A1.3 - Waar kom je vandaan?
A1.3 - Waar kom je vandaan?

A1.3 - Waar kom je vandaan? - Oefeningen

Waar kom je vandaan?


Oefening 1: Zinnen herschikken

Instructie: Maak correcte zinnen.

Toon antwoorden
1.
vandaan? | Waar | je | kom
Waar kom je vandaan?
2.
uit de | stad Utrecht. | Ik kom | uit Nederland,
Ik kom uit Nederland, uit de stad Utrecht.
3.
nationaliteit? | Wat | is | jouw
Wat is jouw nationaliteit?
4.
ik woon | Ik ben | in Amsterdam. | Duits, maar
Ik ben Duits, maar ik woon in Amsterdam.
5.
land? | in jouw | spreek je | Welke taal
Welke taal spreek je in jouw land?

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Waar kom je vandaan, uit België of Nederland?
Ik come uit Frankrijk, maar ik woon in Utrecht.
Wat is jouw nationaliteit? Ik ben Pools.
Spreek je de taal van het land waar je werkt?

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Hoi, met Ana. Ik ben nieuw op het werk. Ik kom uit Spanje, uit Madrid. Nu woon ik in Nederland. Mijn nationaliteit is Spaans.

Wat vertelt Ana over zichzelf?

2. Hallo, ik ben Thomas. Ik kom uit Duitsland, uit de stad Berlijn. Ik spreek Duits en een beetje Nederlands. Mijn vriendin is Nederlands.

Wat is waar over Thomas?

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Waar ___ jij nu, in welke stad in Nederland?


2. Ik kom uit Polen, maar ik ___ in de hoofdstad Amsterdam.


3. Waar ___ je vandaan en welke taal spreek je thuis?


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent op je eerste werkdag in Nederland. In de pauze praat je met een collega. Jij wilt weten waar hij vandaan komt. Stel een eenvoudige vraag. (Gebruik: Waar kom je vandaan?, de stad, het land)

Waar kom je    

Voorbeeld:

Waar kom je vandaan?

2. Je bent op een netwerkborrel in Amsterdam. Iemand vraagt: "Waar kom jij vandaan?" Zeg uit welk land je komt. (Gebruik: Nederland, België, Frankrijk, Spanje, Polen, Duitsland)

Ik kom uit    

Voorbeeld:

Ik kom uit Polen.