Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
| Woord |
|---|
| Het recept |
| Het meel |
| De bloem |
| Het zout |
| De eieren |
| De melk |
| De koekenpan |
| Bakken |
| De boter |
| De bruine suiker |
1. Welke melk gebruikt de spreker?
2. Hoeveel pannenkoeken kan de spreker ongeveer maken?
3. Wat doet de spreker eerst met de boter?
4. Wat smeert de spreker in de hete pan?
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Tijdens een team-evenement doen collega’s een kookworkshop: pannenkoeken maken
| 1. | Instructeur Ko: | Vandaag maken we pannenkoeken. Jullie moeten goed samenwerken. |
| 2. | Collega: | Leuk! Hoe beginnen we? |
| 3. | Instructeur Ko: | Neem bloem, eieren, een snufje zout en melk voor een klassieke pannenkoek. |
| 4. | Collega: | Oké, dat is voor het deeg. Wat doen we daarna? |
| 5. | Instructeur Ko: | Doe alles in een kom. Roer goed tot je een beslag zonder klontjes hebt. |
| 6. | Collega: | Moeten we nog ergens op letten? |
| 7. | Instructeur Ko: | Je kunt een beetje extra melk toevoegen als je een dunner beslag wilt. |
| 8. | Collega: | En voor het bakken? |
| 9. | Instructeur Ko: | De pan moet heet zijn voordat je het beslag erin doet. Draai de pannenkoek om als je kleine gaatjes ziet. |
| 10. | Collega: | Super, we beginnen! |
1. Wat doen de collega’s vandaag in de workshop?
2. Waarom kun je extra melk toevoegen aan het beslag?