Oefening: Gespreksoefening

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. Welke meubels staan er in elke kamer? (Welke meubels staan er in elke kamer?)
  2. Beschrijf een kamer van je appartement/huis. (Beschrijf een kamer van je appartement/huis.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Oefening: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf 4 of 5 regels over de meubels in jouw slaapkamer of woonkamer. (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

In mijn woonkamer staat ... / In mijn slaapkamer heb ik ... / Naast het bed staat ... / De kamer is licht en rustig / klein en gezellig.