A1.43.1 - De weg vragen
De weg vragen
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| Mag ik u even wat vragen? |
| Weet u waar de Dorpsstraat is? |
| De weg uitleggen |
| Dat weet ik niet |
| Rechtdoor |
| Tweede links |
| En dan de brug over |
| Meneer, mag ik u iets vragen? |
| Ja, natuurlijk. |
| Weet u misschien waar de Dorpsstraat is? |
| De Dorpsstraat? Nee, dat weet ik niet. |
| Oh, maar ik zal het even uitleggen. |
| Het is rechtdoor, dan de tweede links. |
| En daarna gaat u over het bruggetje. |
Begripsvragen:
-
Wat vraagt de persoon aan de meneer op straat?
(Wat vraagt de persoon aan de meneer op straat?)
-
Wat is het antwoord van de meneer op de vraag over de Dorpsstraat?
(Wat antwoordt de meneer op de vraag over de Dorpsstraat?)
-
Hoe wordt de route uitgelegd? Noem minimaal twee stappen.
(Hoe wordt de route uitgelegd? Noem minstens twee stappen.)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Route naar de apotheek
| 1. | Jeffrey: | Goedemiddag! Kunt u mij helpen? Is er hier een apotheek in de buurt? |
| 2. | Fien: | Ja, er is een apotheek dichtbij het station. Loop rechtdoor en neem de tweede straat links. |
| 3. | Jeffrey: | Dank u. En ben ik dan al bij de apotheek? |
| 4. | Fien: | Nee, neem daar de derde straat rechts tot aan de bibliotheek. |
| 5. | Jeffrey: | Is dat bij de Stationstraat, naast het oude postkantoor? |
| 6. | Fien: | Ja. Ga die straat in en wandel ongeveer vijf minuten. Loop rechtdoor tot u de apotheek ziet. |
| 7. | Jeffrey: | Kunt u het misschien op uw telefoon laten zien? Mijn batterij is leeg en ik kan mijn navigatie niet openen. |
| 8. | Fien: | Geen probleem, het is inderdaad best veel om te onthouden. |
| 9. | Jeffrey: | Dank u wel. Op de kaart is het duidelijk. Heel erg bedankt voor de hulp! |
1. Waar wil Jeffrey naartoe?
2. Waar is de apotheek ongeveer?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
U bent nieuw in een Nederlandse stad en zoekt het station. Wat vraagt u aan iemand op straat?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Een collega staat bij het verkeerde adres. Hoe legt u kort uit hoe hij van daar naar uw kantoor moet lopen?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U staat bij een bushalte en weet niet waar u bent. Wat vraagt u aan de buschauffeur om naar het centrum te gaan?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Een vriend wil u thuis bezoeken. Beschrijf in 1–2 zinnen de weg van het park naar uw huis.
__________________________________________________________________________________________________________
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen