Een berg kleding in de drukste winkelstraten van Nederland, de Kalverstraat in Amsterdam, om mensen bewust te maken van het Fast Fashion probleem.
Een berg kleding in de drukste winkelstraten van Nederland, de Kalverstraat in Amsterdam, om mensen bewust te maken van het Fast Fashion probleem.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord
De spijkerbroek
De kleding
De mode
De kledingwinkels
Goedkoper
Uitverkocht
De shirts
Kijk, deze spijkerbroek ziet er goed uit.
In de winkelstraat ligt een grote berg kleding van wel zesduizend kilo.
Die berg is er om aandacht te vragen voor de vervuilende mode-industrie.
Er wordt te veel kleding gekocht en daarna weer snel weggegooid.
Een vrouw zegt dat zij in Amsterdam is gaan shoppen en veel heeft gekocht.
Zij koopt kleding omdat het in de mode is, maar later draagt zij die kleding niet meer.
Winkels zijn ook schuldig, want het is voor hen goedkoper om veel kleren tegelijk te maken.
Winkels willen niet dat kleding uitverkocht is, dus ze maken altijd veel nieuwe kleren.
Zo vragen ze ons steeds om meer te kopen, en dat zorgt voor nog meer afval.

Begripsvragen:

  1. Waarom ligt er een grote berg kleding in de winkelstraat?

    (Waarom ligt er een grote berg kleding in de winkelstraat?)

  2. Wat doet de vrouw met de kleding die zij eerst koopt omdat het in de mode is?

    (Wat doet de vrouw met de kleding die ze eerst koopt omdat het in de mode is?)

  3. Waarom maken winkels steeds veel nieuwe kleren?

    (Waarom maken winkels steeds veel nieuwe kleren?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

In de kledingwinkel

1. Verkoper: Goedemorgen, hoe kan ik u helpen?
2. Maria: Hallo, ik zoek een spijkerbroek. Heeft u iets in maat 38?
3. Verkoper: We hebben deze spijkerbroek in maat 38. Die past goed bij een bloes.
4. Maria: Ik zoek liever iets in een lichte kleur.
5. Verkoper: U kunt deze beige broek combineren met een zwarte riem en een blauw T-shirt.
6. Maria: Goed idee. En misschien nog een jas en een hoed?
7. Verkoper: Dat kan. Of gewoon een trui, dat staat ook goed.
8. Maria: Kunt u mij laarzen aanraden die bij deze outfit passen?
9. Verkoper: Neem bruine laarzen of schoenen. Dat is stijlvol en comfortabel.
10. Maria: Helemaal goed. Kan ik met pin betalen?
11. Verkoper: Ja, natuurlijk. De totale prijs is 150 euro.

1. Wat zoekt Maria in de winkel?


2. Welke maat vraagt Maria?


Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. U gaat in de pauze naar een kledingwinkel dichtbij uw werk. Wat koopt u en welke maat vraagt u aan de verkoper?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. U zoekt kleding voor een belangrijke afspraak of vergadering. Welke kleding kiest u en waarom past dat bij de situatie?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. In de winkel ziet u een broek die u mooi vindt, maar u twijfelt. Welke twee vragen stelt u aan de verkoper over kleur en maat?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Het is winter in Nederland en u fietst dagelijks naar uw werk. Welke kleding of accessoires koopt u in de winkel om warm en comfortabel te blijven?

    __________________________________________________________________________________________________________