In de video kan Ernie ( de oranje pop) niet slapen en wil weten hoe laat het is en vraagt het aan Bernie ( de gele pop).
In de video kan Ernie ( de oranje pop) niet slapen en wil weten hoe laat het is en vraagt het aan Bernie ( de gele pop).

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.

Woord
Hoe laat is het?
Het is middernacht
De klok
Het is nacht
Het is drie uur in de ochtend
Bert, zeg Bert, slaap jij?
Nee, nu ben ik wakker. Wat is er, Ernie?
Hoe laat is het?
Het is midden in de nacht. Kijk op de klok.
Het is te donker. Ik zie de klok niet.
Doe dan het licht aan.
Het lichtknopje is aan de andere kant van de kamer.
Ga nu slapen. Kijk morgen, wanneer het licht is.
Ernie maakt lawaai. Weet je wel hoe laat het is? Het is drie uur in de nacht!
Hé Bert, het is drie uur. Welterusten, Bert.

Begripsvragen:

  1. Wie zijn de twee personen in het gesprek?

    (Wie zijn de twee personen in het gesprek?)

  2. Waarom kan Ernie de klok niet zien?

    (Waarom kan Ernie de klok niet zien?)

  3. Hoe laat is het in het gesprek?

    (Hoe laat is het in het gesprek?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Hoe laat is de bus naar school?

1. Papa: Hoe laat is de bus naar school?
2. Emma: De bus vertrekt om vijf voor acht ’s ochtends. Dan kom ik te laat op school.
3. Papa: Hoe laat begint jouw school op maandag?
4. Emma: De lessen beginnen om kwart over acht. En jij? Hoe laat begin jij met werken?
5. Papa: Ik werk op dinsdag altijd om half negen. Op maandag begin ik om half acht.
6. Emma: Oei, dat is wel heel vroeg!
7. Papa: Wil je meerijden met de auto? Dan ben je er al om kwart voor acht.
8. Emma: Ja, graag! De school is open vanaf kwart over zeven.
9. Papa: Oké. En hoe laat is de school uit op woensdag?
10. Emma: Woensdag is de school al om twaalf uur uit en hebben we de middag vrij.
11. Papa: Oké, dan pik ik je op en eten we om half één. In de middag werk ik weer vanaf twee uur.
12. Emma: Goed voor mij. Hoe laat is het nu?
13. Papa: Het is al half zes, bijna avond. Snel naar de winkel, voor die sluit!

1. Wat is de korte instructie voor de student?


2. Waarom komt Emma te laat met de bus?


Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken

Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.

  1. Hoe laat begint jouw werkdag meestal? En hoe laat vertrek je van huis?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Je hebt morgen een afspraak met een collega. Hoe laat spreken jullie af en waar ontmoeten jullie elkaar?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Vertel over jouw woensdag: hoe laat sta je op, hoe laat lunch je en hoe laat eindigt je werk of school?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Het is acht uur ’s ochtends. Wat doe je op dit moment op een gewone werkdag? Noem één of twee dingen.

    __________________________________________________________________________________________________________