A1.17.1 - Huisgemaakte pannenkoeken
Huisgemaakte pannenkoeken
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| Het recept |
| Het meel |
| De bloem |
| Het zout |
| De eieren |
| De melk |
| De koekenpan |
| Bakken |
| De boter |
| De bruine suiker |
| Ik ga pannenkoeken maken met gewoon tarwebloem. |
| Ik gebruik vierhonderd gram bloem, een mespuntje zout, twee eieren en vijftig gram boter. |
| Ik smelt de boter in de pan en maak een kuiltje in de bloem. |
| Daar doe ik de eieren in en ik voeg havermelk toe. |
| Ik meng alles tot een dik beslag zonder klontjes en maak het daarna dunner met meer melk. |
| Van vierhonderd gram bloem kan ik ongeveer twintig pannenkoeken bakken. |
| De pan moet goed heet zijn en ik smeer er boter in met een kwast. |
| Je kunt de pannenkoeken eten met honing, suiker of stroop. |
Begripsvragen:
-
Welke ingrediënten heb je nodig om deze pannenkoeken te maken? Noem er minstens drie.
(Welke ingrediënten heb je nodig om deze pannenkoeken te maken? Noem er minstens drie.)
-
Hoeveel pannenkoeken kun je ongeveer bakken met vierhonderd gram bloem?
(Hoeveel pannenkoeken kun je ongeveer bakken met vierhonderd gram bloem?)
-
Waarmee kun je de pannenkoeken eten volgens de tekst? Noem twee mogelijkheden.
(Waarmee kun je de pannenkoeken volgens de tekst eten? Noem twee mogelijkheden.)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Pannenkoeken bakken op het werk
| 1. | Instructeur Ko: | Vandaag gaan we pannenkoeken bakken. Jullie moeten goed samenwerken. |
| 2. | Collega: | Leuk! Hoe beginnen we? |
| 3. | Instructeur Ko: | Neem bloem, eieren, een snufje zout en melk. Dat zijn de ingrediënten voor een klassieke pannenkoek. |
| 4. | Collega: | Oké, dat is voor het deeg. En wat doen we daarna? |
| 5. | Instructeur Ko: | Doe alles in een kom en meng het goed. Roer tot je een beslag zonder klontjes hebt. |
| 6. | Collega: | Moeten we nog ergens op letten? |
| 7. | Instructeur Ko: | Je kunt een beetje extra melk toevoegen als je een dunner beslag wilt. |
| 8. | Collega: | En hoe bakken we de pannenkoeken? |
| 9. | Instructeur Ko: | De pan moet heet zijn voordat jullie het beslag erin doen. Draai de pannenkoek om als je kleine gaatjes in het beslag ziet. |
| 10. | Collega: | Super, we gaan beginnen! |
1. Wat gaan ze vandaag doen?
2. Welke ingrediënten heb je nodig voor de klassieke pannenkoek?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
U organiseert een teamlunch en u maakt pannenkoeken. Welke ingrediënten heeft u nodig?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Leg in één of twee zinnen uit hoe u het beslag voor pannenkoeken maakt.
__________________________________________________________________________________________________________
-
Wat moet u doen tijdens het bakken van pannenkoeken? Noem één belangrijk punt.
__________________________________________________________________________________________________________
-
U komt thuis na uw werk en moet snel koken. Wat maakt u vaak en waarom kiest u dat gerecht?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen