A1.40.2 - Bijwoorden van frequentie (soms, vaak, nooit, ...)
Bijwoorden van frequentie (soms, vaak, nooit, ...)
De bijwoorden van frequentie geven aan hoe vaak iets gebeurt. Voorbeelden zijn dikwijls, altijd, nooit, en soms.
- Het bijwoord staat meestal direct na het werkwoord in een hoofdzin.
- Het bijwoord staat meestal voor het werkwoord in een bijzin.
| Bijwoord | Voorbeeld |
|---|---|
| Altijd | Ik sport altijd in de sportschool. (Ik sport altijd in de sportschool.) |
| Nooit | Ik doe nooit aan sport. (Ik doe nooit aan sport.) |
| Dikwijls | Ik loop dikwijls naar de stad. (Ik loop dikwijls naar de stad.) |
| Soms | Ik sport soms in de middag. (Ik sport soms in de middag.) |
| Af en toe | Wij gaan af en toe naar de bioscoop. (Wij gaan af en toe naar de bioscoop.) |
| Telkens | Telkens als ik daar ben, ga ik hardlopen. (Telkens als ik daar ben, ga ik hardlopen.) |
Oefening 1: Bijwoorden van frequentie (soms, vaak, nooit, ...)
Instructie: Vul het juiste woord in.
altijd, soms, nooit, vaak, af en toe, Telkens
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. In het weekend zwem ik ____ in het zwembad bij mijn huis.
2. Na het werk sport ik ____ met mijn collega in het park.
3. Ik fiets ____ naar de sportschool; ik ga altijd met de tram.
4. Wij gaan ____ lopen langs de Amstel als het mooi weer is.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen en vul een passend bijwoord van frequentie in (altijd, nooit, dikwijls, soms, af en toe, telkens). Zet het bijwoord op de juiste plaats in de zin.
Pas deze grammatica toe tijdens echte gesprekken!
Deze grammatica-oefeningen maken deel uit van onze conversatiecursussen. Vind een leraar en oefen dit onderwerp tijdens echte gesprekken!
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen
Geschreven door
Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage