht gekregen van de bovenburen. Zij horen veel lawaai van de wasmachine en merken dat de verwarming niet goed werkt in jouw appartement.

Klopt dit? Werkt de wasmachine nog goed, of is er een probleem? Wordt de verwarming warm, of blijft alles koud?

Wil je mij alles even uitleggen in een e-mail? Dan kan ik een monteur sturen.

Met vriendelijke groet,
Sara de Vries
Huisbaas


Nuttige zinnen:

  1. Beste mevrouw De Vries,

  2. De wasmachine stopt na ... minuten.

  3. Kunt u een monteur sturen op ...?

Beste mevrouw De Vries,

Dank u voor uw e-mail. De wasmachine maakt veel lawaai en stopt na tien minuten. Ik zet hem aan, maar hij werkt niet goed. De verwarming wordt niet warm; het is koud in alle kamers.

Kunt u een monteur sturen op vrijdagmiddag? Ik ben dan thuis.

Met vriendelijke groet,
[Je naam]