Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Ik zet deze zware doos op de lage tafel.
Dat hoge gebouw heeft een brede rechthoekige vorm.
Deze tafel heeft een mooi rond patroon.
Ik vind dit vierkant mooier dan die driehoek daar.

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Nieuwe posters voor het kantoor

Vul de lege plekken in: lichte, rechthoek, Deze, lijnen, vierkant, breed, driehoek, cirkel, recht, zet

(Nieuwe posters voor op kantoor)

Ons bedrijf krijgt nieuwe posters voor het kantoor. Op de posters staan eenvoudige vormen. Op één poster staat een grote . Op een andere poster staat een met een erboven. De op de posters zijn en zwart. De posters zijn niet hoog, maar .

De manager de posters in de vergaderruimte. Hij zegt: “ poster met de cirkel komt links. Die poster met het vierkant komt rechts.” Veel collega’s vinden de poster met de driehoek mooi. Eén collega zegt: “Ik vind die lange, smalle leuker. Ik zet dat bord met de rechthoek naast het raam.”

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Ik zoek een tafel voor mijn kantoor. Deze tafel is breed en laag. Die daar is smal en hoog. Ik neem deze tafel, niet dat kleine ronde tafeltje.

Welke tafel kiest de man voor zijn kantoor?

2. Kijk, dit hoge gebouw is ons kantoor. De vorm is als een grote rechthoek. Daar rechts staat dat lage gebouw met een rood dak. Ik vind dit hoge gebouw mooier.

Welke vorm heeft het kantoor van de spreekster?

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ deze zware doos naast de hoge kast.


2. ___ je dat lichte vierkant op de brede tafel, alstublieft?


3. We ___ die lage lamp naast dat smalle raam.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je bent op kantoor. Jij en een collega kiezen een nieuw logo voor het bedrijf. Leg kort uit dat jij een simpel rond logo mooi vindt. (Gebruik: de cirkel, simpel, mooi)

Ik vind    

Voorbeeld:

Ik vind de cirkel mooi; het logo is simpel.

2. Je bent in een meubelwinkel. Je zoekt een salontafel voor de woonkamer. Zeg dat je graag een vierkante tafel wilt en waarom. (Gebruik: het vierkant, passen, de woonkamer)

Ik wil graag    

Voorbeeld:

Ik wil graag een vierkant tafeltje, dat past goed in de woonkamer.

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hoi! Ik ben Noor van HR.

We hebben nieuwe bordjes nodig voor de deuren (bijv. “Vergaderzaal 2”). Welke vorm vind jij het mooist?

  • dit bordje: vierkant en klein
  • dat bordje: rechthoek, iets breder

De tekst is zwart. Het bordje is licht en niet zwaar.

Wat kies jij? Dan kan ik ze vandaag bestellen.

Groet, Noor


Hoi! Ik ben Noor van HR.

We hebben nieuwe bordjes nodig voor de deuren (bijv. “Vergaderzaal 2”). Welke vorm vind jij het mooist?

  • dit bordje: vierkant en klein
  • dat bordje: rechthoekig, iets breder

De tekst is zwart. Het bordje is licht en niet zwaar.

Wat kies jij? Dan kan ik ze vandaag bestellen.

Groet, Noor


Nuttige zinnen:

  1. Ik vind ... het mooist.

  2. Ik kies liever dit/dat bordje, want ...

  3. Kun je ook ...?

Hoi Noor, bedankt! Ik kies liever dit vierkante bordje. Ik vind het netjes en simpel. Kun je de hoeken recht houden? Groet, [jouw naam]