Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Folder: Diensten in uw nieuwe wijk
Vul de lege plekken in: postkantoor, spoedeisende, bakker, spoedeisende, 22.00, 17.30, diensten, apotheek, 7.00, bibliotheek, hulp, 18.00, 9.00, ziekenhuis, sportschool
(Folder: Diensten in uw nieuwe buurt)
Welkom in de wijk Parklaan! Op de plattegrond ziet u alle belangrijke . Links van de grote rotonde ligt de . Achter de bakker is de en daarnaast staat het kleine met de . Rechts van het ziekenhuis ziet u de . Voor de bibliotheek ligt een plein met de en een klein .
De meeste diensten zijn van maandag tot en met vrijdag open. De bibliotheek is open van tot uur. De sportschool is al om uur open en sluit om uur. De apotheek is open tot uur. De hulp van het ziekenhuis is altijd open, dag en nacht. In het weekend zijn alleen de sportschool en de spoedeisende hulp open.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Wanneer kun je naar de bibliotheek gaan?
Waar is de apotheek volgens de spreker?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Gisteren ___ ___ ik de app van de bibliotheek gebruikt om een boek te reserveren.
2. Vorige week ___ hij lang op de dokter ___ bij de spoed in het ziekenhuis.
3. Gisteravond ___ wij al ___ voordat de winkel op de hoek sloot.
Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je wilt naar de apotheek, maar je bent nieuw in de stad. Vraag een collega op kantoor waar de apotheek is. (Gebruik: de apotheek, waar, dichtbij)
Waar is de
Voorbeeld:
Waar is de apotheek? Is die dichtbij?
2. Je staat op straat met een plattegrond. Je zoekt het ziekenhuis voor een afspraak. Vraag aan een voorbijganger hoe je naar het ziekenhuis moet lopen. (Gebruik: het ziekenhuis, lopen, links/rechts)
Hoe kom ik
Voorbeeld:
Hoe kom ik bij het ziekenhuis? Moet ik hier links of rechts?
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Beste buurman/buurvrouw,
Ik ben vorige week verhuisd naar deze straat en ik ken de buurt nog niet goed. Ik heb een kleine kaart van de stad, maar ik begrijp hem nog niet helemaal.
Weet jij misschien waar de apotheek en het ziekenhuis op de kaart staan? En wat zijn de openingstijden van de apotheek? Zijn ze ook open in het weekend?
Alvast bedankt voor je hulp!
Met vriendelijke groet,
Sara
Beste buurman/buurvrouw,
Ik ben vorige week verhuisd naar deze straat en ken de buurt nog niet goed. Ik heb een kleine kaart van de stad, maar ik begrijp hem nog niet helemaal.
Weet jij misschien waar de apotheek en het ziekenhuis op de kaart staan? En wat zijn de openingstijden van de apotheek? Zijn ze ook open in het weekend?
Alvast bedankt voor je hulp!
Met vriendelijke groet,
Sara
Nuttige zinnen:
-
De apotheek is in...
-
De openingstijden zijn van...
-
In het weekend is de apotheek...
Welkom in de straat! De apotheek staat in het centrum, links van het station op de kaart. Het ziekenhuis is rechts van het station, bij de rotonde.
De openingstijden van de apotheek zijn maandag t/m vrijdag van 08:00 tot 18:00. In het weekend is er een dienstapotheek: zaterdag en zondag van 10:00 tot 16:00.
Veel succes in de buurt!
Met vriendelijke groet,
Alex