Een journalist vraagt mensen op een school wat hun favoriete seizoen is en waarom.
Een journalist vraagt mensen op een school wat hun favoriete seizoen is en waarom.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord
Het seizoen
De zomer
De herfst
De winter
De lente
Wat is jouw favoriete seizoen?
Mijn favoriete seizoen is de zomer. Ik ben graag buiten en ik houd van de zon.
Mijn favoriete seizoen is de winter. Ik zit bij de open haard, kijk een film en drink warme chocolademelk met een dekentje.
In de zomer kun je zwemmen, naar het strand gaan en ijsjes eten.
Ik houd zowel van kou als van warmte, maar niet van de lente.
Mijn favoriete seizoen is de herfst. Geen hooikoorts en een aangename temperatuur.
De blaadjes vallen van de bomen.
De lente is nu begonnen. Word je daar blij van?
Als het mooi weer is, wel.
Mijn favoriete seizoen is de lente. Ik hoor de vogels weer fluiten. Wat jouw favoriete seizoen ook is, ik wens je een fijne lente.

1. Wat doet iemand graag in de winter?


2. Wat kun je in de zomer doen?


3. Waarom vindt iemand de herfst prettig?


4. Welk seizoen is net begonnen aan het einde van de tekst?


Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Favoriete seizoen

1. Noah: Wat is jouw favoriete seizoen?
2. Emma: Mijn favoriete seizoen is de zomer.
3. Noah: Oké, en waarom?
4. Emma: De zon schijnt en het is lekker warm! En wat is jouw favoriete seizoen?
5. Noah: Mijn favoriete seizoen is de winter.
6. Emma: De winter? Waarom?
7. Noah: Binnen zitten met warme chocolademelk bij de open haard. Gezellig!
8. Emma: De herfst is ook leuk. De bladeren vallen en de kleuren zijn prachtig.
9. Noah: Dat is waar, maar ik vind de lente toch leuker.
10. Emma: Ja, snap ik, want de bloemen bloeien en de vogels fluiten.
11. Noah: Klopt, alles is fris en groen.

1. Wat is het favoriete seizoen van Emma?


2. Waarom vindt Noah de winter leuk?