2. Woordenschat (16)

Het hoofd

Het hoofd Show

Het hoofd Show

Het gezicht

Het gezicht Show

Het gezicht Show

Het haar

Het haar Show

Het haar Show

De nek

De nek Show

De nek Show

De mond

De mond Show

De mond Show

De neus

De neus Show

De neus Show

Het oor

Het oor Show

Het oor Show

Het oog

Het oog Show

Het oog Show

Het lichaam

Het lichaam Show

Het lichaam Show

De rug

De rug Show

De rug Show

De buik

De buik Show

De buik Show

De arm

De arm Show

De arm Show

De hand

De hand Show

De hand Show

De vinger

De vinger Show

De vinger Show

Het been

Het been Show

Het been Show

De voet

De voet Show

De voet Show

3. Grammatica

4. Oefeningen

Oefening 1: Writing correspondence

Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation

E-mail: Je krijgt een e-mail van je huisarts om een afspraak te maken omdat je klachten aan je lichaam hebt. Je moet antwoorden en je klachten kort beschrijven en een tijd voorstellen.


Beste meneer/mevrouw,

U schreef dat u pijn heeft in uw rug en hoofd na een week computerwerk. Dat is vervelend.

Ik wil u graag zien op de praktijk. Kunt u mij mailen:

  • Waar heeft u nog meer pijn? (bijv. nek, armen, benen)
  • Wanneer kunt u komen? (ochtend of middag)

Dan maken we een afspraak.

Met vriendelijke groet,
Huisarts dr. Jansen


Beste meneer/mevrouw,

U schreef dat u pijn heeft in uw rug en hoofd na een week computerwerk. Dat is vervelend.

Ik wil u graag op de praktijk zien. Kunt u mij mailen:

  • Waar heeft u nog meer pijn? (bijv. nek, armen, benen)
  • Wanneer kunt u komen? (ochtend of middag)

Dan plannen we een afspraak.

Met vriendelijke groet,
Huisarts dr. Jansen


Begrijp de tekst:

  1. Welke klachten heeft de patiënt volgens de e-mail van de huisarts? Noem twee dingen.

  2. Welke informatie vraagt de huisarts precies om een afspraak te maken?

Nuttige zinnen:

  1. Ik heb pijn in mijn ...

  2. Ik kan komen op ... in de ochtend/middag.

  3. Ik voel me ... (bijv. moe, niet goed).

Beste dr. Jansen,

Dank u voor uw e-mail. Ik heb al een week pijn in mijn rug en hoofd. Mijn nek is ook een beetje stijf. Soms doen mijn armen pijn na het werken met de computer. Ik voel me erg moe.

Ik kan komen op donderdag in de ochtend of op vrijdag in de middag. Wat past voor u?

Met vriendelijke groet,

[Je naam]

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Ik heb pijn in mijn rug vandaag.
Mijn hoofd doet heel erg zeer.
Ik ga naar de huisarts voor mijn zere buik.
Mijn voet is dik, ik kan niet goed lopen.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ op de stoel in de wachtkamer en mijn rug doet pijn.


2. Wij ___ naar de huisarts, want mijn voet doet erg pijn.


3. Mijn collega ___ op de bank, want zijn been doet zeer.


4. Jij ___ elke ochtend in het park om je lichaam gezond te houden.


Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent op je werk en je voelt je niet goed. Je hebt pijn in de buik. Je belt of praat met je manager en legt kort uit wat er is. (Gebruik: de buik, pijn hebben, naar huis gaan)

Ik heb  

Voorbeeld:

Ik heb pijn in de buik en ik wil graag naar huis gaan.

2. Je bent bij de huisarts in Nederland. Je wijst naar jouw hoofd en legt in het kort uit waar je pijn hebt. (Gebruik: het hoofd, veel pijn, een paracetamol)

Mijn hoofd  

Voorbeeld:

Mijn hoofd doet veel pijn, ik wil graag een paracetamol.

3. Je kind of partner heeft pijn. Je belt de huisarts en legt rustig uit: waar is de pijn, aan welke arm of hand? (Gebruik: de arm, de hand, pijn hebben)

De arm  

Voorbeeld:

De arm doet pijn en de hand is ook een beetje dik.

4. Je bent in de sportschool. Je praat met de trainer. Je legt uit dat je rug niet zo sterk is en je wilt rustig beginnen. (Gebruik: de rug, niet zo sterk, rustig)

Mijn rug  

Voorbeeld:

Mijn rug is niet zo sterk, ik wil graag rustig beginnen met sporten.

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over jouw werkplek: hoe zit jij achter de computer en wat doe je als je lichaam pijn doet?

Nuttige uitdrukkingen:

Ik zit achter de computer en mijn … doet pijn. / Ik sta even op en ik … / Ik heb vaak pijn in mijn … op het werk. / Als ik mij niet goed voel, dan …

Oefening 7: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Noem de lichaamsdelen en vertel waar het pijn doet. (Noem de lichaamsdelen en vertel waar het pijn doet.)
  2. Welke oefeningen doe je om te rekken? (Welke soorten oefeningen doe je om te stretchen?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Mijn nek doet pijn als ik mijn hoofd draai.

Mijn schouder is gespannen.

Mijn benen doen pijn na de oefening.

Ik strek mijn armen.

Mijn benen doen pijn.

Mijn knie doet pijn, ik zou wat moeten stretchen.

...