A1.22 - Lichaamsdelen
Lichaamsdelen
1. Taalonderdompeling
A1.22.1 Activiteit
Samen met een coach voor een gezond lichaam
3. Grammatica
A1.22.2 Grammatica
Veel gebruikte onregelmatige werkwoorden
Belangrijk werkwoord
Lopen (lopen)
Belangrijk werkwoord
Zitten (zitten)
4. Oefeningen
Oefening 1: Writing correspondence
Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation
E-mail: Je krijgt een e-mail van je huisarts om een afspraak te maken omdat je klachten aan je lichaam hebt. Je moet antwoorden en je klachten kort beschrijven en een tijd voorstellen.
Beste meneer/mevrouw,
U schreef dat u pijn heeft in uw rug en hoofd na een week computerwerk. Dat is vervelend.
Ik wil u graag zien op de praktijk. Kunt u mij mailen:
- Waar heeft u nog meer pijn? (bijv. nek, armen, benen)
- Wanneer kunt u komen? (ochtend of middag)
Dan maken we een afspraak.
Met vriendelijke groet,
Huisarts dr. Jansen
Beste meneer/mevrouw,
U schreef dat u pijn heeft in uw rug en hoofd na een week computerwerk. Dat is vervelend.
Ik wil u graag op de praktijk zien. Kunt u mij mailen:
- Waar heeft u nog meer pijn? (bijv. nek, armen, benen)
- Wanneer kunt u komen? (ochtend of middag)
Dan plannen we een afspraak.
Met vriendelijke groet,
Huisarts dr. Jansen
Begrijp de tekst:
-
Welke klachten heeft de patiënt volgens de e-mail van de huisarts? Noem twee dingen.
-
Welke informatie vraagt de huisarts precies om een afspraak te maken?
Nuttige zinnen:
-
Ik heb pijn in mijn ...
-
Ik kan komen op ... in de ochtend/middag.
-
Ik voel me ... (bijv. moe, niet goed).
Dank u voor uw e-mail. Ik heb al een week pijn in mijn rug en hoofd. Mijn nek is ook een beetje stijf. Soms doen mijn armen pijn na het werken met de computer. Ik voel me erg moe.
Ik kan komen op donderdag in de ochtend of op vrijdag in de middag. Wat past voor u?
Met vriendelijke groet,
[Je naam]
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ___ op de stoel in de wachtkamer en mijn rug doet pijn.
2. Wij ___ naar de huisarts, want mijn voet doet erg pijn.
3. Mijn collega ___ op de bank, want zijn been doet zeer.
4. Jij ___ elke ochtend in het park om je lichaam gezond te houden.
Oefening 4: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Ziek melden bij de teamleider
Werknemer: Show Hoi, ik voel me niet goed, mijn hoofd en mijn buik doen pijn.
Teamleider: Show Ojee, heb je ook pijn in je rug of in je nek?
Werknemer: Show Ja, mijn rug is ook een beetje slecht vandaag.
Teamleider: Show Ga maar naar huis en rust, je lichaam heeft nu pauze nodig.
Open vragen:
1. Waar heb jij soms pijn in je lichaam?
2. Wat zeg jij in het Nederlands als je ziek bent op je werk?
Bij de huisarts met lichaamspijn
Huisarts: Show Goedemorgen, waar heeft u pijn in uw lichaam?
Patiënt: Show Mijn been en mijn voet doen pijn, en ook een beetje mijn rug.
Huisarts: Show Heeft u ook last van uw arm of uw hand?
Patiënt: Show Nee, mijn arm en mijn hand zijn goed, alleen mijn been en mijn voet.
Open vragen:
1. Waar heb jij vaak pijn na het sporten?
2. Hoe zeg jij in het Nederlands dat je pijn hebt aan je voet of aan je arm?
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je bent op je werk en je voelt je niet goed. Je hebt pijn in de buik. Je belt of praat met je manager en legt kort uit wat er is. (Gebruik: de buik, pijn hebben, naar huis gaan)
Ik heb
Voorbeeld:
Ik heb pijn in de buik en ik wil graag naar huis gaan.
2. Je bent bij de huisarts in Nederland. Je wijst naar jouw hoofd en legt in het kort uit waar je pijn hebt. (Gebruik: het hoofd, veel pijn, een paracetamol)
Mijn hoofd
Voorbeeld:
Mijn hoofd doet veel pijn, ik wil graag een paracetamol.
3. Je kind of partner heeft pijn. Je belt de huisarts en legt rustig uit: waar is de pijn, aan welke arm of hand? (Gebruik: de arm, de hand, pijn hebben)
De arm
Voorbeeld:
De arm doet pijn en de hand is ook een beetje dik.
4. Je bent in de sportschool. Je praat met de trainer. Je legt uit dat je rug niet zo sterk is en je wilt rustig beginnen. (Gebruik: de rug, niet zo sterk, rustig)
Mijn rug
Voorbeeld:
Mijn rug is niet zo sterk, ik wil graag rustig beginnen met sporten.
Oefening 6: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over jouw werkplek: hoe zit jij achter de computer en wat doe je als je lichaam pijn doet?
Nuttige uitdrukkingen:
Ik zit achter de computer en mijn … doet pijn. / Ik sta even op en ik … / Ik heb vaak pijn in mijn … op het werk. / Als ik mij niet goed voel, dan …
Oefening 7: Gespreksoefening
Instructie:
- Noem de lichaamsdelen en vertel waar het pijn doet. (Noem de lichaamsdelen en vertel waar het pijn doet.)
- Welke oefeningen doe je om te rekken? (Welke soorten oefeningen doe je om te stretchen?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Mijn nek doet pijn als ik mijn hoofd draai. |
|
Mijn schouder is gespannen. |
|
Mijn benen doen pijn na de oefening. |
|
Ik strek mijn armen. |
|
Mijn benen doen pijn. |
|
Mijn knie doet pijn, ik zou wat moeten stretchen. |
| ... |